Waar is die vinger toch

,,Zoek de vinger! Waar is de vinger?'' Op dat bevel van de schipper ontwaken we. De schipper kijkt zelf ook even zoekend rond, op het achterdek, in de kuip, op het randje van de reling, maar ziet niets. Hij concentreert zich weer op de kustlijn. Windkracht zes blaast van achteren in de enorme zeilen en stuwt ons in volle vaart op de havenmond van Scheveningen af. De rotsblokken van de nauwe ingang komen rap naderbij. En nog hebben we de vinger niet gevonden.

Ik veeg een druppel bloed van mijn jas, speur vanaf mijn plek bij de traveller naar het afgerukte lichaamsdeel en volg uit een ooghoek de verrichtingen van de twee zeilers, die het achterdek systematisch afzoeken. Een van hen steekt razendsnel iets in zijn mond.

,,Heb je hem?'' Ten antwoord opent de jongen zijn lippen op een kier en een klein stukje vlees is zichtbaar. ,,Oké'', roept de stuurman. ,,Vinger terecht. Hoe is het met Ronald?'' Iemand verdwijnt in de kajuit om polshoogte te nemen.

De marifoon kraakt en een stem meldt dat er een ambulance onderweg is. Uit de kajuit komt het bericht dat Ronald in shock verkeert, maar dat de hand verbonden is. De schipper geeft nog wat aanwijzingen (,,Leg iets in zijn nek, geef hem wat te drinken.'') en begint de rest van zijn bemanning te instrueren voor het strijken van de zeilen in de haven.

Ik weet niet wat meer mijn aandacht heeft. Het filmpje in mijn hoofd van het ongeluk, de snelheid waarmee we de haven indenderen, of het stukje nagel dat twee meter verder ligt.

Het is in een fractie van een seconde gebeurd. Zeiler Ronald liep tijdens een overstag van lij naar loef, gleed uit, greep per ongeluk de grootschoot vast en het volgende moment spatte er een druppel bloed op het dek. Ronald liep door en zag eruit alsof hij zo overboord zou stappen, of we niet middenin een wedstrijd met de zeven andere Maxi's zaten. Toen zag de schipper dat er een vinger ontbrak.

Vijf, tien, vijftien minuten later liggen we in de haven. De zoektocht naar de vinger begint opnieuw. Het stukje in de mond blijkt niet het hele ontbrekende deel te zijn. Dan valt iemands oog op de handschoen, die nog altijd in het blok hangt. De wijsvinger zit er nog in en wordt in een zak ijs aan het ambulance-personeel meegegeven. Later horen we dat die niet meer kon worden aangenaaid. Ronald was nog jarig ook.