Digibeet

De afgelopen week zijn de verwikkelingen rond de heer Wiegel, alsmede het andere wereldnieuws, praktisch geheel aan mij voorbij gegaan. De reden daarvan lag in de aanschaf van een nieuwe computer, een gebeurtenis die mij deed beseffen dat alles sneller verandert dan ik voor mogelijk had gehouden.

Vroeger kocht je in de winkel een schrijfmachine. Thuis haalde je hem uit de koffer, deed er een nieuw lint in en ging aan het werk. Zo'n eenvoudige procedure is bij een computer ongebruikelijk geworden. Ik kocht de mijne on line, zoals dat heet. Via het Internet zocht ik uit wat ik wilde hebben, toetste het nummer van mijn credit card in en klaar was Kees. In de dagen daarop kon ik via de site van de fabrikant precies nagaan hoever men met mijn in Ierland geassembleerde machine was gevorderd. Hij is nu klaar, hij gaat nu op de boot, momenteel wordt hij verscheept, hij is nu aangekomen, hij staat nu in het magazijn, morgen krijgt u hem bij u thuis, dat was het virtuele traject dat mijn toekomstige huisgenoot ook in werkelijkheid aflegde.

Met de aankomst van de computer maakte ook de deskundige zijn intrede. Ik ben te zeer een digibeet om al die apparaten en programma's te kunnen installeren op een manier dat alles werkt. De deskundige komt bij je thuis om dat voor je te doen. Hij is een kruising tussen een huisarts en een automonteur. In mijn geval keek hij met zichtbare afschuw naar mijn afgedankte apparatuur, maar met de gedane aanschaf leek hij te kunnen leven. ,,Een beest, acht keer zo snel'', merkte hij tevreden op.

Vanaf het moment dat de deskundige aan de slag ging, begon mijn geworstel met de vernieuwing. Zo wilde ik graag een faxprogramma, waarmee ik rechtstreeks uit mijn computer kan faxen zonder dat ik een velletje papier in een faxmachine hoef te doen. Mijn vorige computer kon dat ook en ik was er erg trots op dat ik mijzelf had geleerd hoe ik hem moest laten inbellen. Ik vond het een soort wonder dat ik via een toetsenbord op mijn bureau een telefoon aan de andere kant van de wereld zover kon krijgen dat er een briefje werd geprint.

Hier lachte de deskundige schamper. Wie werkte nog met zoiets ouderwets als een fax, terwijl er toch zoiets bestaat als e-mail? Pontificaal hief hij de armen in de lucht. `t Is toch wel handig, wierp ik tegen, want met een fax kun je ook plaatjes versturen. Verbaasd over zoveel onkunde helde de deskundige achterover als een NAVO-generaal die te horen krijgt dat de tegenpartij de aanval heeft ingezet met lansen en hooivorken. ,,Maar dat kan een e-mailprogramma ook allemaal'', baste hij, ,,en bovendien nog veel meer. Dat moet je even leren.''

Daar had je het weer. Telkens als ik met veel moeite mij een bepaalde procedure eigen had gemaakt, kwam er iets nieuws, iets snellers, iets nog mooiers, dat echter wel nog even geleerd moest worden. En hoeveel tijd ging mij dat even leren nu weer kosten? Mijn ervaring was dat het vooral neerkwam op urenlang wanhopig proberen, een verschijnsel dat Tim Krabbé wel eens de tijdverslindende tijdsbesparing heeft genoemd. Zeeën van tijd worden gespendeerd om later een oceaan van tijd over te houden, een illusie die alleen maar op zou gaan in een statistische wereld zonder vernieuwingen.

Intussen ontdekte de deskundige op mijn oude harde schijf allemaal programma's uit 1995. Daar moest hij ook erg om lachen. Ruïnes in de programmatuur, hij zal er wel even een nieuwe versie voor mij opzetten. Wat gebeurde er in 1995? Het Parool kwam met een laatste reddingsplan. Harry Mulisch kreeg geen Libris-prijs voor De ontdekking van de hemel en Ennëus Heerma werd lijsttrekker van het CDA. Eén computergeneratie later floreert Het Parool weer, heeft Harry zijn prijs en is Heerma dood.

De machines worden sneller, maar de gebruikers lijken voort te leven in hetzelfde tempo. Nog niet zo lang geleden liet Bill Gates een advertentie plaatsen waarin hij uitrekende dat wanneer auto's in deze eeuw evenveel snelheid zouden hebben gewonnen als computers in de laatste tien jaar, de auto's nu meer dan duizend kilomneter per uur zouden rijden. Allemaal waar, antwoordde General Motors in een tegenadvertentie, maar dan moet u er als gebruiker wel rekening mee houden dat u ten minste een keer op een dag bij duizend kilometer per uur een ongeluk krijgt, waarbij de hele motor plotseling vastloopt.