Voor euro dreigt de vernedering

Gaat de euro-dollarkoers naar één op één? Dat zou worden opgevat als een flinke vernedering voor Europa. Het verdere lot van de euro heeft Brussel nu goeddeels in eigen hand.

Toen dertig jaar terug de Europese rekeneenheid in het leven werd geroepen om onderlinge betalingen binnen de Europese Gemeenschap te regelen, kreeg die de zelfde waarde als de Amerikaanse dollar. Wel zo makkelijk rekenen, en bovendien had Europa voor het eerst een rivaal van de dollar in het leven geroepen – hoe onbeduidend en administratief die ook nog was.

De ecu die daarna in 1979 als kunstmatige Europese munt werd ingevoerd, was wat waarde betreft een voortzetting van de rekeneenheid. En eind vorig jaar werd de Europese munt, de euro, bij zijn ontstaan op een waarde gezet die gelijk was aan een ecu.

In overdrachtelijke zin is de euro dus een Europese dollar. En de kans groeit dat het niet bij overdrachtelijkheden blijft: als de euro, die vanmorgen de 1,04 dollar raakte, nog vier procent in koers daalt dan wordt de verhouding tussen dollar en euro daadwerkelijk 1 op 1. Onder dat niveau begint de euro-dollarkoers aan een tocht die in de meeste Europese hoofdsteden als een ultieme vernedering zal worden ervaren.

Daarom is het pikant dat de regeringen van de eurolanden zelf verantwoordelijk worden gehouden voor de jongste golf van euro-zwakte. Afgelopen dinsdag stonden de ministers van Financiën van de Europese Unie het Italië toe dit jaar een hoger tekort aan te houden dan was afgesproken. Die beslssing bracht de euro op de valutamarkt naar de laagste dollarkoers in zijn bestaan.

Hoewel nooit achterhaald kan worden of het besluit dé reden is voor de hernieuwde eurozwakte, of enkel door de handel wordt aangegrepen als verklaring voor een koersval die hoe dan ook in de lucht hing, heeft het Brusselse besluit wel een deuk geslagen in het vertrouwen in het zogenoemde Stabiliteitspact.

Dat Stabiliteitspact is een afspraak tussen de landen die meedoen met de Economische en Monetaire Unie. Dat de deelnemers over 1997 moesten voldoen aan de zogenoemde Maastricht-criteria (met als voornmaamste eis een begrotingstekort van niet meer dan 3 procent van het bruto binnenlands product) was met name Duitsland niet veilig genoeg: eenmaal binnen, konden landen hun tekorten weer laten oplopen en zo de euro van binnenuit uithollen. En zo werd in het Pact afgesproken dat het tekort ook na de start van de muntunie niet boven de 3 procent mocht komen, behoudens tijdens zeer zware economische recessies. Op overtreding van de regel staat een forse geldboete. Ook werd in het Pact afgesproken dat de eurolanden op de middelllange termijn zouden streven naar begrotingsevenwicht.

Om vroeg te signaleren dat een land niet in de pas loopt met de regels, is afgesproken dat de landen `stabiliteitsprogramma's' indienen. Daarin zijn de begrotingsplannen voor de eerstevolgende 3 jaar vervat. Italië, dat vorig jaar met de hakken over de sloot de Maastricht-norm haalde, blijkt nu als eerste in problemen te komen.

De Italiaanse economie groeit maar met hooguit anderhalf procent dit jaar, zodat het voorziene tekort van 2 procent in 1999, dat in het Italiaanse stabiliteitsprogramma prijkt, niet wordt gehaald. De minister van Schatkist kon daarvoor dinsdag op begrip rekenen van zijn collega's in Brussel. Italië mag nu een tekort hebben van 2,4 procent in 1999.

Dat is niet in strijd met het Pact, want dat zegt niets over het al dan niet halen van tussentijdse begrotingsdoelstellingen. En het tekort wordt géén 3 procent. Maar de geest van het Pact is wel aangetast: als een economische vertraging al dispensatie geeft voor begrotingsdiscipline, wat gebeurt er dan als het economisch écht slecht gaat?

Hier verdwaalt de vergadering van Europese ministers van Financiën in een doolhof van 11 verschillende politieke attitudes en economische omstandigheden. De Franse minister Strauss-Kahn heeft al duidelijk gemaakt dat het Pact zo moet worden opgevat dat alle 11 landen opgeteld niet boven een tekort van 3 procent mogen komen. Dat laat ruimte voor individuele overschrijdingen, zoals mogelijk van Italië. Duitsland is de striktheid zelve, maar heeft dusdanige economische tegenwind dat het zelf de grootste moeite heeft zijn tekort te drukken. En zelfs de scherprechter Nederland verliest autoriteit omdat het het klaarspeelt om na vijf jaar van onstuimige economische groei zijn tekort te laten oplopen richting 2 procent.

Geen wonder dat de valutamarkt steeds minder vertrouwen heeft in de houdbaarheid van het Pact. En met de stemming zó tegen de euro is er nog maar weinig nodig om de een-op-eenkoers met de dollar te evenaren.