Suriname doet na jaren weer rechtshulpverzoek

Omdat Nederland zich volgens Paramaribo schuldig maakte aan justitieel kolonialisme, weigerde Suriname drie jaar lang het rechtshulpverdrag na te leven. Tot vorige week.

Voor het eerst in drie jaar heeft de Surinaamse regering de Nederlandse justitie officieel gevraagd samen te werken bij het aanpakken van cocaïnesmokkel.

De Surinaamse minister van Justitie, P. Sjak Shie, heeft zijn collega B. Korthals (Justitie) in een vorige week verzonden rechtshulpverzoek gevraagd hem alle relevante informatie te geven over de begin deze maand in Nederland onderschepte hoeveelheid van 700 kilo cocaïne. De met een KLM-vlucht uit Suriname aangevoerde drugs is de grootste partij die ooit op Schiphol is onderschept.

Tot nu toe weigerde de huidige Surinaamse regering het rechtshulpverdrag na te leven, omdat Nederland zich volgens Paramaribo schuldig maakte aan justitieel kolonialisme. De Haagse vervolging wegens grootschalige drugshandel van ex-legerleider D. Bouterse was Suriname een doorn in het oog. Die houding lijkt Suriname nu te verlaten.

In de 700 kilo-zaak is nog geen enkele arrestatie verricht. Volgens Surinaamse bronnen weet de politie in Paramaribo inmiddels wie de tussen groenten verstopte partij cocaïne heeft verzonden. ,,Maar om aanhoudingen te kunnen verrichten hebben we officiële documenten nodig. Zoals bijvoorbeeld het rapport van het gerechtelijk laboratorium waaruit blijkt dat de onderschepte partij drugs echt cocaïne is en geen melkpoeder'', aldus een opsporingsambtenaar.

In het Nederlandse onderzoek naar de ontvangers van de partij is het vermoeden gerezen dat de drugssmokkelaars over corrumptieve contacten konden beschikken op de luchthaven Schiphol. De bedoeling is waarschijnlijk geweest om de drugs ,,via de achterdeur'' langs de douane op het vliegveld te loodsen.

Een woordvoerder van het Nederlandse ministerie van Justitie zei vanochtend dat minister Korthals het Surinaamse verzoek om rechtshulp in overweging heeft.

Bij het openbaar ministerie hoopt men dat de koerswijziging ook consequenties heeft voor de opstelling van de Surinaamse autoriteiten in de strafzaak-Bouterse. Tot nu toe worden in die zaak nog steeds geen verzoeken van Nederland gehonoreerd.

De door de Haagse rechtbank opgeroepen chef van de Surinaamse recherche, C. Santokhi, kreeg van zijn regering bijvoorbeeld geen toestemming om op 18 mei een getuigenverklaring in Den Haag te komen afleggen. Santokhi is inmiddels door een van de drie Surinaamse hoofdverdachten in de Bouterse-zaak, Richard L., in kort geding in Paramaribo gedagvaard. In het geding dat op 9 juli in Suriname dient moet Santokhi op straffe van een dwangsom verklaren dat de Surinaamse politie nooit serieuze drugsverdenkingen tegen Richard L. koesterde. Santokhi heeft eerder de Nederlandse politie informatie verschaft. Volgens de advocaat van Santokhi, F. Kruisland, is de eis onzinnig en kan een opsporingsambtenaar niet worden verweten dat hij zijn werk heeft verricht.

Het proces tegen Bouterse is de afgelopen week hervat met de behandeling van het dossier van een medeverdachte, de vermeende witwasser Moenipersad M. De Haagse rechtbank heeft in een ongebruikelijk langzaam tempo de wisseltransacties doorgenomen.

De Haagse rechtbank, die officieel zegt de zaak tegen Bouterse en zijn medeverdachten normaal te willen afhandelen, probeerde vooral te voorkomen dat ze al inhoudelijk moest ingaan op de Bouterse-stukken. Men wachtte op de Hoge Raad. De avocaat van Bouterse, A. Moszkowicz, boycot namelijk nog steeds het proces. Hij vindt dat de behandeling van de strafzaak is geschorst zolang de Hoge Raad zich niet had uitgesproken over de door hem opgeworpen kwestie dat de rechtbank van Rotterdam de zaak-Bouterse moet behandelen.

Het hoogste rechtscollege heeft vandaag beschikt dat Den Haag wel degelijk de meest geschikte rechtbank is. Er is nergens gebleken dat ook in Rotterdam onderzoek is verricht naar de feiten waarvoor Bouterse in Den Haag terecht moet staan. Dat oordeel is conform het advies van advocaat-generaal J.W. Fokkens.

Of Moszkowicz vanaf nu besluit een inhoudelijke verdediging te gaan voeren, is onduidelijk. Hij weigerde vanmiddag commentaar tegen deze krant. Het is mogelijk dat Moszkowicz pas in hoger beroep in actie zal komen. Hij stelt zich namelijk op het standpunt dat de rechtbank de behandeling van de strafzaak had moeten schorsen tot het oordeel van de Hoge Raad.

De rechtbank vindt dat Moszkowicz misbruik maakte van procesrecht. De Hoge Raad heeft deze kwestie niet behandeld. Of de rechtbank had moeten schorsen zal nu pas blijken over twee jaar als de Hoge Raad het eindoordeel velt in de zaak-Bouterse. Mogelijk begint het proces dan opnieuw omdat het nietig is begonnen.