Tobbende babyboomer

Vijf jaar geleden mocht ik meerijden met een aankomend captain-of-industry. Zittend in zijn Lancia met notenhouten stuur, rekende ik op Händel of Mozart uit de autoradio. Ik kreeg de `greatest hits' van Bruce Springsteen. En concludeerde dat `the boss' nu dermate was ingegroeid in het establishment dat we hem maar beter konden vergeten. Een overhaaste conclusie, blijkt uit de film Bruce Springsteen: a secret history van Steven Goldmann. Zijn songs mogen `evergreens' zijn, hij zelf worstelt, thuis op de bank of elders op een barkruk, meer dan ooit met zichzelf. ,,Hoe ouder je wordt, hoe meer er op het spel staat, hoe hoger de prijs.''

Bruce Springsteen is een van de belangrijkste muzikanten van de afgelopen kwart eeuw. De sleutel hiervoor ligt in zijn songs en zijn optreden, in zijn introverte teksten en zijn extroverte muziek. In een paar decennia is de puistige babyboomer (1949) uit Asbury Park (New Jersey) zo de personifactie geworden van het Amerika der jaren zeventig/tachtig, van een jonge middenklasse die na Dylan en Vietnam een eigen wereld- en mensbeeld zocht.

Springsteen kon die generatie antwoord geven, mede omdat de jaren zestig aan deze jongen uit een `niet-politiek gezin' voorbijgegaan waren. Terwijl leeftijdgenoten zich manifesteerden op straat, trad hij in clubs op voor een tiental mensen. Toen hij van CBS met zijn inmiddels geformeerde E Street Band een plaat mocht maken, veranderde alles. Van zijn derde album, Born to run (1975), werden vrij snel 23.000 exemplaren verkocht. ,,Wie zijn al die mensen die de plaat hebben gekocht'', vroeg Springsteen zich af. De gevolgen van Darkness on the edge of town (1978) waren helemaal immens. ,,Ik begon overal over na te denken: wie ik was, waar ik vandaan kwam.'' Het resulaat was The River (1980), een plaat waarin hij naar eigen zeggen met `pijn zichzelf zichtbaar' probeerde te maken. Een tweede poging – Nebraska (1982), zijn `meest persoonlijke' plaat - hielp evenmin. Want met Born in the USA maakte hij de `cross-over' naar jongeren die nog in de luiers lagen toen hij al optrad. Hij werd een held: in de VS en Europa. Er was geen weg terug. ,,Ik werd musicus om verantwoordelijkheden te vermijden.'' Nu weet hij dat het een `misverstand is om eindeloze keuzes' in het leven als `vrijheid' te zien.

Goldmann heeft deze ontwikkeling helaas alleen maar in tekst gevangen. Zijn film is daarom gewoon een lang interview, opgesierd met fragmenten van concerten, clips en archiefmateriaal. De concertregistraties worden zo snel afgebroken dat je, net als het vuur van de ongehoorde energie van Springsteen & E Street Band overslaat, alleen nog maar naar de platenkast kan grijpen. De clips en de archiefbeelden bevestigen vooral wat we al dachten te weten: namelijk dat Amerika een pioniersland is waar alleen `survival' en `instinct' gelden en dat zo nog altijd op Siberië lijkt. Weliswaar is Springsteen de personificatie gebleven van de `kids' en hooguit indirect doorgedrongen tot de autoradio's in Lancia's, zijn betekenis beperkt zich na een kwart eeuw niet meer tot een desolate afbraakwijk als decor voor een vraaggesprek. ,,Isolement maakt een groot deel van het Amerikaanse karakter uit'', zegt Springsteen. Meer geheimen heeft Goldmann niet gevonden.

2 op 1: Bruce Springsteen. Ned 1, 00.21-01.11u.