Dit is welzijnsbeleid, geen kunstbeleid

In zijn nota Ruim Baan voor culturele diversiteit heeft staatssecretaris R. van der Ploeg van Cultuur deze week in grote lijnen uiteengezet hoe hij jongeren en allochtone Nederlanders betrekken wil bij het kunstleven. De kunsten worden volgens hem gedomineerd door een elite van autochtone Nederlanders. Hij constateert ,,een groot gat tussen de gesubsidieerde professionele cultuur van een hoog niveau en de semiprofessionele- en amateurkunst, die vaak dichter bij de mensen staan'' en hij stelt: ,,Ik ben ervan overtuigd dat door meer recht te doen aan de culturele diversiteit van Nederland de `ijzeren wet' met betrekking tot de relatie tussen opleiding en cultuurdeelname aanzienlijk kan worden versoepeld''.

De staatssecretaris wil de deelname aan cultuur van deze groepen stimuleren door voorwaarden te verbinden aan de subsidiëring van kunstinstellingen en door geld vrij te maken voor initiatieven van jongeren en allochtonen. Dit beleid is omstreden. Het dreigt het kwaliteitscriterium los te laten, op basis waarvan subsidies tot nu toe verleend werden, en het zou de artistieke vrijheid van kunstenaars kunnen beknotten aangezien er sprake is van subsidie-kortingen. Bovendien zou het door de Raad voor Cultuur bepleite `pluriform kwaliteitsbesef' duiden op het meten met verschillende maten.

Op de beleidsvoornemens van Van der Ploeg is tot op heden niet of nauwelijks gereageerd door de kunstwereld zelf. De redactie van het Cultureel Supplement peilde daarom de reacties van artistiek leiders van toneelgezelschappen en muziekinstellingen.

IVO VAN HOVE, ARTISTIEK LEIDER HET ZUIDELIJK TONEEL/HOLLAND FESTIVAL

,,Mij valt op dat Van der Ploeg, iedere toespraak opnieuw, de kwaliteit van het Nederlandse toneel roemt – om vervolgens de maatregelen die hij wil nemen tegen datzelfde toneel breed uit te meten. Die kwaliteit is in zijn ogen kennelijk volstrekt vanzelfsprekend en een uitgemaakte zaak. Dat is een misvatting: kwaliteit ontstaat zeer langzaam en moet met de grootste zorgvuldigheid behandeld worden.

Van der Ploeg schiet door; economische motieven zijn heus van belang, net als deelname van zoveel mogelijk verschillende mensen en groepen aan kunst en cultuur, maar uiteindelijk telt alleen de artistieke waarde van een kunstwerk en niet de publiekscijfers. Als men wil dat theatermakend Nederland rekening gaat houden met de smaak van het grote publiek, dan is een belabberde kwaliteit het onafwendbare gevolg. Kijk maar naar de televisie.''

THEU BOERMANS, ARTISTIEK LEIDER DE TRUST

,,Mijn enige criterium is: kwaliteit. En wat kwaliteit is, bepalen wij en niet de staatssecretaris. Ik ben mijn eigen norm en als mij inhoudelijk-artistieke verplichtingen worden opgelegd, verzet ik mij daar ten zeerste tegen. Het Amsterdamse Fonds voor de Kunst heeft eens 10% van het kunstenbudget geoormerkt voor ,,allochtone'' podiumkunst en ook eens, meen ik, voor vrouwentheater. Die initiatieven zijn een zachte dood gestorven. Uiteindelijk gaat het toch om kunst en om niks anders. Kunst is er niet om maatschappelijke problemen op te lossen. Talent kan pas blijken, als je jonge acteurs en regisseurs, van welke etnische herkomst dan ook, aan het werk zet.Maar met de subsidie die we nu hebben, kunnen we geen ensemble vormen, waarin dit potentiële talent gedijen kan.''

LEONARD FRANK, ARTISTIEK LEIDER THEATER VAN HET OOSTEN

,,Ik vind de uitlatingen van Van der Ploeg gratuit. Ik ben het er mee eens dat er te weinig allochtonen, te weinig jongeren, te weinig grijsaards naar het toneel komen, maar dat zou ik graag generaliseren: er komen gewoon te weinig mensen naar toneel.

Wat betreft de geringe aanwezigheid van allochtonen en jongeren op het toneel heeft Van der Ploeg ook gelijk: wat op het toneel staat is geen neerslag van de samenleving. Maar is dat een probleem van het toneel of van de samenleving? De integratie en assimilatie laten op zich wachten maar die laten zich niet forceren. Als je in De Kersentuin een Marokkaanse bediende of een Turkse buurvrouw neerzet, stel je meteen een sociale daad die niet alleen de vorm maar ook de inhoud van de voorstelling beïnvloedt. Later, als we groot zijn en de integratie een stuk verder is, dan maakt het niet meer uit wie die bediende of buurvrouw speelt. Van der Ploegs beleidsvoorstellen zijn te dirigistisch, hij staat niet stil bij de autonomie van de kunst. Van een schilder verwacht je toch ook niet dat hij op één procent van zijn portretten allochtonen neerzet om een betere weergave van de maatschappij te geven?''

GER THIJS, ARTISTIEK LEIDER HET NATIONALE TONEEL

,,Van der Ploeg heeft geen visie, maar doelgroepen. De nadruk die hij legt op de achterstandspositie van jongeren en allochtonen in de kunsten is buiten proportie. Als wij voorstellingen van allochtone theatermakers agit-prop uit de jaren zestig vinden en amateuristisch, dan wordt er gezegd dat wij hun taal en cultuur niet begrijpen. Je kwaliteitscriteria zijn `wit' en deugen dus niet. Dan ben je uitgeluld, monddood gemaakt.

Op bijeenkomsten wil Van der Ploeg niet eens met mij praten, hij loopt linea recta door naar John Leerdam, van het multiculturele Cosmic Illusion. Dáar ligt zijn missie; een missie, die naar mijn stellige overtuiging wordt ingegeven door angst. Angst voor fundamentalisme en voor ongrijpbare processen binnen een onzichtbare groep. Zijn kruistocht is een vorm van inlijven en een poging om die bedreigende groepen in kaart te brengen. De discussie hierover in de kunstwereld blijft uit, omdat het onderwerp een mijnenveld is. Voor je het weet, word je voor racist uitgemaakt. Maar de probleemstelling is vals: het toneel schrééuwt om jongeren, van welke herkomst ook. Alleen: ze zijn er niet. Talenten dienen zich op geen enkele manier aan. Het toneel is inderdaad te eigenheimerig en te marginaal en Van der Ploeg maakt daar gebruik van. Hij duikt in het gat van de onvrede die het toneel met zichzelf heeft.''

TITUS MUIZELAAR, LID ARTISTIEKE DIRECTIE TONEELGROEP AMSTERDAM

,,Van der Ploeg en de Raad voor Cultuur houden zich bezig met welzijnsbeleid, en niet met kunstbeleid. Het is schandalig als dat sociale beleid ten koste gaat van de kunstbegroting. Dat de multiculturele samenleving problemen heeft, is wel duidelijk en er mag voor mijn part honderd miljoen voor uitgetrokken worden, maar dat geld moet van elders komen. Als Van der Ploeg wil dat de kunstwereld ook een bijdrage levert, moet hij concreter zijn. Dan moet hij ons apart geld geven en zeggen: dit en dit verwacht ik ervan. Met strafkortingen bereikt hij niets, dat is een uitnodiging tot oplichterij: om aan het quotum allochtonen te komen, zetten we gewoon drie zwarte figuranten op het toneel. Waar het op neerkomt is dat geen hond op het ministerie zich nog druk maakt om de kunsten. Het maakt me razend.''

KEES HILLEN, ARTISTIEK DIRECTEUR ROTTERDAMS PHILHARMONISCH ORKEST

,,Het is een aardig verhaal van Van der Ploeg, waarmee ik het deels eens ben. Het publiek moet worden verbreed, het onze is een te kleine afsplitsing van de samenleving. Hoogstens tien procent heeft ooit een concert bijgewoond, inclusief de optredens van Marco Bakker en Wibi Soerjadi. Negentig procent komt nooit in een concertzaal, ook veel autochtonen niet. Maar heeft het zin om Turkse symfonische muziek te spelen? In Turkije gaat ook alleen een bovenlaag naar dat soort muziek. We hebben de afgelopen jaren veel gedaan om een ander publiek te bereiken. Het orkest speelde op de Opzoomerdag op het Afrikaanderplein, we treden op in de open lucht op het multiculturele Dunya Festival, dit jaar met de Kongolese fusion-muzikant en -componist Ray Lema. Met de RPhO-show, die we regelmatig verzorgen, trekken we in een paar dagen 17.000 schoolkinderen naar De Doelen. Ze komen allemaal vrijwillig en er zijn ook veel allochtone kinderen bij. En we hebben een concert gegeven voor blinden.

Ik snap wel dat Van der Ploeg de subsidiestromen wil verplaatsen. Het zal moeilijk zijn het effect te meten. En als dat er is, zal men weer gaan pleiten voor meer Beethoven voor de minderheid in Kralingen.''

TRUZE LODDER, DIRECTEUR NEDERLANDSE OPERA

,,Culturele diversiteit en een internationale instelling zijn al lang kenmerken van het beleid van de Nederlandse Opera. Onze artistiek directeur Pierre Audi is geboren in Libanon. Hij regisseerde een opera van de Indiase componist Param Vir en is nu in gesprek om de Chinese componist Tan Dun een opera te laten schrijven. Voor de voorstelling van Strawinsky's Bijbelse stukken heeft de Amerikaanse regisseur Peter Sellars allerlei solisten uit verschillende culturen aangetrokken, zoals dansers uit Amerika, Duitsland, Brazilië en Indonesië.

Het stimuleringsbeleid moet niet uit de kunstbegroting worden betaald en ik kan me niet voorstellen dat Van der Ploeg echt subsidie bij ons wil weghalen om weer iets terug te geven als er bij ons een allochtoon in de zaal zit. Opera is nu eenmaal een westerse kunstvorm en je kunt niet iedereen dwingen om alles even mooi of interessant te vinden.''

TON KOOPMAN, ARTISTIEK LEIDER AMSTERDAM BAROQUE ORCHESTRA

,,Juist elitaire kunst die niet zo'n groot publiek trekt, verdient subsidie. De overheid moet dat soort kunst verdedigen. Het is een zorgsector en daarom vind ik het dreigement van de staatssecretaris om de subsidie te verminderen een beetje wild. Subsidie moet er ook zijn voor allochtone muziek, als die dat nodig heeft. Natuurlijk moet voor elitaire kunst propaganda worden gemaakt om een nieuw publiek te lokken en vergrijzing te voorkomen. Concertzalen moeten zorgen voor een gevarieerd aanbod. Ik speel ook dansmuziek, en ik doe binnen de klassieke muziek aan cross-over. We hebben met ons `authentieke' orkest concerten gegeven met de beroemde Yo-Yo Ma, die normaal op een moderne cello speelt. Maar ik kan mensen, autochtonen of allochtonen, niet dwingen om naar de concertzaal te gaan en Telemann en Bach mooi te vinden. Dat moet iedereen voor zichzelf uitmaken. Ik ga ook niet naar popmuziek.''

Met bijdragen van Pieter Kottman, Kasper Jansen, Edo Dijksterhuis en Paul Steenhuis