Vrije keuze in een ontwricht land

Op maandag 7 juni kiest Indonesië een nieuw parlement. Voor het eerst sinds 1955 is daarbij sprake van een vrije keuze. Vol interesse kijkt het buitenland toe. De vroegere Amerikaanse president Carter spreekt van de ,,belangrijkste democratische transitie in de hedendaagse wereld''. Portret van een zwaar verdeeld land dat nog met zijn verleden moet afrekenen.

VIA SPANDOEKEN aan viaducten en overheidskantoren, via radio, televisie en gedrukte media propageert de Indonesische overheid haar bezweringsformules: de parlementsverkiezingen op 7 juni moeten aman, langsung, umum, bebas, rahasia, jujur en adil zijn. Dat wil zeggen veilig, rechtstreeks, algemeen, vrij, geheim, eerlijk en rechtvaardig. De internationale wereld, die het verkiezingsproces in Indonesië subsidieert, vindt het al mooi wanneer de stembusgang transparant en vrij gebeurt. Maar Indonesiërs mogen voor het eerst in meer dan veertig jaar hun democratische keuze bepalen en de overheid lijkt adjectieven tekort te komen om dat feit te onderstrepen. De burger beziet dit alles overigens doorgaans als omong kosong (loze praatjes) of bohong (gelul).

Maar goed, de kans dat de verkiezingen niet verlopen volgens de regels is reëel aanwezig. Verkiezingen in Indonesië hadden onder ex-president Soeharto gedurende de afgelopen 32 jaar nog het meest weg van een omvangrijk toneelstuk dat leek te worden opgevoerd ten gerieve van het geweten van Westerse investeerders en inwoners van donorlanden. Onder de cynische benaming `Feest der Democratie' werd op grote schaal stembusfraude gepleegd, werden mensen onder druk gezet om op de regeringspartij Golkar te stemmen en veroorzaakten opgekropte frustraties hierover uiterst gewelddadige verkiezingscampagnes.

De relevantie van de komende Indonesische verkiezingen wordt echter ook buiten het eigen land niet onderschat. Zo noemde de voormalige Amerikaanse president Carter, tijdens een bezoek aan Jakarta begin april, deze verkiezingen ,,de belangrijkste democratische transitie in de hedendaagse wereld''.

Carter zal op persoonlijk verzoek van de Indonesische president B.J. Habibie optreden als internationaal waarnemer tijdens de verkiezingen. En hij zal niet de enige zijn: bijna uit alle delen van de wereld stromen waarnemers de komende weken naar Indonesië. Hun aanwezigheid dient een dubbel, paradoxaal, doel. De waarnemers kunnen de ruim 120 miljoen stemgerechtigden het gevoel geven dat zij deze keer hun stem eerlijk, vrij, open, et cetera kunnen uitbrengen. Tegelijkertijd geven internationale waarnemers een aureool van legitimiteit aan het hele proces, wat zittende machthebbers in de kaart kan spelen. Niet voor niets waren ook onder Soeharto internationale waarnemers vaste gasten op het Feest der Democratie.

Indonesië zou met zijn ongeveer 210 miljoen inwoners na een geslaagde transitieperiode de op drie na grootste democratie ter wereld kunnen worden. Dat is waar Carter waarschijnlijk op doelde. Het land vertegenwoordigt bovendien grote zakelijke belangen van diverse buitenlandse investeerders. Landen als Japan en Duitsland lopen daarbij voorop. Van de 120 miljard gulden buitenlandse schuld die het Indonesische bedrijfsleven eind 1997 had uitstaan, was 38 procent uitgeleend door Japanse banken, 11 procent door Duitse en (slechts) 8 procent door Amerikaanse banken.

Voor de VS vertegenwoordigt Indonesië vooral een strategisch belang, met het oog op China, maar ook in verband met de stabiliteit in de regio Zuidoost-Azië. Een ontwrichting van de stabiliteit in Indonesië zou gevolgen kunnen hebben in omringende landen als Maleisië, Thailand, Vietnam, Cambodja of Laos. Waarbij een groot economisch belang niet vergeten mag worden: 40 procent van al het scheepvaartverkeer ter wereld gaat door de nauwe Straat van Malakka tussen Noord-Sumatra en Maleisië.

Met name dit laatste land lijkt zich dat ook te realiseren: vorige week ontmoette de Maleisische premier Mahatir de Indonesische president, op het industrie-eiland Batam voor de kust van Singapore, om te spreken over `herstel van relaties'. Tevoren werd echter ook aangekondigd dat andere kwesties aan de orde zouden komen, zoals het tegengaan door de Indonesische autoriteiten van illegale emigratie. Maleisië is zeer beducht voor een eventuele exodus uit Indonesië met ontwrichtende gevolgen voor het eigen land.

Die vrees voor een massale uittocht van Indonesiërs is aan de andere kant vwaaok een reden voor de bemoeienis van Australië met zijn buurland. In geopolitieke termen ligt de kust van Australië op een steenworp afstand van de omstreden Indonesische provincie Oost-Timor. Australië is lange tijd het enige Westerse land geweest dat de annexatie van deze voormalige Portugese kolonie in 1976 door Jakarta erkende. Sinds afgelopen winter zijn de Australiërs echter openlijk opgeschoven naar erkenning van het zelfbeschikkingsrecht van de Oost-Timorese bevolking.

Een recent akkoord tussen Indonesië en Portugal om begin augustus de bevolking van het gebiedsdeel de mogelijkheid te geven zich per referendum uit te spreken over mogelijke onafhankelijkheid, wordt aangevochten door gewapende bendes. Deze pro-Indonesische milities worden vrij openlijk gesteund door onderdelen van het Indonesische leger. De Australische premier Howard is niet zo lang geleden met een zware delegatie bij Habibie langs geweest om het Indonesische staatshoofd te vragen hiermee op te houden. De Indonesiërs hebben beterschap beloofd, maar zijn niet ingegaan op het aanbod dat zou zijn gedaan om Australische vredestroepen op het eiland te stationeren.

In Indonesië zelf heerst de communis opinio dat verkiezingen de enige mogelijkheid zijn om het land uit de economische en politieke misère te tillen waarmee het nu al twee jaar worstelt. Vorige week was het exact een jaar geleden dat president Soeharto zich gedwongen zag af te treden, nadat de economie was ingestort, onder druk van dagelijkse studentendemonstraties eine steden. Habibie, Soeharto's langjarige acoliet en destijds vice-president, nam de macht over.

Maar hij is er het afgelopen jaar niet in geslaagd meer te worden dan een overgangsfiguur. Voorstanders van Habibie wijzen op zijn voornaamste wapenfeiten: hij heeft de persbreidel afgeschaft, een meerpartijenstelsel toegelaten en politieke gevangenen vrijgelaten. Tegenstanders zien toch vooral een man die dit niet uit overtuiging doet, maar uit noodzaak.

Ondertussen hebben het afgelopen jaar in verschillende delen van het land etnische en religieuze conflicten geleid tot verlies van honderden mensenlevens en ontwrichting van het openbare leven. De economie is nog altijd zieltogend, ondanks recente tekenen van beginnend herstel. En Habibie zelf staat in binnen- en buitenland onder curatele. In het binnenland van de machtige chef-staf van het leger, tevens minister van defensie, generaal Wiranto, die nimmer van zijn zijde schijnt te wijken. In het buitenland loopt Habibie aan de hand van bankiers, het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldbank en de Aziatische Ontwikkelingsbank.

Rust aan het politieke front door de democratische verkiezing van een legitieme regering levert nieuwe stabiliteit, en die stabiliteit zorgt voor de terugkeer van buitenlandse investeringen. Daar is kort samengevat de hoop op gevestigd van optimisten binnen en buiten Indonesië als uitweg voor de gecompliceerde crisis in dit land.

Vrije verkiezingen alleen zijn echter niet de panacee voor Indonesië. Zelfs binnen Golkar, nog altijd de kampioen van de status-quo, wordt dit erkend. Marzuki Darusman, een van de ondervoorzitters van de partij maar tevens voorzitter van de Nationale Mensenrechtencommissie, kraakte niet lang geleden het verkiezingsoptimisme. ,,Wat zullen deze verkiezingen oplossen? Niets! Zij zullen slechts een breuk met het verleden markeren. De onzekerheid blijft echter.''

Rust en stabiliteit, herstel van vertrouwen, kunnen pas terugkeren als Indonesië met het verleden in het reine komt. Een nieuwe regering staat voor de taak recht te doen aan slachtoffers van schendingen van Rechten van de Mens door daders te veroordelen. Ook met degenen die zichzelf gedurende de Soeharto-jaren onrechtmatig hebben verrijkt, te beginnen met de voormalige eerste familie, moet worden afgerekend. Of het echter tot zo'n catharsis kan komen, is zeer de vraag. Daarvoor zijn de krachten van de status-quo, legertop, leidende politici en topbureaucraten, nog altijd te machtig.