Gods rijmelende gezant op zoek naar schrijverke

God heeft niemand die Hem aanbidt en daarom schept Hij de mens. Hij schept hem meteen maar in tweevoud. Twee dartele jongens drukt Hij tegen zich aan en alles is in orde. Als er ook nog een lofliederen zingende dichter op Gods plan verschijnt, kent de vreugde geen grenzen meer. Maar de dichter, die tevens leraar is, wil de mens herscheppen. En dan gaat het mis.

Het levensverhaal van de Vlaamse priester-dichter Guido Gezelle verteld als een quasi bijbelse parabel: Theater Antigone en Theatergroep Hollandia doen dat naïef en tegelijkertijd met een uitgekookt raffinement. In een gigantische loods aan de rand van Gezelles geboortestad Brugge creëerden Leo de Nijs en Patrick Pruvoost een geometrisch landschap. Een dijk, een kade, water. Grind en de geur van vers gras. De overzichtelijkheid ten top en toch een wereld vol geheimenissen. Bevlogen op zoek naar beesten waadt de Gezelle-figuur (Ivo Kuyl, gezwartrokt) door de troebele plas. Plensplens en ja hoor, hebbes: `Dit is een watertor of ook wel schrijverke genaamd.' En samen met zijn pupillen declameert hij het befaamde Schrijverke-gedicht, totdat zijn aandacht wordt afgeleid door een houtspicht.

Geniet de dichtende docent vooral van het benoemen, zijn leerlingen geven de voorkeur aan het directe beleven. Zij rollen lachend van de dijk en de komst van een meisjesstudent leidt tot een spiernaakt waterfeest. Heel onschuldig allemaal, puur natuur, seks zonder bijgedachten, maar de zwartrok zegt diep geschokt: `Foei!'

Mooi belicht regisseur Jos Verbist de ongerijmdheden van Gods rijmelende gezant Guido Gezelle. Hoe diens bewondering voor de natuur omslaat in natuurvijandigheid zodra er erotiek in het spel komt. Hoe hij zijn persoonlijke erotische verlangen in kuise poëzie dwingt en in starre lessen. Hoe zijn liefde voor het Vlaamse land vastloopt in verstikkend conservatisme. En hoe hij door al dat forceren zijn leerlingen van God en van zichzelf vervreemdt.

Om de problemen van deze vrome heiden wiens honderdste sterfjaar overal in Vlaanderen wordt herdacht lacht het Belgische publiek besmuikt. Het kent de dogma's van de Kerk en is er nog niet vanaf. Maar ook voor het Hollandse Hollandia is de Gezelle-materie een kolfje naar eigen hand. Hollandia maakt zich net als eens Guido Gezelle zorgen over de teloorgang van het - platte – land. De cultuur bedreigt de natuur, vindt Hollandia, en tijdens de voorstelling stoomt het beschavingsoffensief niet alleen het polderparadijs binnen in de gedaante van meneer pastoor maar ook in die van een vernielzuchtige landbouwmachine.

Dat dit zware thema zo'n lichte indruk maakt komt in de eerste plaats door het beweeglijke decorgebruik. Overal gebeurt wat: op de dijk en erachter, op de kaai en eronder. Waarbij men contrasten niet schuwt. Zo is leerling nummer één een streber en leerling nummer twee een sul in het kwadraat. En God wordt gespeeld door een stokoude maar stoer in lieslaarzen gestoken actrice. Weet Hij het even niet meer, dan trekt Zij zich terug in een kas vol roze blomkes. Gespeeld wordt er natuurlijk ook met die blomkes: met Gezelles sappige taal. Terwijl de (Antigone-)acteurs de dichterwoorden met hun stemmen kleuren schildert een strijkkwartet met muziek. Het zit in een wiebelend schuitje en vandaaruit klinken de composities van Hollandia-man Florentijn Boddendijk stevig en ijl, serieus en olijk.

Een wereld van papier zal heel de wereld wezen is minder overdonderend dan De bitterzoet, die andere krachtenbundeling van Antigone en Hollandia, maar zeker even geestig.

Voorstelling: Een wereld van papier zal heel de wereld wezen, door Theater Antigone en Theatergroep Hollandia. Regie: Jos Verbist. Gezien: op locatie in Brugge. Van 24/6 t/m 6/7 in Kortrijk (res 0032-56226915). T/m 29/5 in het Oliehuis van de lichtfabriek, Minckelersweg 2, Haarlem. Res. (075) 6310231.