Examen over cultureel onbehagen

De stelopdracht voor het eindexamen Nederlands werd gisteren gemaakt door 33.033 VWO-leerlingen. Opstelonderwerpen geven een aardig tijdsbeeld.

Voorzichtigheid is geboden: de eindexamenkandidaat die een keuze moet maken uit de tien onderwerpen voor zijn Nederlandse opstel, moet allereerst praktisch denken. Je hebt drie uur uur om je opstel te schrijven. Een onderwerp dat werkelijk overpeinzing vereist, valt dus af. Zoals nummer zeven: Schrijf een beschouwing over originaliteit.

Dat klinkt aantrekkelijk, maar het is een moeras van een onderwerp. De bedenkers zakken er zelf al in weg tijdens hun vraagstelling; orginaliteit wordt voorgesteld als het manisch gedrag van mensen die willen opvallen. ,,Iedereen kent ze wel: de mensen die altijd iets nieuws verzinnen, zich niets aantrekken van trends, maar zelf wel trendsetters zijn, ideeën lanceren waar een ander nooit op gekomen zou zijn: vaak hebben ze ook een goed ontwikkeld gevoel voor humor. Kortom, originele figuren.'' Vandaaruit wordt een link gelegd naar een heel ander soort orginaliteit: ,,Originaliteit speelt een rol in de kunst, de ontwikkeling van techniek, maar ook in bijvoorbeeld het schoolleven.'' Er loopt dus een directe lijn van de jongen op school die zijn haar maf heeft opgeschoren naar Leonardo da Vinci.

Wie daarop doordenkt, legt na drie uur huilend zijn hoofd in zijn handen.

Het zijn stuk voor stuk ambitieuze onderwerpen, vragen waarmee onze samenleving ook werkelijk worstelt. Wie ze achter elkaar opsomt, krijgt een aardig tijdsbeeld. Zie je je toekomst als een uitgestrekt landschap vol oneindige mogelijkheden, of als een rechte weg die vantevoren zorgvuldig moet worden uitgestippeld? Betekent het vervangen van kennis door informatie een verlies? Houdt het feit dat alles in onze cultuur steeds sneller gaat, ook in dat alles beter wordt? Vormen de vergevorderde ontwikkelingen op het gebied van de persoonsregistratie een bedreiging van onze privacy? Hoe komt het toch dat we ons beeld van de werkelijkheid steeds meer laten vormen door films als Schindler's List en Welcome to Sarajevo?

Voor de eindexamenkandidaten die niet tot cultuurkritiek geneigd zijn, zijn er nog twee opdrachten die het geheel wel erg ongelijksoortig maken. Een opdracht vraagt je een brief aan de docenten te schrijven met ideeën ter verbetering van het hopeloos te kort schietende lesmateriaal, wat toch gevaarlijk in de buurt komt van het rollensspel. De ander nodigt uit tot fictie: Schrijf een verhaal over iemand die door een stalker belaagd wordt. Die opdracht wordt gevolgd door een fascinerend zinnetje: ,,Kies voor een personale vertelsituatie met een niet-chronologische structuur.''

In de meeste van opstelopdrachten van dit jaar klinkt een nauwelijks verhulde, bezorgde ondertoon door. In mijn schooltijd (de jaren zeventig) gingen de opdrachten vooral over maatschappelijke kwesties, over democratische processen en een eerlijke verdeling en de emancipatie van de vrouw. De grote dreiging kwam van buiten, in de vorm van een kernoorlog of een milieuramp. Dit is de tijd van het diepgewortelde culturele onbehagen. Onze geest wordt bedreigd.

Het voortschrijden van de techniek maakt mensen denklui. Snelheid leidt tot oppervlakkigheid. Het verdwijnen van historisch besef geeft de verbeelding à la Hollywood ruim baan. In opdracht nummer 10 wordt zonder pardon het heetste hangijzer van onze cultuur aangevat: verbeelding versus rationaliteit. Die kwestie wordt gerangschikt onder de titel Dromen: ,,Soms is het heerlijk om weg te dromen, weg van huiswerk of andere verplichtingen. Dagdromen en luchtkastelen geven het dagelijks leven een beetje extra glans; zonder dromen, zonder verbeeldingskracht en visie zou het leven schraler zijn. Ook zijn het grote dromers geweest die tallozen met hun idealen hebben bezield. Of zijn dromen toch bedrog? Moet je met beide benen op de grond staan en dromerijen aan wereldvreemde figuren overlaten? Schrijf een beschouwing over dromen.''

Toen ik de reikwijdte van dat onderwerp tot me door had laten dringen, was ik al drie uur verder.