Niet inhaleren

De oorlog in Korea heeft tenslotte een klassieke televisieserie veroorzaakt, M.A.S.H., met het mooie lied The game of life is hard to play, you gonna loose it anyway, waarin de regels suicide is painless, it brings on many changes. Over Vietnam is een heel repertoire gecomponeerd. Ik ben geen professor in de popkunde, ik kan de titels niet feilloos opdreunen, maar als ik zo'n nummer hoor herken ik het. En The Dearhunter, Platoon en Dear America, Letters Home from Vietnam heb ik gezien. In Battery Park, aan het einde van Manhattan staan drie indrukwekkende monumenten ter ere van hen die vielen. In een daarvan is tussen een paar duizend andere namen die van een zekere Private James M.Ryan gebeiteld. Het monument op Veteran Square in New York bestaat uit een complex van muren, een soort groen glas, met citaten uit soldatenbrieven, hun oorspronkelijk handschrift in reliëf.

Dit ter inleiding tot de vraag of deze oorlog in Joegoslavië aan NAVO-kant nog iets kunstzinnigs zal opleveren, een klassiek nummer waarin misschien zelfs een hele generatie zich na tientallen jaren nog zal herkennen, (zoals bij Lili Marlene en From the Time We Say Goodbye) of desnoods gevleugelde uitspraken (Give us the tools and we will do the job en het Blood, sweat and tears) en wat een en ander dan zou kunnen zijn. Een lied gezongen door een vliegtuigmonteur die iedere dag zijn Apache poetst. Mij doet het denken aan ook alweer iets uit de oude doos, een zin uit Norman Mailer's essay The White Negro (1958). Het is met deze oorlog zoals met `filter cigarettes, deodorants and all those other attempts of the sucker esprit to get something for no.' De beste vertaling van sucker esprit lijkt me: zakkengeest. I did not inhale, I had no sex with this woman.

Deze oorlog is de eerste serieuze poging in de wereldgeschiedenis om oorlog te voeren, totaal zonder te inhaleren. Een nieuwe versie van de totale oorlog. De eigen partij zo weinig mogelijk te laten inhaleren, dat is het doel van iedere generaal en ieder wapensmid. Ouderen onder ons – daar heb je het weer – hebben hun geschiedenis geleerd, gesteund door de schoolplaten van Isings. In een panoramische voorstelling, vista vision, wide screen, zag de klas het beleg van het kasteel van Zweeder van Voorst. Met haar aanwijsstok legde de juffrouw het uit: dit zijn de blijdes, de katapulten, de stormrammen. Hoe meer stenen op de strijdkrachten van Zweeder, hun minder gesneuvelden bij de belegeraars als er moest worden bestormd. Maar als de soldaten dan met hun ladders tegen de kasteelmuren klommen, stonden de verdedigers klaar met emmers gloeiend pek. Dat leerden de kleine kinderen al. Dan krijg je de uitvindingen van Leonardo; allemaal in zekere zin voorlopers van de kruisraket. Via de Somme, Passendale, Rotterdam en Dresden, Hanoi en Bagdad komen we tenslotte aan in Joegoslavië anno 1999. Tot dusver is door ons nog niet geïnhaleerd.

Ik hoop dat er de nieuwe generaties er een paar mooie liedjes en films aan overhouden, klassiek als Its a long way to Tipparary. Nederlandse kunstenaars hoeven niet achter te blijven want wij doen ook mee. Polder, F-16, knuffels, Wim en Bill, Van Aartsen en Milosevic, het zou er allemaal in moeten. Het wachten, in Amerika, is op de volgende Lenny Bruce, Shelley Berman, Mort Sahl, de nieuwe grappenmakers – of misschien zijn ze er al, maar nog niet tot Europa doorgedrongen. Dan hoop ik dat het vlug gebeurt, want onze staatslieden hebben wel een tegenwicht nodig. En onwillekeurig vraag ik me weer af wat Spielberg hiervan gaat maken. Spielberg is de mondiale Isings van deze tijd.

Een oorlog van dit formaat is een zaak van onze hele beschaving. Ik ben tegen sneuvelen, maar afgezien daarvan: oorlog is oorlog, er is een code, er is een eer. De Griekse patriarch Vartholomeos heeft voor het parlement in Athene een toespraak gehouden en alles gezegd wat we van een patriarch verwachten, en nog iets. De mensen leven in een wereld van de verbeelding, alsof het de werkelijke wereld is. De virtuele werkelijkheid, de wereld van de afstandsbediening. Ik vind dat de patriarch daar de spijker op de kop heeft geslagen.

De beste oorlogsfilm van na 1945 is die van Carol Reed, The Third Man. De herinnering aan de ruïnes, de armoede, de corruptie is nog vers. Orson Welles speelt Harry Lime, de schurk die in versneden penicilline handelt. Hij staat met zijn oude vriend in een cabine van het Weense reuzenrad, op het hoogste punt. Hij wijst naar de wandelaars beneden. `Zou jij ervan wakker liggen als een van die mieren daar nu dood viel?', zegt hij ongeveer. Dat is de vraag van de virtuele oorlog.