TNO: Snelle groei flexwerk lijkt ten einde

Het einde van de snelle opmars van flexwerk door oproep- en uitzendkrachten nadert. Het aandeel van flexwerkers in de totale werkgelegenheid lijkt zich te stabiliseren op ruim 10 procent van de werknemers.

Dat blijkt uit onderzoek van TNO Arbeid, dat gisteren is gepresenteerd. Slechts één op de tien bedrijven wil de komende tijd meer gebruikmaken van ingeleende of tijdelijke werknemers, terwijl één op de vijf bedrijven het gebruik juist wil terugdringen.

Bedrijven blijven wel onverminderd streven naar meer flexibiliteit, maar acht op de tien bedrijven zoekt die vooral in bredere inzet van het personeel. In de procesindustrie bijvoorbeeld investeren werkgevers al veel om personeel breder in te zetten en het aantal flexwerkers terug te dringen.

Volgens minister De Vries (Sociale zaken) stuiten de werkgevers vooral op wat hij noemt de natuurlijke grenzen van flexwerk. Inzet van tijdelijke werknemers leidt vaak tot hogere kosten voor werving en selectie, inwerken is duurder en de uitzendkrachten zijn ook minder gebonden aan het bedrijf. De Vries is voorstander van soepele inzet van vast personeel. ,,Brede inzetbaarheid goed voor bedrijf en werknemers. Het maakt de medewerkers mobieler en weerbaarder.'' (ANP)