Magere roofmoord

De misdaadroman maakt de laatste jaren een opzienbarende bloei door, zowel wat de belangstelling van het publiek betreft als in kwantiteit en kwaliteit van het gebodene. Na de Golden Age van de detective in de jaren twintig en dertig, lijkt sinds een jaar of tien een tweede Gouden Eeuw te zijn aangebroken. De niemendalletjes uit de jaren vijftig van bijvoorbeeld Leslie Charteris (The Saint) of de inmiddels volstrekt onleesbare Havanks hebben niets gemeen met de vuistdikke, goed geschreven, psychologisch doordachte misdaadromans die tegenwoordig verschijnen. En net als in de tijd van Allingham, Christie, Marsh, Sayers en Tey zijn het ook nu vaak vrouwen die de mooiste boeken schrijven.

Een van die hedendaagse sterren is de wereldwijd gelezen en geprezen Minette Walters, die dit jaar het geschenkboekje schreef ter gelegenheid van de Maand van het Spannende Boek: de novelle De Tondeldoos. De Engelse Walters (1949) haalde ongeveer alle prijzen binnen die de internationale misdaadliteratuur kent. De prijs voor het beste debuut kreeg ze voor The Ice House (1992). Een verhaal over drie intelligente vrouwen in wier landhuis een lijk wordt gevonden waarvan het dorp en de male chauvinist politiechef zeker weten dat het de verdwenen echtgenoot van een van deze drie `lesbische heksen' is. Aan de huiveringwekkende thriller The Sculptress werd de Edgar Allan Poe Award toegekend. In dit boek krijgt een gedreven journaliste op twijfelachtige gronden een vrouw vrij die was veroordeeld voor de uiterst gewelddadige moord op haar moeder en zusje. The Scold's Bridle ten slotte werd bekroond met de auteursprijs voor het beste misdaadboek. Heksenmasker is een geraffineerd geconstrueerde roman waarin Walters via dagboekfragmenten het slachtoffer zelf aan het woord laat bij de ontrafeling van haar dood. Vijf van haar zes tot nu toe verschenen romans, die overigens steeds anders van opzet zijn en nadrukkelijk geen vaste hoofdpersonen kennen, zijn inmiddels met succes voor televisie bewerkt. In Nederland waren The Ice House en The Sculptress te zien, The Echo ligt op de plank.

Hoewel alles wat Walters aan misdaadliteratuur publiceerde stevig in de traditie staat van de whodunit, draaien haar plots allereerst om het waarom van de moord. Ze draaien ook nogal vaak om de rol die roddel, valse percepties, geruchten, schijnvertoningen en vooroordeel spelen in de menselijke omgang. ``Ik wil mijn lezers op het verkeerde been zetten', zegt Walters in een interview deze maand in Opzij, ``en laten zien dat we meestal te snel oordelen. Onze eerste indrukken zijn vaak verkeerd omdat we mensen te beperkt vanuit onze eigen ervaring en situatie interpreteren.' Zo ook in De Tondeldoos. Het fatale vooroordeel is in dit geval nationalistisch getint: in een idyllisch dorpje van het sterotype zoals dat steevast figureert in de klassieke Engelse puzzeldetective, zijn twee oude vrouwen beroofd en vermoord; de voor de hand liggende dader is in de ogen van het dorp een werkloze Ier. Van een vervolgens aangestoken brand verdenkt de politie zijn al even Ierse en werkloze ouders. Hetzelfde automatisme maar dan omgekeerd: voorliefde voor de underdog, maakt anderzijds dat de hoofdpersoon van het boek een Iers kindermeisje in dienst neemt en doof blijft voor de onaangename geruchten over dit meisje, die onder de dorpsnotabelen de ronde doen. Net als in Walters' andere werk, zijn in De Tondeldoos de seksen prettig gelijk: mannen noch vrouwen zijn de sympathieke of intelligente soort; iedereen (m/v) kan ook misdadig, vals en dom zijn.

Desondanks is De Tondeldoos geen goede kennismaking: voor kenners is het niettegenstaande een verrassende wending een te mager verhaaltje, voor niet-ingewijden geeft het geen juiste indruk van Walters' kwaliteiten. Haar scherpe observaties, levendige karakterbeschrijvingen en geestige dialogen bijvoorbeeld komen in dit kort verband onvoldoende aan bod. Bovendien wil Walters, zoals in de puzzeltraditie gebruikelijk, laten zien wat er in en tussen mensen in een kleine, besloten gemeenschap (een dorp, een gezin) aan gecompliceerds en mogelijk gewelddadigs omgaat. Om dat te doen, moeten zich meer verhaallijnen kunnen ontwikkelen; de gelaagdheid die Walters' thrillers zo unputdownable maakt, heeft de 400 bladzijden die haar boeken meestal tellen wel nodig. Net als in het geval van het CPNB-boekje van twee jaar geleden van de hand van een andere schrijfster van dikke boeken, Elizabeth George, blijft de lezer onbevredigd achter: was dat nu alles? Er is troost: deze maand kwam de vertaling uit van Walters' laatste, The Breaker, zodat nu al haar werk ook in het Nederlands verkrijgbaar is.

Minette Walters: De tondeldoos. CPNB-geschenk 1999, 96 blz. gedurende de maand juni gratis bij aankoop van ƒ29,50 aan boeken