Fransen geven strijd om Gucci nog niet op

Het Franse mode- en champagnehuis LVMH geeft de strijd om het Italiaanse modehuis Gucci nog niet op. LVMH ziet voldoende aanknopingspunten in de uitspraak van de Ondernemingskamer van gisteren om nu naar de gewone rechter bij de arrondissementsrechtbank te stappen.

Rechter Willems van de Ondernemingskamer in Amsterdam liet gisteren de belangrijkste beschermingsconstructie van Gucci in stand. Om LVMH van het lijf te houden verkocht Gucci voor 6 miljard gulden 42 procent van het bedrijf aan een ander Frans concern, Pinault-Printemps-Redoute (PPR).

LVMH eist nu bij de gewone rechter, waar de procedure lang kan duren, wederom het terugdraaien van deze transactie. LVMH houdt daarbij vast aan het oordeel van de Ondernemingskamer dat Gucci in feite de zeggenschap uit handen heeft gegeven aan PPR. Bovendien is door de emissie van nieuwe aandelen het belang van de andere aandeelhouders, dus ook van LVMH, geschaad.

Gucci maakt zich weinig zorgen om de nieuwe juridische procedure. ,,Misbruik van het recht'', reageerde topman Domenico de Sole van Gucci gisteren. ,,Zoiets heb ik nog nooit gezien.''

De strijd om Gucci duurt al vijf maanden. Eerst kocht LVMH op de effectenbeurs in Amsterdam en New York een belang van bijna 35 procent in Gucci. Vervolgens verdedigde Gucci zich tegen die ,,sluipende'' overname door een personeelsoptieplan en de deal met PPR.

De Nederlandse rechter betitelde de manier waarop beide verdedigingsconstructies waren gehanteerd als ,,wanbeleid''. Hij draaide het personeelsoptieplan terug omdat het te kunstmatig was vormgegeven: werknemers namen niet echt deel met eigen geld; het geld was van Gucci en het personeel liep bovendien nauwelijks koersrisico.

De PPR-deal liet de rechter in stand omdat alleen het tijdstip van de deal verkeerd was gekozen. De rechter had Gucci en LVMH opgedragen rustig te onderhandelen en de omstandigheden niet te wijzigen. Toch kwam Gucci midden tijdens de gesprekken rond met PPR. Was dat eerder of later gebeurd, dan zou er niets mis zijn geweest met de emissie.

Volgens betrokkenen moet LVMH de juridische procedures wel doorzetten omdat het nog steeds een aanzienlijk belang in Gucci heeft van bijna 20 procent. Daar heeft LVMH op de beurs ongeveer 3 miljard gulden betaald. LVMH heeft weinig interesse in een minderheidsbelang in Gucci waarmee het geen invloed kan uitoefenen op het beleid van de Italianen, maar de Fransen kunnen hun aandelen nu moeilijk verkopen.

Een andere uitweg voor LVMH is het uitbrengen van een onvoorwaardelijk en openbaar bod op Gucci, een suggestie die gisteren expliciet werd vermeld door de rechter. Bij een prijs van 88 dollar per aandeel krijgt zo'n bod zelfs de steun van het bestuur van Gucci. ,,Natuurlijk'', zegt De Sole. ,,Die prijs hebben we eerder genoemd en we blijven consequent.''