Bijlmerenquête 2

De vragen die Peter Vasterman (8 mei) heeft gesteld naar de ethiek van de journalistiek worden op openhartige wijze beantwoord door Natasha Gerson en Wilja Jurg (11 mei).

Zij leren ons dat serieuze onderzoeksjournalistiek tijd en geld kost, geen spectaculaire onthullingen oplevert en de verantwoorde verhalen te specialistisch en te moeilijk werden bevonden.

Zij belandden in de journalistieke hel, de wetenschapskaternen. Dan maar zo onderbouwd mogelijk problemen aankaarten. Gezien de gierigheid van de hoofdredacteuren en het gebrek aan tijd mogen wij aan deze onderbouwing geen al te hoge eisen stellen.

De truc is nu dat de journalist niet alleen de vragen stelt, maar ook de antwoorden beoordeelt. Antwoorden die strijdig zijn met de werkhypothese worden als onvoldoende of onjuist afgewezen.

Deze foute antwoorden bewijzen dat de autoriteiten samenspannen om het publiek te misleiden. Hierdoor onstaat de gewenste reeks spectaculaire onthullingen. De `collateral damage' veroorzaakt door de onthullingen bij slachtofffers van het oorspronkelijke probleem kan vervolgens op rekening van de stuntelende gezagsdragers geschreven worden.

Het merkwaardige is dat de vragen alleen gericht worden aan de overheid. Niets belette journalisten hun vragen voor te leggen aan dezelfde deskundigen die de enquêtecommissie uit de droom hielpen. De dreiging van de wetenschapskatern heeft hier kennelijk remmend gewerkt.

Particulieren die op een dergelijke manier worden aangepakt kunnen een beroep doen op art. 261 van het Wetboek van Strafrecht inzake smaad. Zou het niet nuttig zijn als slachtoffers van ongefundeerde paniekverhalen in de media (of hun ziekteverzekeraars) soortgelijke juridische bescherming werd geboden?

Dit zou wellicht als extra bonus hoofdredacteuren ertoe kunnen bewegen meer geld beschikbaar te stellen voor serieuze onderzoeksjournalistiek.