Gucci-oordeel versterkt positie aandeelhouder

De strijd om de macht bij Gucci is (voorlopig) beslist in het voordeel van de directie van dit modehuis. Kunnen ongenode opkopers het verder wel vergeten in de Nederlandse ondernemerswereld?

Waarom voelen talrijke Nederlandse managers zich toch zo onveilig dat zij `hun' ondernemingen met stevige verdedigingswallen beschermen tegen snode opkopers?

Wie het oordeel leest dat de Ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof gisteren velde over de strijd om de macht bij modehuis Gucci ziet dat bescherming onnodig is. Een ervaren zakenbank, een creatieve advocaat en de bevoegdheid van directies om genoeg nieuwe aandelen uit te geven zijn voldoende om aanvallen af te weren en zelfstandigheid te bewaren.

Gucci is geen doorsnee Nederlands beursfonds. Het bedrijf is (waarschijnlijk om fiscaal-juridische redenen) in Nederland gevestigd, kent geen enkele beschermingsconstructie, heeft mondiale activiteiten, beursnoteringen in Amsterdam en New York en wortels in Italië. De onderneming is dit jaar de inzet geworden van een strijd tussen de Franse groep LVMH, die door aankopen op de effectenbeurs een belang van 34,4 procent opbouwde, en de Franse detailhandelsgroep PPR, waarmee Gucci in zee ging om zich LVMH van het lijf te houden.

Het Gucci-oordeel moet voor het Nederlandse bedrijfsleven een hele opluchting zijn. De Ondernemingskamer, de specialistische rechter die conflicten tussen aandeelhouders van bedrijven moet beslechten, kent managers principieel nog steeds een grote vrijheid toe om zich te verdedigen tegen avances van concurrenten waarmee zij geen zaken willen doen.

Twee keer heeft Gucci bij die verdediging wanbeleid gepleegd, oordeelt de Ondernemingskamer, maar dat heeft geen gevolgen voor de afloop van de strijd. De Italianen deden dat een keer met de financiering van een personeelsaandelenplan, dat geen echt aandelenplan was. En ze deden dat een keer door met PPR in zee te gaan. Gucci plaatste bij PPR zoveel eigen nieuwe aandelen dat de Franse groep nu 42 procent van de aandelen heeft gekregen.

De Ondernemingskamer schrapt nu het aandelenplan. Ook zouden de rechters de overeenkomst met PPR wel ongedaan willen maken, maar ze hebben dat niet gedaan omdat Gucci en PPR vervolgens toch weer zaken zouden doen onder de nieuwe voorwaarden die de Ondernemingskamer zou vaststellen.

Maakt de zege van Gucci de kans op succes van ,,insluipers'' en vijandige bieders bij voorbaat een illusie? Absoluut niet. Geluk en wijsheid hebben Gucci een handje geholpen. Het bedrijf is goed winstgevend en op het ondernemingsbeleid had LVMH niets aan te merken, merkte de Ondernemingskamer fijntjes op. Dat versterkte de positie van de Gucci-managers nog eens extra, zo lijkt het, om zelf keuzes te maken: tegen LVMH, voor PPR.

Bovendien heeft LVMH geen officieel openbaar bod zonder voorwaarden willen uitbrengen. Had de Franse groep dat wel gedaan, dan was de positie van Gucci ernstig verzwakt. Daarmee heeft Gucci geluk gehad. Om de redenering om te draaien: directies met ondermaatse financiële prestaties moeten zich wel zorgen maken, zeker als een concurrent een openbaar bod doet.

In verschillende Europese landen moet een belegger die een specifiek percentage van het aandelenkapitaal verwerft verplicht een bod doen op de overige effecten. ,,Hier te lande bestaan dienaangaande opvattingen van zeer uiteenlopende aard'', stelt de Ondernemingskamer vast. ,,Wetgeving die van zekere opvattingen dienaangaande uitgaat is niet voorhanden, noch op basis van een eenduidig standpunt van de wetgever in voorbereiding.''

Het gaat de Ondernemingskamer te ver om zonder wettelijke basis nu zelf maar een biedplicht af te kondigen, al noemen de rechters het ,,zeer wel denkbaar'' dat het recht zo'n regel zou kennen. Daarmee komen ze tegemoet aan de stellingen die de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) had betrokken toen zij zich om het algemene aandeelhoudersbelang in deze juridische procedures rond Gucci had gemengd.

Vergelijkbare positieve geluiden laten de rechters horen over de stelling dat een aandeelhoudersvergadering instemmingsrecht moet hebben met de uitgifte van aandelen op een schaal als Gucci heeft gedaan. Samen met de voorzichtig getoonzette ambities van het (demissionaire) kabinet wordt de positie van aandeelhouders langs verschillende wegen langzaam maar zeker wat versterkt.