OESO wil handelsronde van drie jaar

De ministers van Handel en Financiën van de rijke industrielanden zijn het erover eens dat een nieuwe ronde over liberalisering van de wereldhandel niet langer dan drie jaar mag duren.

De bewindslieden bereikten hierover gisteren overeenstemming aan het eind van de ministersconferentie van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Internationale handel was het belangrijkste agendapunt.

In de slotverklaring heet het dat de nieuwe handelsronde een ,,brede, ambitieuze en evenwichtige agenda'' moet krijgen. Maar zij gingen niet verder dan het aanwijzen van liberalisering van de handel in landbouwproducten en diensten als belangrijke doelstellingen. De onderwerpen waren al aangewezen aan het eind van de vorige handelsronde, de in 1986 gestarte Uruguay-ronde. Deze duurde zeven jaar, wat door alle partijen als veel te lang beschouwd werd beschouwd.

De nieuwe handelsronde zal in november van dit jaar in het Amerikaanse Seattle worden gelanceerd onder auspiciën van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). De OESO-landen konden het er nog niet over eens worden in hoeverre ook gevoelige onderwerpen als milieu, arbeid en sociale en ethische normen onderwerp van de nieuwe handelsronde ('millenniumronde') moeten worden. ,,Er zijn al internationale organisaties die zich met deze zaken bezighouden'', zei de Mexicaanse minister José Angel Gurria, die de bijeenkomst voorzat. Veel ontwikkelingslanden zien in uitbreiding van de handelsagenda een aanzet van de industrielanden tot een verkapt protectionisme.

India en Indonesië, die als waarnemers bij de OESO-conferentie in Parijs waren, toonden geen enkele tegemoetkomendheid. Volgens deze landen is nog tijd nodig om de afspraken van de Uruguay-ronde uit te voeren. Brazilië en Argentinië beschuldigden in Parijs de rijke landen ervan de handelsregels in hun eigen voordeel uit te leggen vooral op het gebied van de landbouw.

In de slotverklaring van de OESO wordt benadrukt dat een nieuwe handelsronde ook ,,aan de behoeften van alle ontwikkelingslanden'' tegemoet moet komen. De Amerikaanse handelsvertegenwoordigster Charlene Barshefsky noemde het ,,van betekenis'' dat veel afgevaardigden het idee hebben ondersteund kwesties die betrekking hebben op de civil society (non-gouvernementele organisaties) bij de handelsagenda te betrekken.

Over het het onderwerp investeringen bleek gisteren opnieuw onenigheid binnen de OESO. De lidstaten konden het niet eens worden of dit onderwerp moet worden behandeld tijdens een komende handelsronde. Volgens staatssecretaris Ybema van Buitenlandse Handel, die voor Nederland in Parijs aanwezig was, ligt het onderwerp ,,erg gevoelig''. Nederland wil graag dat een akkoord over liberalisering van investeringen binnen de OESO wordt behandeld. Andere lidstaten, zoals Frankrijk, zijn daar niet voor.

Vorig jaar werd al een bijna overeengekomen multilateraal investeringsakkoord (MAI) geblokkeerd. Dat akkoord moest de wirwar aan bilaterale akkoorden over bescherming van buitenlandse investeringen vervangen door een allesomvattende overeenkomst. Frankrijk stemde uiteindelijk tegen omdat het vreesde dat buitenlandse investeerders ongebreideld hun gang konden gaan.

Nu ligt Parijs weer dwars. Volgens een diplomaat bij de OESO zou Frankrijk het onderwerp op de WTO-agenda willen zetten, omdat het definitief een streep wil halen door een multilateraal investeringsakkoord. Frankrijk verwacht dat de discussie binnen de 134 leden tellende WTO zal verzanden. (AFP, Reuters, ANP)