Blijf op je eigen helft! 3

,,Als we er niet overheen kunnen, dan gaan we er onderdoor!'', riep Wilma. Boos stonden de koeien bij het HEK in de wei. Aan de andere kant stonden de schapen, sommige nog kauwend op de bloemen die ze uit de koeienwei gestolen hadden. Wat de koeien ook probeerden, ze konden niet over het HEK heen. Omduwen was mislukt, omzagen met een losse plank was mislukt. ,,Graven, we gaan graven als de mollen. We gaan onder het HEK door,'zei Bertha. Ze begon met haar hoeven in het gras te schrapen, en al snel vlogen de kluiten vette klei in het rond. Maar de klei was te vet. Al snel was er wel een kuil in de modderige grond, maar daar kon geen koe door. Bertha bleef steken, en kon zich maar met moeite uit de klem terugtrekken. teleurgesteld stonden de koeien bijelkaar, met de kont naar de wind, voor een krijgsraad. Ze moesten over het HEK, maar hoe. In de verte zagen ze jongens met een polsstok over sloten in de weilanden springen. ,,Een polsstok, dat is het,'' zeiden de koeien en ze begonnen te loeien om de aandacht van de jongens te trekken. maar die keken niet naar ze om. ,,Een koe met een polsstok, dat is ook een belachelijk idee,''zei Wilma, ,,Ik zwem gewoon naar de schapenwei.'' En met een machtige plons sprong ze in de sloot.