Een schoenenverkoopster met een jeep

BROOKLYN/MANHATTAN. Het is nu bijna drie jaar geleden dat ik op een middag in de vroege zomer ging lunchen bij Leo en Tineke Vroman. Ik had bloemen gekocht in Manhattan. Met een fles wijn hoefde ik bij Leo en Tineke niet aan te komen, zoveel was mij wel duidelijk.

Blijkbaar had ik een ongelukkig bosje uitgezocht, want al in de metro was het bezig dood te gaan. De rit duurde lang en toen ik eindelijk in Brooklyn was, had ik nog moeite de flat te vinden. Ondanks de plattegrond die Leo zorgvuldig had getekend en die hij mij een dag van tevoren per fax had toegestuurd.

Leo voerde mij door het huis en liet mij zijn nieuwe computer zien. En vertelde wat die computer allemaal kon.

Toen riep Tineke dat we aan tafel konden.

We dronken iets gezonds bij de lunch.

Noch over mijn noch over zijn werk praatten we. Wat moesten we daar ook over zeggen?

Leo zei dat hij hopeloos gelukkig was. Ik geloofde dat maar half, maar misschien lag dat meer aan mij. Omdat ik zelf niet goed met geluk overweg kon, kon ik me niet voorstellen dat anderen dat wel konden. Misschien was ik wel gewoon jaloers.

De woning van Leo en Tineke kwam me zo bekend voor dat ik het er benauwd van kreeg. Ik was niet helemaal naar New York gereisd om terug te keren naar iets dat ik juist had willen verlaten.

Na de lunch gingen wij wandelen.

Ik was een beetje bang voor Tineke, maar dat liet ik natuurlijk niet blijken. Bovendien dacht ik stiekem dat ook Leo een beetje bang voor haar was. Ze leek me iemand die je niet hoefde te charmeren. Iemand die zou zeggen: ,,Ja, ja, ik ken dat soort mannen.'' En dat er dan geen twijfel over mogelijk was dat jij tot dat soort behoorde.

Met een verrekijker bekeken we vogels. Op een bankje niet ver van het strand. Ik betrapte me op de gedachte dat Leo misschien wel met de verrekijker vrouwen in badpak bekeek, maar ook dat was uiteraard een gedachte die meer over mij zei dan over Leo en Tineke.

Daarna brachten ze me naar het metrostation.

Ik moest nog een keer langskomen.

Ik moest bellen.

Maar ik belde nooit meer.

Ik stelde het steeds uit, vergat het, raakte het telefoonnummer kwijt.

En toen hoorde ik dat ze naar Texas waren verhuisd. Een rare mengeling van spijt en schuld bekroop me dat ik niet nog eens had gebeld. Maar het was geen explosief mengsel. En om helemaal naar Texas af te reizen voor een lunch leek me ook wat overdreven.

Af en toe las ik in de krant over een prijs die Leo had gewonnen of over een nieuwe bundel die van hem uit was. En dan dacht ik weer even aan die lunch. Naarmate de lunch verder weg raakte, werden die gedachten steeds korter. Tot ik afgelopen donderdag om een uur of half zeven in de ochtend in een straat in Brooklyn stond en opeens besefte dat ik daar al eens eerder had gestaan. En dat ik ook in dat flatgebouw al eens eerder was geweest, omdat ik daar had geluncht met Leo en Tineke. Bijna drie jaar geleden op een dag in een vroege zomer.

De zon was net opgegaan, ik had niet gedoucht.

De avond was ervoor te donker geweest om te zien waar ik was, bovendien had ik geen interesse getoond in mijn omgeving.

Eigenlijk ging het heel goed met me. Ik dronk veel minder dan vijf jaar daarvoor, nog nooit had ik in zulke dure kleren rondgelopen als nu, en de verkoop van mijn boeken mocht dan teruglopen, ik had mijn aandelen amazon.com verkocht, dus ik kon zeker weer drie maanden vooruit. En wie wilde verder kijken dan drie maanden? Goed, er zat een beetje bloed op mijn linkerarm, iemand had me hard tegen mijn scheenbeen geschopt, maar ik was er eigenlijk goed vanaf gekomen. En dat beetje bloed was een detail dat zich zo liet wegwassen.

En toch had ik het gevoel dat ik niet dieper kon zinken dan nu. Of beter gezegd, dat ik alleen nog maar dieper kon zinken. Het was geen fysiek verval, maar iets dat in je hoofd plaatsvond en het hoofd is als bekend een bodemloos vat.

Ik probeerde me te herinneren waar het metrostation was. Ergens in mijn appartement zwierf nog het plattegrondje dat Leo Vroman voor me had getekend.

Ik moest terug naar Manhattan, dat was zeker. Ik kon hier niet blijven.

De man had gezegd, `als ik je ooit nog in deze buurt zie, dan breek ik je poten.'

Dat was klare taal. Uit zijn mond. Hij meende wat hij zei. Anders dan ik.

Sommige mannen zijn na de scheiding nog jaloers. Dat komt voor in bepaalde culturen. Dat is de samenvatting. De rest is uitweiding.

Op Madison Avenue is een schoenenwinkel genaamd Fratelli Rossetti.

Ik kom er vaak. Voor schoenen. Maar ook zomaar. Voor de mensen.

Op een dag kocht ik zomerschoenen, zwart van kleur. Ik zei dat ik de doos niet nodig had en of we eens uit konden gaan.

Ik houd van flirten. Het geeft je een doel. In het leven. Ze was gescheiden, had een baby en een jeep.

Wat doet een schoenenverkoopster met een jeep? Dat zijn van die vragen die door je hoofd blijven cirkelen. Niet, waarom stapte ik in die jeep terwijl we alleen een drankje zouden gaan drinken na het werk.

Er hing ook een kruis in die jeep. Jezus keek toe, dat was wel fijn.

Ik heb een goldcard of twee, waarmee ik bijna alles betaal, want ik leef op krediet. Op sommige mensen maakt dat indruk, een goldcard van American Express. Maar ik sluit ook niet uit dat ik gewoon heel erg charmant ben.

Ik had al een week of drie intensief met de schoenenverkoopster geflirt. Voor ik in die jeep stapte. Met dat kruis.

,,Je gaat me toch niet zeggen dat je een atheïst bent'', zei ze. Maar haar lust was groter dan haar liefde voor god, of zou het geen lust zijn geweest? Wat dan wel? En wil ik dat nog wel weten?

De rit naar Brooklyn in die jeep. Ze reed als iemand die niet kon rijden.

Ik zei nog, `het is leuk als je morgen ook nog schoenen kan verkopen'.

Je kan met veel mensen tegelijk flirten. Het is alleen een kwestie van je dag goed indelen.

Haar baby sliep, haar oppas was haar moeder. Die sliep ook. Na de seks streek ze haar kleren voor de volgende dag.

,,Ik doe elke dag iets nieuws aan, dat weet je toch'', zei ze.

We hadden net een uurtje geslapen, toen kwam haar man binnen. Haar ex-man die nog altijd de sleutel had. Om de jeep te lenen. Want die was half van hem.

Ik had het kunnen weten, een schoenenverkoopster met een jeep, dat gaat niet goed.

Ik griste mijn kleren bij elkaar en sloot me op in de badkamer.

Een baby begon te krijsen. Iemand werd afgetuigd. Dat komt in sommige culturen voor. Ook na de scheiding.

Ik glipte het huis uit, dankbaar dat ik er relatief onbeschadigd van afkwam.

De volgende middag ging ik langs Fratelli Rossetti.

,,Ze is er niet'', zei de baas, ,,en ze komt ook nooit meer. En jou hoef ik hier ook niet meer te zien. Wat jullie hier hebben uitgespookt, dat noem ik geen respect hebben voor mijn zaak.''

Ik liep naar buiten. De zon scheen en ik kon maar niet ophouden aan Leo en Tineke Vroman te denken.

Spijt, schuld, walging en lust, om het allemaal te vergeten. Het was dit keer wel een explosief mengsel.

Ook kocht ik een draagbare telefoon.