Voor Westen inzet nu verhoogd

Het Westen is steeds ambivalent geweest tegenover Miloševic. De aanklacht zal die houding veranderen. Een inventarisatie van de Westerse houding.

Zelfs de vorige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Warren Christopher, raakte in het najaar van 1995 tijdens de onderhandelingen over een vredesakkoord voor Bosnië geïntrigeerd door de charmes van Slobodan Miloševic, toen president van Servië. Christopher, zelf een bijna deemoedige persoonlijkheid, zei in de aanloop naar het Dayton-akkoord tegen zijn Bosnië-gezant Richard Holbrooke: als het lot Miloševic een andere geboorteplaats en opleiding had bezorgd, zou hij een succesvol politicus in een democratisch systeem zijn geweest.

Christopher's observatie is slechts één voorbeeld van de ambivalentie waarmee de wereldgemeenschap en vooral het Westen het afgelopen decennium Miloševic, nu president van Joegoslavië, heeft bejegend: ook al was hij voor hen de architect van de oorlogen in ex-Joegoslavië, de internationale leiders en frontdiplomaten die met hem te maken kregen, lieten zich nooit echt diskwalificerend over hem uit. Die ambivalentie was gestoeld op het pragmatische standpunt dat hij een gekozen leider was, en op een zekere fascinatie voor de persoon Miloševic.

Hoewel Miloševic volgens Westerse onderhandelaars de hoofdverantwoordelijke was voor de etnische zuiveringen en massale moordpartijen in Kroatië en Bosnië, weigerden zij hem jarenlang publiekelijk af te schilderen als een oorlogsmisdadiger. Cynisme en Realpolitik gingen hierbij hand in hand: een andere leider in Belgrado was er niet en de kans was groot dat de wereldgemeenschap hem in de toekomst weer nodig had.

Westerse regeringen, vooral de Amerikaanse, kregen vóór en na het Dayton-akkoord van november 1995 een blijvend belang om het kanaal met Miloševic open te houden. Hij maakte bij de totstandkoming van `Dayton' zijn Bosnisch-Servische delegatieleden - ,,die boerenpummels uit Pale'' zoals hij ze noemde - monddood en zorgde er daarna voor dat de explosieve situatie in Bosnië niet opnieuw escaleerde. De transformatie van potentiële oorlogsmisdadiger tot staatsman was de ,,politieke heruitvinding'' van Miloševic, oordeelde The New York Times eind 1995. Een heruitvinding die mogelijk was in een internationaal juridisch en moreel vacuüm omdat een aanklacht van het Haagse oorlogstribunaal tegen hem uitbleef.

Het Westen had Miloševic vroeg of laat ook nodig inzake `Kosovo': het volgens waarnemers `grootste kruitvat' van Joegoslavië, dat in Dayton niet of nauwelijks ter sprake was geweest omdat Christopher en Holbrooke hun handen al vol hadden aan Bosnië, en sindsdien onaangeroerd bleef. Toen Kosovo vorig jaar inderdaad ontplofte en Miloševic zijn troepen losliet op de Kososo-Albanezen, bleef het Westen nog steeds betrekkelijk mild over Miloševic.

Ook Richard Holbrooke, die het meest met hem onderhandelde, wilde eind januari van dit jaar tegenover deze krant niet ingaan op de vraag of Miloševic niet allang in een Haagse cel hoorde te zitten: ,,Of hij een oorlogsmisdadiger is, hangt af van een keten van bewijs.'' Sinds Miloševic eind maart de etnische zuiveringen in Kosovo verhevigde, zijn de publieke reserves van Westerse leiders over hem verdwenen en noemen ze hem een mini-Hitler. Het internationale onderhandelingskanaal met hem is nog steeds open: dit keer niet via de Amerikaan Holbrooke, maar via de Rus Tsjernomyrdin, die waarschuwt dat hij niet de `postbode' van de NAVO is.

Nu de aanklacht tegen Miloševic openbaar is gemaakt, lijkt de internationele ambivalentie in het oordeel over Miloševic formeel van de baan. Maar ook treden nieuwe publieke en politieke krachten in werking. Kan de NAVO een akkoord of zelfs maar compromissen sluiten met een verdachte van oorlogsmisdaden? De aanklacht leidt er toe dat de publieke opinie en politieke leiders de details van de onderhandelingen nu nog meer onder een microscoop zullen leggen. Daarmee is de inzet voor het Westen verhoogd: de NAVO kan het zich nu nog minder permitteren om te verliezen van een officiële kandidaat-oorlogsmisdadiger.