Etniciteit als politiek wapen

Het onderzoek naar dubbelzinnige groepsidentiteiten in Kosovo door de Nederlandse antropoloog

Ger Duijzings werd verbrijzeld door het Servische nationalisme. In zijn proefschrift waarschuwt hij tegen overwaardering van de etnische factor.

SERVIËRS tegen Albanezen, dat is de huidige stand van zaken in Kosovo – voorzover er na de recente `etnische zuiveringen' überhaupt nog etnische Albanezen wonen. Maar deze etnische scheidslijn in het voormalige Ottomaanse en sinds 1912 Servische gebiedsdeel is niet altijd zo dominant geweest, aldus de stellingname van de Nederlandse antropoloog Ger Duijzings. Gisteren promoveerde hij aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Religion and the politics of identity in Kosovo.

``Het huidige geweld wordt niet veroorzaakt door eeuwenoude etnische tegenstellingen die nu weer de kop zouden opsteken. Het is precies andersom. De etnische identiteiten worden pas nu belangrijk omdat er grof geweld wordt gebruikt om opportunistische politieke redenen'', zegt Duijzings op het stationsterras in 's Hertogenbosch, een paar dagen voor zijn promotie. ``Het geweld in Bosnië en Kosovo is geen gevolg van de etnische verdeling, zoals nog altijd erg veel mensen in het westen lijken te denken, maar de oorzaak. Geweld creëert massieve en ondoordringbare grenzen, het schept zuiverheid waar eerst dubbelzinnigheid heerste. Het Servische geweld schept een nieuwe situatie die als een self-fulfilling prophecy lijkt op de ideologische uitgangspunten van dat geweld.''

Voorheen waren in Kosovo lokale, regionale en religieuze loyaliteiten in principe net zo `fundamenteel' als de etnische, aldus de centrale stelling van Duijzings proefschrift. ``Kosovo is altijd een conflictueuze samenleving geweest, maar juist etnische afkomst was relatief onbelangrijk. En zelfs nu nog zijn de meeste zogenaamde etnische onderscheiden vooral gebaseerd op religie.''

Het Servische geweld wordt in feite ingezet voor een typisch West-Europees ideaal, zo legt Duijzings in Den Bosch uit vanachter een glas spa en een cappuccino. ''Het initiatief ligt bij het Servische nationalisme, dat streeft naar een etnisch zuivere natiestaat zoals die sinds de negentiende eeuw in West-Europa bestaat: een taal, een volk.'' Duijzings is op doorreis naar Nijmegen, vanuit Londen waar hij sinds drie jaar docent is in Servische en Kroatische studies aan de School of Slavonic and East European Studies, van de University of London. Ook is hij verbonden aan het NIOD (voorheen RIOD) in verband met het Srebrenica-onderzoek.

Door geweld worden strakke lijnen getrokken waar eerst de typische pluriformiteit heerste van een eeuwenoud grensgebied. Kosovo ligt op de scheidslijn Turks-Albanees-Slavisch en christendom-islam. In de jaren tachtig en begin jaren negentig deed Duijzings veldwerk in Kosovo en zijn voornaamste indruk betrof de verbijsterend veelheid van dubbelzinnige identiteiten. ``Niemand was er wat hij op het eerste gezicht leek te zijn en iedereen bestreed andermans aanspraken op een bepaalde identiteit'', aldus Duijzings. ``Ik vroeg me voortdurend af: wie is nu wat en wat waren ze vroeger?'' Maar die toestand van verwarrende communitas werd snel te niet gedaan door de `gebeurtenissen'.

In 1992 was Duijzings te gast in de katholieke en Kroatische enclave Letnica, aan de Macedonische grens. Vlakbij lag het katholieke Albanese dorpje Stubla, vol afstammelingen van de Lamarans, crypto-katholieken die zich tot in de negentiende eeuw voordeden als moslims. Toen ze zich vervolgens openlijk als katholieken gingen profileren, werd een groot deel van hen gedeporteerd door de Turkse machthebbers in samenwerking met naburige moslim-Albanese clans. In de jaren twintig begon de katholieke kerk een campagne om de Lamarans tot openlijk katholicisme te bekeren, maar een grote groep bleef formeel moslim, wegens de huwelijksbanden met `echte' moslims en mogelijk ook uit vrees voor de reactie van naburige moslim-clans. Maar volgens Duijzings speelde ook een rol dat de Lamarans zich waarschijnlijk helemaal niet zo bewust waren van hun `crypto-katholicisme'. Die mengeling van katholicisme en islam was helemaal niet zo dramatisch in een gebied waar veel christenen ook islamitische heiligen vereerden en andersom. Het oude Servisch-orthodoxe klooster van Gracanica, bij Pristina, was tot voor kort ook een heilige plaats bezocht door moslims en christenen.

En zo gaat het door. In een ander naburig dorp bij Letnica, Vrnavokolo, woonden weer Kroaten die vloeiend Albanees spraken en ook typisch Albanese kleren (onder meer dimije, de vrouwelijke harembroek) droegen, terwijl de Kroaten in Letnica juist weigerden om Albanees te spreken en zich in typisch lokaal-Kroatische roodwitte kleding stak. Enzovoorts. Sommige Kosovaarse zigeuners beschouwden zich begin jaren negentig opeens als Egyptenaren en bijna niemand spreekt het tegen. In de stad Prizren sprak de stedelijke elite juist weer Turks, of ze nu etnische Serviërs, Turken, Albanezen of Zigeuners waren. Gezamenlijk keken ze neer op de Albanezen van het omringende platteland. Verder bestaan tussen de verschillende varianten van de islam grote tegenstellingen (zie kader), en in het algemeen geldt dat in Kosovo de familie (de clan) het belangrijkste kader van loyaliteit en identiteit is.

Een interessant gebied dus voor antropologisch onderzoek naar identiteit. Maar juist tijdens Duijzings' verblijf barstte de Servisch-Kroatische oorlog los en de inwoners van Letnica voelden zich zo bedreigd door Servische milities en propaganda dat ze al snel massaal naar Kroatië uitweken, waar ze tot hun eigen afgrijzen huizen kregen toegewezen van gevluchte Serviërs in West-Slavonië. En dat terwijl de Letnica-Kroaten zich tot voor een paar jaar juist vooral bedreigd voelden door de Albanese clans. Het was een tragisch einde van een samenleving. Toen Duijzings de vluchtelingen een jaar later opzocht in Slavonië vertelde een vrouw hem dat ze 's nachts vaak stemmen meende te horen van de vorige bewoners, wier bezittingen nog zo dominant in het huis aanwezig waren. Een paar inwoners van Letnica weigerden om die reden naar Kroatië te vertrekken, want in zo'n huis te wonen is wel zeer oneervol: Tudje nikome nije donijelo srecu (andermans bezit brengt niemand ooit geluk). Maar zowel de Servische als de Kroatische staat had belang bij de vlucht naar Kroatië: de Serviërs wilden een etnisch zuivere staat en Kroatië had een grote behoefte aan mankracht.

U bepleit een genuanceerder beeld van de etnische identiteiten op de Balkan. Maar die etnische identiteit bepaalt nu wel het lot van miljoenen mensen in Kosovo. Uw beschrijving van de bangmakerij in Letnica en de vlucht van de Kroaten om hun Kroaat-zijn is veelzeggend.

Duijzings: ``Nu is dat etnische bewustzijn krachtig en belangrijk, inderdaad. Maar dat is een relatief recente politieke creatie, door geweld. Het geweld is doelbewust gebruikt om bevolkingsgroepen te homogeniseren. Natuurlijk bestonden er al eeuwen etnische identiteiten, maar die groepsidentiteiten waren meestal zwakke en veel minder belangrijk dan de loyaliteiten aan de religie of een bepaalde familieclan. De etnische identificatie is aangewakkerd door Servische kliek rond Miloševic met behulp van paramilitaire milities, zoals de Arkantijgers. In het Westen bestaat nog vaak het beeld van het traditionele en irrationele etnische geweld op de Balkan, maar dat is onzin. Het is een politiek wapen van Miloševic. Voorheen waren de Albanese nationalisten, die een zuiver etnisch `albanisme' voorstaan, vrij zwak. Maar nu mogen ze in feite een standbeeld oprichten voor Miloševic. Pas nu zie je de geboorte van een Albanees/Kosovaarse natie omdat door de harde Servische onderdrukking zijn de laatste tien jaar de andere tegenstellingen minder belangrijk geworden. Bloedwraak tussen clans was tot voor kort heel gewoon. Duizenden mannen in Kosovo kwamen zelden buitenshuis, omdat ze een doelwit van wraak waren. Hun vrouwen bewerkten het land. Pas in 1990 zijn bij een massale verzoeningsbijeenkomst de Kosovaarse clanvetes bijgelegd.

''Wat nu opvalt is dat de opvang van de Kosovaarse vluchtelingen in Albanië zo goed gaat, vooral in de meer stedelijke gebieden. Kennelijk is de etnische identificatie nu sterk genoeg. Normaal overheersen in Albanië de tegenstellingen tussen de lokale clans en ook tussen de Tosken in het noorden en de Gegen in het zuiden, die ook een verschillend dialect spreken. Wel typerend voor de oude verhoudingen is dat in de bergen in Noord-Albanië de vluchtelingen regelmatig worden beroofd door lokale clans. Die zijn nog altijd alleen loyaal aan zichzelf.''

Is dat niet een beetje simpel? Het klinkt als een versleten cliché: etnisch nationalisme ontstaat omdat zwakke groepsidentiteiten worden opgestookt door een cynische en gewelddadige politieke kliek die uit is op macht. En die domme boeren tuinen er in.

``Nou, ik weet niet of u wel eens met die nationalistische leiders hebt gesproken, maar ik wel. En dat zogenaamde cliché-beeld klopt dus vrij aardig. Voor het Srebrenica-onderzoek van het NIOD maak ik nu een cultuur-historische kroniek van Oost-Bosnië, voor de periode voorafgaand aan 1995. Vooral de periode '89-'92 is fascinerend. In 1990 zijn er voor het eerst vrije verkiezingen en de nationalisten voeren dan vooral campagne op het platteland, tegen de stadse elite. Dat platteland bestaat daar net als in Kosovo grotendeels uit kleine etnisch zuivere dorpjes: niet meer dan tientallen inwoners, één familie, waarnaar het dorpje vaak ook is genoemd. Het volgende dorpje is vaak weer van een andere etniciteit. Het is een lappendeken. Die samenleving waar grote bestaansonzekerheid en armoe heersen kenmerkt zich door heel veel conflicten over water en land. De sfeer is er een van wantrouwen tegen alles en iedereen die van buiten komt. En die vele conflicten lopen echt niet langs etnische grenzen, die gaan tussen clans. De familie is de centrale verdedigings- en aanvalseenheid. De staat heeft er nooit veel invloed gehad, mensen vochten het zelf uit. Wat telt is hoeveel weerbare mannen een clan op de been kan brengen, ook als het niet tot vechten komt. Dat was dan ook de zwakte van de Serviërs in Kosovo, die hadden kleinere families. In die situatie is er weinig weerstand tegen propaganda van de nationalistisch partijen, zeker wanneer die met geweldsdaden de zaak op de spits drijven. Er was om het met Elias te zeggen heel weinig onderlinge afhankelijkheid.''

Gaat het dan niet gewoon om een hiërarchie van identiteiten, die in verschillende omstandigheden opspelen? Ten opzichte van de buren telt de clanloyaliteit, tegenover anderen de religieuze en oog in oog met de Serviërs telt de Albanese identiteit, maar misschien tegenover de Duitsers of Amerikanen een `Balkanidentiteit' enzovoorts.

``In zekere zin is dat zo, maar het blijft belangrijk om de conflicten te verklaren uit àndere conflicten. Neem Srebrenica, daar hebben de nationalisten de tegenstelling stad-platteland gebruikt om aan de macht te komen. De etniciteit is weinig meer dan een excuus om oude vetes uit te vechten die weinig met afkomst hebben te maken. De etnische ideologie wordt er gewoon overheen gelegd. Onder de Turken was er een heel ander systeem van identiteit, toen telde vooral de godsdienst. Albanees of Serviër deed er weinig toe.''

Maar kan er dan wel genoeg haat ontstaan om juist op etnische grondslag te gaan moorden?

``De echte moordpartijen zijn georganiseerd door paramilitairen, die voor een belangrijk deel worden gerecruteerd uit de gevangenissen in Servië. Daar zitten heel veel psychopaten bij. En veel voetbalsupporters. Echt waar! Arkan was voorzitter van de supportersvereniging van Rode Ster Belgrado. Dat is een relatief kleine groep, met roof als belangrijkste motief. Zo werden ze ook overal binnengehaald. Er waren overal wel figuren die rekeningen hadden te vereffenen.''

Over de NAVO-bombardementen wilt u niet spreken, heeft u vooraf gezegd, om uw werk in Bosnie en Servië niet onmogelijk te maken. Maar kan het Westen een les trekken uit de afgelopen 20 jaar op de Balkan?

``Door de erkenning van de etnische nationale staten heeft de EU het etnische denken een zeer grote politieke legitimiteit verleend. Er werd voortdurend met de nationalisten onderhandeld. We wilden niet zien dat zo een kruitvat ontstond. Sinds de jaren '80 is de economie volledig in elkaar gestort, mede door de enorme schuldenlast. De bijna westerse salarissen in 1980 waren tien jaar later nog maar een tiende. Dat moest fout gaan en toch heeft het Westen amper economische hulp geboden.''

`Religion and the Politics of Identity in Kosovo' zal later dit jaar worden uitgegeven door C. Hurst & Co, Londen.