De laatste stammen

De laatste pokvirussen zouden eind juni worden vernietigd. Begin deze week gaf de Wereldgezondheidsor- ganisatie het virus uitstel tot 2002. Bij langer uitstel is een beslissing niet meer nodig: de mens kan het virus dan zelf maken.

DE LAATSTE pokkenpatiënt stierf eind augustus 1978. Het was een Britse medisch fotografe die in een laboratorium in Birmingham besmet was geraakt. De directeur van het lab pleegde zelfmoord.

De fotografe overleed een jaar nadat de pokken voor het laatst `in het wild' waren voorgekomen. Het voorval was een prikkel om het aantal labs waar pokkenvirussen werden bewaard te beperken. De labs vormden kennelijk een groter gevaar dan de wereld. Het aantal officiële bewaarplaatsen, in 1977 bestonden er nog 13, liep drastisch terug. Ook het Nederlandse RIVM zond zijn virusstammen naar de VS.

Uiteindelijk bleven er twee labs over. De pokkenvirusstammen liggen nu opgeslagen in de twee belangrijkste tegenstanders in de Koude oorlog, de VS en de Sovjet-Unie. Het Russische staatscentrum voor virologisch en biotechnologisch onderzoek in Koltsovo in Novosibirsk bewaart 200 verschillende stammen van het humane pokkenvirus (variolavirus) en het Centers for Disease Control in Atlanta 400. Die virussen zouden volgens een meermalen bevestigd en even vaak uitgesteld besluit van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) op 30 juni worden vernietigd. De bouw en de genenvolgorde van het humane pokkenvirus is namelijk volledig bekend en gepubliceerd. Bovendien worden gekloonde fragmenten van het genetische materiaal bewaard in gerecombineerde bacteriën. En in tegenstelling tot wat veel mensen denken en beweren: voor de vaccinbereiding is het humane virus niet nodig. Het pokkenvaccin dat de pokken de wereld uit heeft geholpen wordt bereid met (een variant van het) koepokkenvirus (vacciniavirus). De redenen om het humane pokkenvirus in al zijn variëteiten te bewaren – met de noodzaak van continue bewaking en het gevaar van diefstal door landen of terroristische organisaties – leek dus verdwenen.

Toch is begin deze week op de assemblee van de WHO het voorstel aangenomen om de vernietiging weer uit te stellen. In een voorbereidend comité schaarden dertig landen, waaronder de VS en Rusland, zich achter een resolutie die om uitstel vroeg. Het officiële doel van het verder bewaren is `verder internationaal onderzoek naar antivirale geneesmiddelen en naar verbeterde vaccins'. Het hoofd van de WHO, de voormalige Noorse premier Gro Harlem Brundtland, krijgt in de resolutie als opdracht om een programma voor het variola-onderzoek te ontwikkelen en een inspectieschema op te zetten dat moet waarborgen dat de bewaarde stammen veilig zijn opgeslagen en het onderzoek in goed uitgeruste labs wordt uitgevoerd. Ontsnapping van het virus zou een ramp kunnen betekenen, omdat in veel landen de kinderen, pubers en jong-volwassenen niet meer zijn gevaccineerd. Een geneesmiddel tegen de pokken bestaat niet. En het staat vast dat de wereldvoorraden koepokvaccin onvoldoende zijn om de ongevaccineerde bevolking pijlsnel te beschermen tegen een uitbraak. Als het virus vrijkomt moet de hoop gevestigd zijn op een rationele distributie en op een langzaam verspreidingspatroon.

Voorstanders van vernietiging wijzen er op dat het virus zelf van weinig nut is voor de ontwikkeling van een geneesmiddel, of eventueel betere vaccins. Zij wijzen er op dat er geen proefdieren bestaan die mensenpokken krijgen. Nieuwe middelen en vaccins die op basis van het virus worden ontworpen kunnen dus toch niet worden getest. Zij stellen hun vertrouwen in het aloude koepokvaccin dat 200 jaar geleden werd ingevoerd. Het is een van de werkzaamste vaccins die de geneeskunde tot zijn beschikking heeft, want de pokken zijn ermee uitgeroeid.

Tegenstanders van de vernietiging stellen dat de mens het recht niet heeft om een medeschepsel moedwillig te elimineren. Het argument past in het streven naar het behoud van biodiversiteit. Ze stellen dat er geen gevaar is voor terroristisch misbruik van het virus en dat militair gebruik bewezen onnuttig is. Voorstanders van eliminatie wijzen daarentegen op de mogelijkheden van misbruik en op de miljarden mensen die alleen al dit millennium aan de pokken zijn gestorven. De emoties laaien hoog op.

Niet uitgesproken in het officiële WHO-document, maar waarschijnlijk wel de reden dat de Amerikaanse regering zich tegen vernietiging verzet, is het militaire belang van het pokkenvirus. Zijn die twee opslagplaatsen met 600 stammen in Atlanta en Koltsovo wel de enig overgeblevenen? Nog maar 50 jaar geleden hadden honderden laboratoria de beschikking over het virus. Het kan ultrakoud of drooggevroren bewaard blijven. Het is onwaarschijnlijk dat ieder het braaf heeft ingeleverd. Inmiddels is het zeker dat er geheime militaire voorraden bestaan in Rusland en vermoedelijk ook in Noord-Korea. De Sovjet-Unie zou bovendien tonnen aan virusmateriaal in raketkoppen hebben opgeslagen. En hebben de tegenstanders van vernietiging die zeggen dat militaire of terroristische acties met het virus weinig resultaat zullen hebben gelijk? Veelzeggend is misschien dat de VS, Rusland, Canada en Israel hun soldaten nog steeds vaccineren tegen pokken. Ook houden ze miljoenen doses van het koepokvaccin voor hun burgers gereed.

Een bijna filosofische vraag, maar voor virologen niettemin de harde werkelijkheid, is of de verwante pokvirussen van aap, kameel of rund kunnen evolueren tot menselijke pokvirussen. Het uitgeroeide pokvirus heeft immers een ecologische niche achtergelaten waarin een verwant virus zich zou kunnen vestigen. Virologen concluderen voorlopig dat er heel wat mutaties nodig zijn. Maar het is ooit, waarschijnlijk lang na het verschijnen van de mens op aarde, eerder gebeurd.

Dat is een onbehaaglijke gedachte die nog onheilspellender wordt door de wetenschap dat de pokken opdoken snel nadat de mens zich op vaste plaatsen vestigde in grote bevolkingsconcentraties die met elkaar in contact stonden. Het pokvirus handhaaft zich alleen als het in een eindeloze keten van besmette op onbesmette mensen kan voortzetten. De mens die een pokinfectie overleeft draagt het virus niet meer bij zich en is immuun voor een nieuwe infectie. Na een epidemie is het virus dus niet meer in het getroffen gebied aanwezig. Herintroductie kan pas jaren later tot een nieuwe epidemie leiden onder hen die niet eerder werden besmet en onder de kinderen die na de vorige epidemie werden geboren. Het pokvirus heeft een continent vol mensen, of minstens een subcontinent als India nodig om te kunnen overleven.

In de jaren zeventig van onze eeuw werd de wereld echter te klein voor het virus. Massale vaccinatie van pasgeborenen doorbrak de verspreidingsketen. De WHO verklaarde de wereld in 1980 pokkenvrij. De laatste pokvirussen wachten in diepvrieskisten op hun gang naar de autoclaaf. Maar de executie is dus weer uitgesteld. Bij langer uitstel wordt de vernietigingsvraag onbelangrijk. De samenstelling van het virus is bekend. De genetische technologie ontwikkelt zich zo onstuimig dat wetenschappers over een jaar of tien jaar op basis van de informatie over genen en eiwitten het pokvirus op ieder moment zelf kunnen maken.