Grand Central heeft weer zijn hemel

Na elf jaar werk is de restauratie van de beroemde Grand Central Terminal in New York bijna af. Het uit 1903 stammende gebouw moet zelf een bestemming worden.

In de blauwgroene hemel flakkeren de 59 sterren van Orion en de Grote Beer, terwijl het zonlicht gul door de hoge ramen binnenstroomt. Dag en nacht stralen tegelijkertijd in Grand Central Terminal, een van de beroemdste stations ter wereld. Tegen een prijs van tweehonderd miljoen dollar en na elf jaar werk is de restauratie van `de triomfboog van New York' nagenoeg voltooid.

,,Zoals zo vaak bij restauraties was onze voornaamste taak het weghalen van allerlei toevoegingen die het gebouw steeds dichter en donkerder hadden gemaakt'', zegt projectleider Doug McKean. Hij is architect bij Beyer Blinder Belle, een bureau dat naam heeft gemaakt met onder andere de restauratie van Ellis Island en nu bezig is aan Rockefeller Center. ,,Maar we hebben zelf ook een paar dingen toegevoegd, zoals een nieuwe entree, airconditioning en een groot aantal winkels. In zeker opzicht hebben we zelfs het oorspronkelijke ontwerp voltooid: in de hal, de Main Concourse, waren twee symmetrische trappartijen gepland. Op het laatste moment ging die aan de oostkant niet door. Die is nu alsnog gebouwd.''

Architect Whitney Warren ontwierp Grand Central – geen station maar een terminal, een kopstation – in 1903 in de Beaux Arts-stijl, met hoge boogvormige ramen, majestueuze symmetrische trappen en hellingbanen die vanuit de grote hal leiden naar de metro, de stoptreinen en het nog altijd populaire ondergrondse restaurant The Oyster Bar. Warren had gevoel voor ruimte en architectonisch drama. Waar je ook binnenkomt – via het balkon aan de westkant, de roltrap aan de noordkant of de wachtkamer aan de zuidkant – het hele panorama van die reusachtige hal ligt aan je voeten. Hoewel hier een half miljoen mensen per dag doorheen stromen hoor je er geen grote-stadsherrie, maar een gedempt geruis. Grand Central als oase in de metropool.

In 1978 dreigde het eerbiedwardige station te worden gesloopt om plaats te maken voor kantoren. Het was sinds 1967 monument, maar pas na een juridisch gevecht van tien jaar, waarin Jackie Onassis als beschermvrouwe een belangrijke rol heeft gespeeld, heeft de Hoge Raad het definitief voor sloop behoed. New York slaakte een zucht van verlichting, want van de sloop van Penn Station in 1963 deed de stad nog altijd verdriet.

Bij de restauratie, in opdracht van de Metropolitan Transportation Authority, hebben Beyer Blinder Belle dankbaar gebruik gemaakt van de moderne techniek om het gebouw in zijn oude luister te herstellen. De zware kroonluchters van vergulde nikkel zijn gedemonteerd, schoongemaakt, en tussen de 144 lampjes van kleine luidsprekers voor de reizigersinformatie voorzien. De oorspronkelijke steengroeve in Tennessee is opnieuw geopend om de vloeren en trappen te kunnen bekleden met hetzelfde roze marmer (`Tennessee Pink'). Aan de hand van oude foto's konden de verdwenen lampen en sierlijke bronzen grilles voor de loketten worden nagemaakt.

Het pièce de résistance is de veertig meter hoge gewelfde `Sky Ceiling'. ,,Vroeger moesten werklui op de houten balken tussen het plafond en het dak balanceren om lampjes in de `sterren' te draaien'', vertelt Doug McKean. ,,Nu zijn het glasvezelkabels.'' Dit moest de sterrenhemel voorstellen zoals je die vanaf Manhattan op een najaarsavond zag. Maar hij werd achterstevoren op het gips getekend, dus nu is het de sterrenhemel zoals God die ziet als hij ver in de diepte naar Manhattan kijkt.

Het plafond was sinds de bouw nooit schoongemaakt en was helemaal zwart geworden. McKean ging af en toe voor zijn plezier naar de reacties staan kijken van gehaaste forenzen die ineens de `nieuwe' oude kleur zagen – en aan de grond genageld stonden. ,,We kregen zelfs verontruste telefoontjes van mensen die klaagden over al die `nieuwlichterij'. Logisch, niemand kon zich de oorspronkelijke kleur herinneren.'' Eén rechthoek is vies gelaten om het verschil zichtbaar te maken.

In de compacte stad die New York is, lag het voor de hand dat een groot gebouw als Grand Central van meet af multifunctioneel zou zijn. Boven de sporen zijn er toen al wolkenkrabbers gebouwd, en in 1963 verrees, pal tegen de noordgevel, het 59 verdiepingen hoge PanAm-gebouw van de Duitse Bauhaus-modernist Walter Gropius. Grand Central lijkt één grote monumentale ruimte, maar er zitten overal verborgen functies. In de jaren twintig was er een kunstgalerie gevestigd, in de jaren dertig een bioscoop. De omroep CBS heeft er jarenlang studio's gehad, en op het dak van de wachtkamer liggen zelfs twee tennisbanen die projectontwikkelaar Trump nu huurt voor klanten van zijn Hyatt-hotel.

Op het brede balkon aan de westkant van de hal valt mijn oog op een onopvallende deur. Discreet weggewerkt in de zuidwestelijke hoek staat de pied à terre in dertiende-eeuwse Florentijse stijl van John W. Campbell, een van de financiers van het station. Door de stoffige ruitjes heen is te zien dat de lambrizering nog intact is, net als balken van `hout' en de wandplaten van `travertijn' (allemaal gips). Zelfs Campbells kluis staat er nog.

Grand Central was een kind van zijn tijd: de architectuur weerspiegelde de sociale verhoudingen. Er was een aparte wachtkamer voor immigraten, en de chique reizigers voor de lange-afstandstreinen liepen boven zelfs van de wachtkamer naar de main concourse tussen drie meter hoge muren. Zo werden zijn beschermd tegen het aanblik van het gepeupel van de lokale treinen beneden. Die muren zijn nu met lage balustrades vervangen en de wachtkamer is een imposante lege ruimte die te huur is voor evenementen; in de vloer zijn de kuiltjes nog te zien waar talloze verveelde voeten over het steen hebben geschuurd.

De wachtkamer – in 1960 werd nog overwogen hier bowlingbanen aan te leggen – is niet de enige plek in het station die een commerciële bestemming krijgt. Campbells appartement zal na renovatie te huur zijn voor feesten en partijen, op het nieuwe westbalkon trap komt een restaurant, op het oostbalkon is nu het Michael Jordan Steakhouse gevestigd. Het winkel- en restaurantoppervlak is bijna verdubbeld en de altijd unheimliche ondergrondse verdieping wordt nu ingericht als een food court. Is het trotse station uitgeleverd aan de commercie? McKean lacht. ,,We hopen dat Grand Central behalve een plaats van aankomst en vertrek, zelf een bestemming wordt'', zegt hij. ,,Beneden in de food court is er in ieder geval een belangrijke publieke voorziening: een van de weinige openbare wc's in dit deel van de stad.''