Ramkoers Jeruzalem

Je zou ze de onderkast van de kerk kunnen noemen, de zich her en der in Nederland verzamelende groepjes bevindelijk gereformeerden. Bijbellezers met op nummer één en twee van hun toptien de apocalyptische boeken `de Openbaring van Johannes' en `Daniël'. Het is een oudtestamentische wereld waarin deze sektariërs op hun inktzwarte kousen omgaan. Het bevindelijke hoofdboek `de Openbaring van Johannes' mag dan in het Nieuwe Testament zijn opgenomen, dat is op basis van een vergissing.

Men dacht bij de samenstelling van de canon dat de Johannes van de Openbaring dezelfde was als die van het Evangelie. De apocalyptiek van het laatste Bijbelboek is echter puur oudtestamentisch van aard: vol hel, verdoemenis en duisterheden die zich niet zomaar laten ontraadselen. Gaat men ervan uit – en dat doen de bevindelijken – dat alles wat in de Bijbel staat waar is, tot en met voorspellingen die nog uit moeten komen, dan is er ruimte voor wonderen, voor gekken en profeten die nauwelijks kunnen wachten tot de eindtijd aanbreekt, met onmiddellijk daarop volgend de overgang naar het Hemelse Jeruzalem.

Als je een groep cultuurdragers op een schip bijeen brengt, is cultuur het eerste dat verdwijnt. Maar de inkt der bevindelijkheid, gecombineerd met het isolement op zee, maakt van een vissersboot een doodgevaarlijk narrenschip. Een mooi bewijs daarvan is de geschiedenis van de Katwijkse visserslogger die in 1915 door een Noors schip in volledig onttakelde staat op zee werd aangetroffen, met aan boord een volstrekt psychotische bemanning. Er blijken bovendien drie doden te betreuren, gedood door hun medeopvarenden. Over deze geschiedenis is lang gezwegen. In de gesloten Katwijkse wereld moesten opvarenden van deze `gekkenlogger' immers verder met hun leven, in een gemeenschap waar ook de nabestaanden van de betreurden woonden.

Robert Haasnoot vond kennelijk dat de wonden na vierentachtig jaar wel geheeld waren, en schreef een boek over deze verbijsterende geschiedenis: Waanzee. Hij deed dat op basis van een grondige documentatie: getuigenverslagen, psychiatrische rapporten, archieven, krantenknipsels en museale voorwerpen. Waanzee is dus een roman die met beide benen in de realiteit staat. Ik geloof ook niet dat we Haasnoots keuze voor het romangenre moeten betreuren. Schrijven kan hij, dat hij Katwijk als in een jongensboek `Zeewijk' noemde is overkomelijk en dat de personages niet hun werkelijke namen kregen doet er voor de lezer nauwelijks toe. Toch is er iets geks met een fictief werk, besluitend met een verantwoording, die zegt dat in het hele boek geen woord gelogen is. Het lijkt alsof de romanschrijver zich verontschuldigt voor het feit dat de werkelijkheid soms te dol voor woorden is.

De geschiedenis van Waanzee is gauw verteld. Aan het woord is de Zeewijkse gemeente-secretaris die rond 1950 het hele drama uit 1915 reconstrueert. Een van de opvarenden aan boord van de Noordzee-logger ZW 171 wordt bezocht door God en duivel, heeft visoenen, begint in tongen te spreken, is ervan overtuigd dat de Eerste Wereldoorlog de eindtijd heeft ingezet en wendt zijn onmiskenbaar paranormale gaven aan om zijn maten te bevorderen naar `de plaats die voor hen is bereid'. Er zal een wit schip verschijnen die hen naar `welgebouwde, wel saâmgevoegd' Jeruzalem zal brengen. Voor het echter zover is moet de logger eerst `zilverschoon' worden, gezuiverd van dwaling – de afvalligen worden vermoord en overboord geworpen – `de verse groeve der vertering'. Ondermaanse ijdelheden als voedsel, kompas, reling en zeilen smijt men eveneens in de golven – `de hand Gods zal ons wel bewaren'. Als uiteindelijk genoemde Noorse boot de in een dobberschuit stijl Arke Noachs veranderde logger praait, gelooft de hysterische bemanning dat dit het voorzegde witte schip is.

Verklaard is zo'n geschiedenis natuurlijk minder snel. En precies daarin ligt de grote kracht van Robert Haasnoots Waanzee. Hij slaagt erin aannemelijk te maken dat de weliswaar met bevindelijkheid doordrenkte, maar toch ook nuchtere ZW 171-vissers veranderen in volgelingen en handlangers van de charismatische godsdienstwaanzinnige Arend Falkenier. Natuurlijk heeft Haasnoot de werkelijkheid achter de hand, het is echt gebeurd. Hij laat echter in een fraaie stijl (vol tale Kanaäns) zien dat het zo heeft kunnen gebeuren, en gezien de feiten mogen we daar de hoed voor afnemen.

Waanzee past in de internationale traditie van maritiem-literaire werken. Krankzinnigheid en godsdienst aan boord, wit schip, witte walvis, wie denkt er niet aan Moby Dick? Met hetzelfde gemak valt Haasnoots boek te paren aan geschiedenissen à la Branch-Davidians in Waco (Texas). Waanzee laat hoe dan ook zien hoe gevaarlijk het wordt, als men zich opsluit in een benauwde onderkasten-kerk, waarin alles wat zich openbaart op de Openbaring van Johannes lijkt. Dat sticht.

Robert Haasnoot: Waanzee. De Geus, 188 blz. ƒ34,90