Spanje graaide gretig in Europese subsidiepot

In Spanje wordt een commissie ingesteld die onderzoek zal doen naar de explosieve toename van de productie van vlas, een product waarvoor geen afzetmarkt bestaat, maar wel een aantrekkelijke Europese subsidiepot.

De parlementaire onderzoekscommissie die vandaag in Madrid wordt ingesteld, moet helderheid brengen in een van de meest pittoreske oplichtingsaffaires die Spanje de afgelopen jaren heeft gekend. Midden in de campagne voor de Europese verkiezingen ontrolt zich een kwestie waarvan gerommel met Europese landbouwsubsidies het middelpunt vormt.

De kwestie draait opmerkelijk genoeg om vlas, een gewas dat met de opkomst van synthetische vezels in de jaren zestig vrijwel geheel van de Spaanse akkers was verdwenen. Maar vlas is weer helemaal terug sinds in Brussel het idee werd gelanceerd om met Europese landbouwfondsen de productie ervan flink te stimuleren. Een aantrekkelijk alternatief voor de kwijnende graanteelt op droge grond, zo heette het.

Aantrekkelijk was het inderdaad. Brussel betaalde ruim 1600 gulden uit per hectare met vlas ingezaaid bouwland en dat is snel verdiend op de even uitgestrekte als kurkdroge gronden van de Spaanse hoogvlakte. Te meer omdat de boeren aanvankelijk zonder enige noemenswaardige controle de subsidie in hun zak konden steken. De vlasteelt, in 1993 vrijwel verwaarloosbaar, explodeerde: naar schatting is op het ogenblik 140.000 hectare ingezaaid, met een geschat subsidiebedrag van 130 miljoen gulden.

Zoveel nijverheid voor een product waarop niemand zat te wachten bleef niet onopgemerkt en Brussel besloot dan ook de subsidievoorwaarden aan te scherpen. Boeren moesten een contract overleggen met een bedrijf dat het vlasstro in vezels omzette. Als paddestoelen schoten de vezelbedrijven uit de grond: voortaan werd de subsidie gedeeld tussen boer en vezelbedrijf, overigens vaak coöperaties in handen van de boeren.

Probleem bleef evenwel de afzet: terwijl de opslagplaatsen onder de ogen van de Europese subsidieverstrekkers volstroomden met vlasstro en vezels, was er van enige afzet geen sprake. De export bleef nul en Spanjes eigen consumptie werd afgedekt door de import. Zoiets schept een ruimteprobleem in de opslagplaatsen. Dat werd evenwel op praktische wijze opgelost: het afgelopen jaar brandden zeven magazijnen voor vlas tot de grond af.

Op het ministerie van Landbouw, dat de subsisieverstrekking coördineerde, bleek men evenmin stil te zitten. Volgens de laatste schattingen heeft de inmiddels afgetreden directeur-generaal Nicolás López de Coca via een aantal familiebedrijfjes voor zeker vier miljoen gulden aan Europese vlassubsidie opgestreken. Ook andere hoge ambtenaren die door de regerende Partido Popular zijn benoemd worden ervan verdacht op ruime schaal te hebben geprofiteerd van de geldstroom uit Brussel.

Het eerste hooggeplaatste slachtoffer van de affaire lijkt de conservatieve lijsttrekker voor de Europese verkiezingen, Loyola de Palacio, te gaan worden. Zij is ex-minister van Landbouw en gedoodverfd kandidaat voor een post in de Europese Commissie. De socialistische oppositie – belangrijkste tegenspeler op het Europese veld – verwijt haar vergaande politieke nalatigheid in de vlasaffaire.

Een door een zwendelaffaire besmette ex-minister is wel het laatste dat de toekomstige voorzitter Romano Prodi kan gebruiken in zijn nieuw te vormen Commissie. Het eurocommissariaat voor De Palacio is hierdoor uiterst onzeker geworden.

De zaak is voor de regerende Partido Popular zeer pijnlijk, omdat het er alle schijn van heeft dat ex-minister De Palacio door premier Aznar persoonlijk was uitverkoren voor de Commissie. Een en ander leidde er toe dat de huidige conservatieve eurocommissaris, de oudgediende Marcelino Oreja, afgelopen zondag aankondigde dat hij niet wil terugkeren op zijn post. Naar verluidt kreeg Oreja, bezorgd over zijn toekomst, zelfs na herhaald aandringen geen gesprek met Aznar. Hij besloot daarop zijn partij vaarwel te zeggen.

Pijnlijk is ook dat de Partido Popular niet langer uitkomt onder de belofte van zijn premier fraude voortaan te onderzoeken. Nadat een reeks van conservatieve politici de afgelopen maanden de revue passeerden in schandalen en schandaaltjes, zagen de conservatieven geen andere mogelijkheid dan in te stemmen met een parlementaire onderzoekscommissie. Enige troost: de commissie gaat pas aan het werk na 13 juni, wanneer de verkiezingen voorbij zijn.