Blijvers en hoppers

Laatst hoorde ik het mezelf zeggen tegen een nog jonge man en ik schaamde me al voor ik was uitgesproken: ,,Vijftien jaar bij hetzelfde bedrijf, is dat niet een beetje lang?'' Postmoderne prietpraat, zomaar onverhoeds aan meegedaan. Het gevaar loert toch aan alle kanten. Even niet opgelet en het modebegrip `flexibiliteit' greep in mijn hoofd zijn kans. Want daar ging het in dit geval om: het nieuwe sociaal-maatschappelijke ideaal wil dat iedereen zich op de arbeidsmarkt flexibel opstelt, geen vaste baan ambieert, laat staan een baan voor het leven. Men moet bij voortduring open staan voor veranderingen die zich aandienen, liefst daarbij vanuit een lerende attitude zelf het initiatief nemen en één en ander bij voorkeur beleven als een uitdaging. Wie een dergelijke flexibiliteit niet kan opbrengen doet in de nabije toekomst niet meer mee.

Al eens eerder heb ik er op deze plaats op gewezen dat men er hierbij ten onrechte van uitgaat dat ieder mens in staat is zich zon innoverende attitude eigen te maken. Dat is niet zo, want hierbij spelen aanlegverschillen een belangrijke rol. Als we niet oppassen ontstaat dus een grotere onrechtvaardigheid en ongelijkheid dan we misschien willen.

De socioloog Sennett gaat echter nog een stap verder. Stel dat iedereen wat dit betreft wèl mee zou kunnen komen, welke gevolgen zou die postmoderne werkmoraal hebben voor de persoonlijkheidsontwikkeling? Hij is daar pessimistisch over en gaf zijn boek dan ook de titel `The Corrosion of Character; the personal consequences of work in the new capitalism'. En de kernvraag die hij stelt is: ,,How can a human being develop a narrative of identity and life history in a society composed of episodes and fragments?''Identiteit is een moeilijk te omschrijven begrip, net als `zelf' of `ik'. Wie het op zichzelf betrekt kan nauwelijks aangeven, wat hij er precies mee aanduidt. Vaak komt men niet veel verder dan cirkelredeneringen in de trant van ,,ik ben mezelf, ik voel mezelf als ik, ik denk over mezelf als ik''. Wat ermee wordt bedoeld, wordt iets duidelijker als zulk zelfgevoel ontbreekt, zoals bij sommige psychiatrische patiënten. Hun belevingen zijn gestoord, omdat die los van elkaar blijven hangen. Er is geen doorleefd ik-gevoel dat ze in zinvolle samenhang bundelt tot een eigen levensverhaal, geen `narrative'. Als ik Sennett goed begrijp is hij bang dat mensen die op de arbeidsmarkt worden doordrongen van de postmoderne moraal van geen bindingen, ook los raken van hun eigen levenslijn en al helemaal in de problemen raken als zij kinderen moeten grootbrengen. Hij citeert een andere socioloog die het sprekend over de moderne arbeidsmarkt heeft over ,,de kracht van zwakke verbintenissen'':men is succesvoller naarmate men minder wordt gehinderd door duurzame connecties, inclusief de daarbij behorende loyaliteiten, en meer beschikt over voorbijgaande contacten, die men van de ene op de andere dag kan laten vallen, omdat ze slechts van tijdelijk nut zijn. Zo worden medewerkers, cliënten en collega's in hoge mate inwisselbaar voor elkaar. Netwerken zijn waardevoller naarmate ze losser zijn.

Als men zo'n instelling dag in dag uit meemaakt – en Sennett toont met sprekende voorbeelden aan dat het in het bedrijfsleven in toenemende mate zo is gesteld – gaat het gehele denken, voelen en beleven daarnaar staan. Zoals een vader het zegt: ,,U kunt zich niet voorstellen hoe stom ik mezelf voel als ik het tegenover mijn (tiener)kinderen heb over commitment. Het is voor hen een volkomen abstract begrip. Ze zien het nergens om zich heen.''

Commitment vereist namelijk lange termijn verbintenissen en daarmee doe je jezelf en je kansen tekort.

Het kenmerk bij uitstek van het postmodernisme is dat er geen levensmotief is waaraan handelingen hun samenhangende betekenis ontlenen. Het motief is dat er geen motief is, geen omlijnend kader. Iedere daad, iedere beslissing staat op zichzelf, is een fragment, en zo ontstaan losse episodes, steeds een `stuk leven' zoals men het in modern spraakgebruik zo treffend kan zeggen. Wat je vandaag doet, hoeft niets te maken te hebben met wat je gisteren, laat staan in het verdere verleden deed. Iedere dag een nieuw begin, een losse brok.

En eigenlijk heeft dat met flexibiliteit niet zo veel te maken. Flexibel wil volgens mij toch vooral zeggen: veerkracht om na buiging en bochten weer naar de oorspronkelijke vorm terug te keren. Maar in de postmoderne samenleving die Sennett schetst zijn nog maar weinig vaste vormen en en bindende kaders te vinden.

Nu gaat het niet aan een moreel oordeel te vellen over verbrokkelde en gefragmenteerde levenslijnen. Mensen verschillen naar hun aard ook in de mate waarin zij behoefte hebben aan samenhang en continuïteit. Het gaat er volgens mij meer om dat als je niet oppast degenen bij wie een dergelijk levensverhaal niet past er toch toe worden gedwongen.

Bovendien heeft ieder goed lopend bedrijf waarschijnlijk zowel behoefte aan blijvers als aan hoppers.