SONGFESTIVAL NOSTALGIE

,,Nederland gaat er eens extra voor zitten,'' zei commentator Willem Duys op verlekkerde fluistertoon, ,,want hier komen de Spelbrekers.'' Het was 1962, en vocalisten uit zestien verschillende landen hadden zich verzameld in het RTL Auditorium in Luxemburg voor de zevende editie van het Eurovisie Songfestival. De beurt was, ongeveer halverwege de uitzending, aan het schalks bedoelde Kleine kokette Katinka. Van de trap kwamen twee terdege gecoiffeerde heren in smoking, die de leeftijd van de in de tekst gesuggereerde kalverliefde reeds lang te boven waren, maar niettemin uit volle borst begonnen te zingen.

Huug Kok (43) en Theo Rekkers (38), die samen al ruim vijftien jaar het duo de Spelbrekers vormden, hadden hun optreden zo te zien zorgvuldig ingestudeerd. Telkens als in het lied sprake was van de voorbijtrippelende Katinka, draaiden de zangers mee alsof ze haar volgden, soms met hun hoofden en soms alleen met hun ogen. Al gauw bleek echter dat veel van deze moeite vergeefs was. Al snel ging het beeld twee keer heel even op zwart. De Spelbrekers reageerden niet; onverwoestbaar bleef de glimlach op hun gezichten staan. Maar na een minuut ging het definitief mis. Het licht viel uit.

In het Omroepmuseum waar (tot 19 juni) op grootbeeld een compilatie van Songfestivalfragmenten wordt vertoond, is weer te zien hoe desastreus het gevolg was: langdurig waren in het zwart nog slechts de witte overhemden en de witte tanden van het duo te zien. Tenslotte trok het beeld iets bij, maar het kwam niet meer goed. En ondanks heftig protest van de Nederlandse delegatie, mocht het niet over. Frankrijk won dat jaar met Un premier amour, gezongen door Isabelle Aubret, en de Spelbrekers gingen met nul punten naar huis. Kok en Rekkers verdwenen later achter de schermen en verzorgen tot op de dag van vandaag het management van André van Duin.

Dit is het slot van een korte serie. (Teksten Henk van Gelder, foto Persbureau G. Ferguson)