LOUISE ARBOUR

Toen Louise Arbour (52) in 1996 de hoofdaanklager van het tribunaal voor oorlogsmisdaden in voormalig Joegoslavië werd, rekenden velen op rustige tijden. Haar voorganger, de Zuid-Afrikaan Richard Goldstone, was een agressief pleitbezorger van het tribunaal geweest. Arbour zou een wat bedaagder `case manager' zijn. Voorzichtig, pas handelend als ze hard bewijs had.

Arbour bleek allerminst passief. Bij haar aantreden was het hof een papieren tijger, dat mooie dagvaardingen schreef maar nauwelijks verdachten kon voorgeleiden. Rechtzaken tegen `kleine visjes' verliepen pijnlijk traag. Het tribunaal leek irrelevant te worden.

Die perceptie veranderde razendsnel. Arbour reisde hoofdsteden af, gepassioneerd waarschuwend tegen ,,internationale inertie'' , pleitend voor een actiever optreden tegen oorlogsmisdadigers door de NAVO-vredesmacht SFOR in Bosnië en voor sancties tegen staten die de jurisdictie van haar tribunaal blokkeerden, zoals Joegoslavië. Wat SFOR betreft kreeg ze snel haar zin. Vanaf de zomer van 1997 ging de vredesmacht actief verdachten opsporen; inmiddels zijn er 26 naar Scheveningen gevlogen. De financiële armslag en het personeelsbestand van het tribunaal namen onder haar leiding snel toe, de ene rechtzaal in Den Haag werden er drie.

Arbour groeide uit tot de pitbull van de internationale rechtsorde. Bang voor ruzie bleek ze niet: in 1997 kwam het tot een harde botsing met de Fransen, die het tribunaal zouden tegenwerken en laks zouden zijn bij de opsporing van Servische oorlogsmisdadigers in Bosnië. Frankrijk greep er vorig jaar voor de goede vorm één in de kraag.

Dat ook het conflict in Kosovo onder haar jurisdictie viel, maakte Arbour vorig jaar van meet af aan duidelijk. Ze eiste het recht ter plekke onderzoek te doen en liet zich voor het oog van vele camera's aan de grens terugsturen. Toen de NAVO op 24 maart de luchtcampagne opende, waren de regeringen van Duitsland, Groot-Brittannië, Nederland en zelfs Frankrijk bereid geheime informatie ter beschikking te stellen. Militaire informatie was hard nodig, aldus Arbour, want vluchtelingen kunnen hooguit vertellen wie de trekker overhaalde en de boerderij in brand stak.

De dagvaardingen van gisteren kunnen de diplomatieke inspanningen rond Kosovo verstoren. Maar Arbour gelooft in een strikte scheiding tussen rechtspraak en politiek. ,,Niemand heeft ons in zijn zak'', zei ze eens. De dagvaardingen zijn een schoolvoorbeeld van de Arbour-aanpak. Waren de eerste dagvaardingen van het tribunaal op individuen gericht, onder Arbour won de `groepsaanklacht' terrein. De aanklager neemt een stad waar bloedig is huisgehouden en klaagt alle hoogst verantwoordelijken aan op één dagvaarding: de lokale politieke leider, de politiechef, de legerleider, de paramilitaire leiders. Kleine visjes laat Arbour liever gaan: het cellenblok in Scheveningen heeft een beperkte capaciteit. Juist de leiders op afstand mogen niet buiten schot blijven, hoe moeilijk hun betrokkenheid ook valt aan te tonen.

Een tweede innovatie van Arbour was de `geheime dagvaarding' tegen verdachten in Joegoslavië. Die aanklachten gingen alleen naar SFOR – die mogelijk het pad van de verdachten kon kruisen – en bevriende regeringen. Een bijeffect was dat vele verdachten moeten vrezen op de geheime lijst te staan en aldus in hun bewegingsvrijheid worden beperkt.

In haar vaderland Canada werd Arbour in 1987 rechter. Ze maakte naam met campagnes voor emancipatie van de Franse Canadezen en voor stemrecht voor gedetineerden. Vlak voor haar vertrek naar Den Haag speelde ze nog een hoofrol in een onderzoek naar een opstand in een vrouwengevangenis die voortvloeide uit het al te enthousiaste fouilleren door mannelijke bewakers. Dat rapport bracht de Canadese gevangenis-commissie ten val. Sinds 1996 werkt ze op uitleenbasis bij het Joegoslaviëtribunaal, en aanvankelijk ook bij het Rwanda-tribunaal.

Recentelijk is ze gepolst over een terugkeer naar Canada als rechter bij het Hooggerechtshof. Ze lijkt te twijfelen. ,,Deze baan is verslavend'', verklaarde ze. ,,Maar het kan ook mijn dood worden.'' Mogelijk ligt er een veel interessantere baan in het verschiet, bij het nog op te richten Permanente Tribunaal voor Oorlogsmisdaden.