Reuzenduizendpoot

Een duizendpoot die tweeënhalve meter lang is. En een halve meter breed. Zo'n monsterlijk beest kroop ooit op aarde rond. Heel lang geleden. Dat weten we omdat er enkele weken geleden fossielen van dit dier zijn gevonden. Fossielen zijn oude overblijfselen van dieren of planten. Ze kunnen duizenden, zelfs miljoenen jaren oud zijn en vertellen precies hoe planten en dieren er vroeger uitzagen. Zo zijn er bijvoorbeeld fossielen opgegraven van mammoeten en van dinosauriërs. Die beesten leven nu niet meer, maar omdat er fossielen van zijn gevonden weten we dat ze ooit over aarde hebben rondgestruind. In de film Jurassic Park zie je heel wat van die oeroude beesten terug. De moordzuchtige Tyrannosaurus rex bijvoorbeeld, of de sluwe en levensgevaarlijke Velociraptor.

Van de reuzenduizendpoot zijn ook fossielen gevonden. Pas nog. Door Jörg Schneider, een Duitse onderzoeker. Mijnheer Schneider zocht fossielen in een bos in de buurt van Tübingen, een plaats in Zuid-Duitsland. Hij vond wat poten en een stuk van een buik. Aan de vorm van die fossielen kon hij zien dat het resten van een duizendpoot waren. Maar mijnheer Schneider twijfelde. Want de poten en het stuk buik waren enorm groot. Hij berekende dat de hele duizendpoot zo'n tweeënhalve meter lang moest zijn geweest. Nog nooit had iemand zo'n grote duizendpoot gevonden.

Andere onderzoekers hadden al eerder fossielen van dit enorme beest opgegraven (in het Noorder Dierenpark in Emmen kun je een model bezichtigen). Ze hebben hem de naam Arthropleura gegeven. Maar volgens die onderzoekers kon Arthropleura niet groter worden dan 1 meter 80. Mijnheer Schneider heeft nu dus een veel groter exemplaar opgegraven.

Arthropleura zul je vandaag de dag niet meer tegenkomen. Vergeleken met deze oeroude soort zijn de duizendpoten van tegenwoordig maar dwergen. Veel groter dan 30 centimeter worden ze niet, de kleinste soort is maar 2 millimeter lang. De meeste houden niet van licht. Ze leven onder bladeren, stenen, omgevallen bomen of diep in de grond. Ze zijn vaak zwart of bruin van kleur. Maar er bestaan ook rode en oranje soorten. Er zijn er zelfs die 's nachts licht geven. Welke kleur Arthropleura had, weet mijnheer Schneider niet. De fossielen hebben hun kleur verloren.

Ook het menu van de reuzenduizendpoot is niet bekend. Volgens mijnheer Schneider had Arthropleura stevige grijptangen en gifklieren waarmee hij grote krokodilachtige amfibieën kon vangen en doden. De meeste duizendpoten die nu op aarde leven, eten plantaardig voedsel, zoals afgevallen bladeren. Slechts een paar soorten doen zich te goed aan dierlijk voedsel, zoals insecten of regenwormen.

Duizendpoot is trouwens een rare naam. Want zoveel poten heeft het beest helemaal niet. Dat kun je eenvoudig uitrekenen. Het beschermende pantser van duizendpoten is opgebouwd uit een aantal in- en uit elkaar schuivende platen. Dat aantal varieert. Bij de ene soort zijn het er 11, bij de andere 65. Maar het zijn er nooit meer dan 100. Onder elke plaat gaan vier poten schuil. Dus meer dan zo'n 400 poten heeft een duizendpoot nooit.

Trouwens, vroeger hadden de duizendpoten niet altijd vier poten aan elke plaat zitten. Bij de reuzenduizendpoot waren dat er slechts twee. Voor vier poten was er niet genoeg plaats, denkt mijnheer Schneider. Als er aan elke plaat vier poten hadden gezeten dan was de reuzenduizendpoot over zijn eigen poten gestruikeld.