Rotzooi met een knipoog

John Waters werd bekend als regisseur van films waarin de wansmaak hoogtij viert. Nu exposeert hij foto's van konten, puisten en Liz Taylor.

John Waters praat het liefste in kapitalen: Penis! Puke! Pimple! In zijn kleine encyclopedie van de wansmaak is de hoofdletter P favoriet. De regisseur van cultfilms als Pink Flamingos (1972) en Polyester (1981), die bij het grotere publiek doorbrak met zijn musical-parodieën Hairspray (1988) en Cry Baby (1990), is in Brussel voor de opening van zijn fototentoonstelling My Little Movies. Zijn eigen `anti-geschiedenis van de film', noemt Waters (1946) de daar geëxposeerde collages van filmfoto's waarop uitpuilende borsten, heiligenlevens met rafelrandjes, vieze wc-potten en acteurs met pukkels zijn verzameld. Het zijn geen onbekende motieven voor wie zijn werk een beetje kent. In Waters' films worden drollen verorberd, treden voluptueuze actrices zonder tanden op als Moeder Gods, was de corpulente travestiet Divine tot zijn dood in 1989 zijn favoriet, worden taboes en perversiteiten uitgebuit en vinden we onder de vaste bijrolspelers een bonte stoet van outsiders en exponenten van de Amerikaanse undergroundcultuur. Waters maakte films met de tegenwoordige talkshowpresentatrice Ricki Lake, pornosterretje Traci Lords, zanger Sonny Bono en bezorgde de inmiddels tot superster uitgegroeide Johnny Depp zijn leukste rol als huilende rockabilly in Cry Baby. De uiterst beminnelijke Waters publiceerde daarnaast drie semi-autobiografische boeken waarin hij uiteenzet wat er zo aantrekkelijk is aan shockeren (`Het is leuk'). Het leverde hem twijfelachtige eretitels op als `The Prince of Puke' en `The Pope of Trash'. En terwijl hij ze nog eens uitspreekt, proeft hij die P's met plezier. Want hoe smerig zijn films, vooral de oudere, en foto's ook zijn, ze zijn nooit gespeend van dat tikje vileine en ontregelende humor dat ze weer dragelijk maakt.

,,Humor is erg belangrijk'', bevestigt Waters. ,,Ik mag dan een voorkeur hebben voor rotzooi, maar het is wel rotzooi met een knipoog. Dat is ook het verschil met de overdreven media-aandacht die er de laatste tijd voor het groteske is. Jerry Springer laat in zijn talkshow dan misschien wel hetzelfde uitschot zien als ik in mijn films, maar het is wel elke dag dezelfde misère zonder enige relativering of ironie.''

Vieze voet

Niet iedereen zal direct behoefte hebben om een blik te werpen op een Waters-foto als 12 Assholes and a Dirty Foot. De titel van het werk laat weinig te raden over, de close-ups van achterwerken nog minder. Reden waarom er een keurig gordijntje voor hangt. Maar die vieze voet, die spreekt wel tot de verbeelding, dus je moet toch even kijken, al was het maar om zeker te weten dat die vieze voet ook inderdaad een vieze voet is. Pimples laat een reeks filmpersonages met pukkels zien, van Jackie Chan tot Josse de Pauw in Crazy Love (`de beste pukkelfilm aller tijden') en Doubles is een dubbelportret van Divine en Liz Taylor als een soort tweelingzusjes `from hell'. Beide filmdiva's figureren nog op andere werken. Liz Taylor verandert na een serie bloederige foto's van gezichtsoperaties in de regisseur zelf (`Iedereen wil Liz Taylor zijn, dus dat heb ik maar eens omgedraaid') en de als Harris Glenn Milstead geboren Divine kijkt de toeschouwer op Shocked Divine aan met een blik van afgrijzen ,,die de meeste mensen zullen hebben als ze haar voor de eerste keer zien: `God wat ben jij lelijk''', aldus Waters.

,,Er is niet zoiets als slechte smaak'', doceert Waters nog maar eens terwijl hij zijn foto's voor de zoveelste keer met plezier bekijkt. ,,Want om slechte smaak te herkennen moet je zelf een zeer goede smaak hebben.'' Zo bestaat er, meent hij, ook niet zoiets als een slechte film, want ,,niemand besluit op een dag om nou maar eens een slechte film te gaan maken. In principe zijn alle films goed waar maar een enkel beeld in zit dat je aandacht weet te vangen. En als je je bedenkt dat één seconde film uit vierentwintig beeldjes bestaat, moet je wel van goeden huize komen wil je beweren dat er niet één beeld in zit dat de moeite waard is.

,,Wist je trouwens hoe moeilijk het is om echt goede kotsscènes te vinden of een close-up van een pukkel?'', vervolgt de filmmaker met vuur. ,,Er zijn maar weinig films waarin het de acteurs is toegestaan om pukkels te hebben, behalve als dat een functie heeft voor de plot, zoals in Crazy Love. Op elke filmset loopt een dame van de make-up rond om oneffenheidjes weg te plamuren. Dat is Pure Pimple Protection!''

Angst en walging in Baltimore, Waters' geboorteplaats, thuishaven en decor voor al zijn films, zo zou je het thema van zijn werk kunnen samenvatten. Waters is de tegendraadse kroniekschrijver van de onderbuik van Amerika. De foto's bevestigen dat eens te meer: ,,Zonder uitzondering gefotografeerd van het televisiescherm, het zijn geen originele composities, maar found footage uit B-films, al ben ik er vaak welbewust naar op zoek gegaan.

,,Behalve een eerbetoon aan de zogeheten slechte film en een verzameling van `a few of my favourite things''', parafraseert Waters Julie Andrews, ,,zijn mijn collages ook montage-experimenten. Ze onderzoeken wat voor betekenis beelden krijgen als ze worden gecombineerd met andere beelden, of als ze juist uit hun context worden gehaald en geisoleerd. Je kunt ze lezen als kleine verhaaltjes met een begin, midden en eind. Zo worden het een soort mini-speelfilms. Filmpjes zoals ik ze me herinner of die ik gemaakt zou willen hebben: `My Little Movies.' ''

Buikspreker

Dit najaar wordt zijn film Pecker in de Nederlandse bioscopen verwacht, over een tienerjongen uit Baltimore, die onverwacht succes heeft in de New-Yorkse kunstwereld met onscherpe snapshots van de achterbuurten van zijn woonplaats, portretten van zijn suikerverslaafde zusje, zijn buiksprekende grootmoeder met haar Maria-beeld en de mannelijke stripteasedansers in een louche homobar. Hun rustige leventjes met overzichtelijke eigenaardigheden worden onderwerp van spot en dédain van de kunstpausen uit Manhattan, die in Peckers foto's een onbedoelde vorm van `camp' zien. ,,Pecker is beslist geen autobiografische film'', zo haast Waters zich te beklemtonen. ,,Al is de verleiding groot om dat te denken, maar om te beginnen kom ik uit een heel ander milieu, meer middle class, terwijl Pecker echt tot de maatschappelijke onderklasse behoort. Ik wilde de film maken, omdat ik me afvroeg hoe al die mensen die bij Jerry Springer optreden, maar ook - de halfgare types die door fotografe Diane Arbus werden geportretteerd, tegen zichzelf aankijken. Ze staan er nou niet bepaald op hun voordeligst op. Mijn film moest gaan over de invloed die dat op hun leven heeft. Misschien zijn ze wel apetrots en kennen ze hun hun gebreken dondersgoed, aan de andere kant kan het ook behoorlijk vernederend zijn om met je scheve bek landelijk verspreid te worden op de cover van een tijdschrift.''

Amoralist Waters blijkt er dus wel degelijk een vorm van ethiek op na te houden. ,,Op zich heb ik niets tegen exploitatie, ook niet tegen exploitatie van het abnormale, als je er de humor maar van kunt inzien. En, erg belangrijk, als de hoofdpersonen dat zelf ook maar kunnen. Geen enkele van mijn personages is buiten de film hetzelfde als op het witte doek. Ze spelen allemaal een rol. Misschien is het alleen maar een uitvergroting van wie ze zijn, maar dat gebeurt nooit zonder hun medeweten.''

Dan is de Sultan of Sleaze wel weer lang genoeg serieus geweest: ,,Waarom vragen jullie journalisten me nou eens niet echt interessante dingen, zoals de kleur van m'n sokken of wat ik vanochtend gegeten heb?'' Waarop hij vertelt hoe hij eens tijdens het New York Filmfestival vanuit een openbare telefooncel Jean-Luc Godard opbelde om hem de vijf stomste vragen uit de filmjournalistiek te stellen. Wat zijn favoriete kleur was (`blauw') en wat hij zijn minst geslaagde film vond (`Bande à part') en hoe die Franse meester braaf antwoorden gaf op de sukkelige vragen. En zo blijven er altijd nog wel wat teentjes over om een beetje te kietelen. ,,Als ik een film wil maken moet ik altijd zoveel mogelijk mensen behagen om hem gefinancierd te krijgen. Met beeldende kunst kun je veel makkelijker shockeren, want hoe minder mensen er iets aan vinden, hoe beter het schijnt te zijn. En in de kunstwereld ziet iedereen er bovendien veel beter uit. Iedereen loopt op zo'n schijnheilige, snobistische manier mooi te wezen alsof er niets aan de hand is. In de filmwereld weet iedereen dat hij er goed uitziet, want daar draait het om. Daarom doe ik ook zo m'n best om in m'n films dat schijnbeeld van schoonheid te ontmaskeren.''

My Little Movies. Photographic Works by John Waters. Te zien tot 19 juni in Galerie Aeroplastics Contemporary, 32 Blanchestraat, Brussel. Woensdag tot zaterdag van 13-19u. of op afspraak. Inl.: 00 32 2 5372202 of www.aeroplastics.net. `Pecker' wordt later dit jaar in de Nederlanse bioscopen verwacht.