Sojabonen

Dit jaar heb ik met Pinksteren voor het eerst sojaboontjes gelegd. Het is een warmteminnend gewas, dus het zaad kan pas na half mei ter plaatse worden gezaaid, zoals Buishand en Houwing zeggen in hun onvolprezen boek Bijzonder oude en nieuwe groenten in tuin en keuken. Ik ben benieuwd of er wat van komt. `Voor een goede afrijping', zegt Buishand c.s, `is een vrij warme septembermaand nodig met een gemiddelde dagtemperatuur van minstens 13 °C.' Dat ziet er in principe dus somber uit, maar ik ben reuze benieuwd hoe verse sojaboontjes smaken, die je direkt van de plant oogst. Sojabonen die je in reformwinkels koopt, moet je eerst langdurig weken en koken voor je ze kunt consumeren. Daarbij komt dat de nacht daarop je onderlijf een klein fabriekje lijkt. Onder je dekens hopen de uitlaatgassen zich op. Ik hoop dat dat bij verse sojaboontjes niet zo is.

Vanwaar, zult u vragen, opeens dat hartstochtelijke verlangen naar sojaboontjes? Ik zal het u eerlijk zeggen. Dat verlangen dank ik aan dr. A.J. Houtsmuller. Die man, hoor ik u nu uitroepen, maar die man mag je van president Orobio de Castro van de Amsterdamse rechtbank voortaan ongestraft voor kwakzalver uitschelden, iets dat zowel Frits Abrahams als Piet Borst met onverholen triomf in een column in deze krant nadrukkelijk gememoreerd heeft.

Lang voor deze kwestie speelde heb ik het boek Niet-toxische tumortherapie van dr. Houtsmuller gelezen. Dat maakte op mij als bioloog een degelijke indruk. Het deed me in geen enkel opzicht denken aan de geschriften van kwakzalvers zoals de uitvinder van de macrobiotiek of Yomanda.

In zijn boek, waar tussen haakjes het haaienvinnenkraakbeen maar een uiterst bescheiden rol speelt (ik vermoed dat Frits Abrahams het geschrift helemaal niet gelezen heeft), komt dr. Houtsmuller herhaaldelijk te spreken over sojaboontjes. De belangrijkste uitspraak daarover staat op pagina 57: `Kennedy (1994) beschreef de kankerremmende werking van proteaseremmers, vooral die uit soja, BM genoemd (Bowman-Birk inhibitor). Deze remmers werken al in een zeer lage concentratie en op een irreversibele wijze. Ze beïnvloeden ook veel verschillende soorten tumoren en worden dan ook universele kankerremmers genoemd. De belangrijkste proteaseremmer was die voor chymotrypsine, die vooral in sojabonen zeer hoog is (Birk 1975). Zowel Japanners als zevendedagadventisten gebruiken veel sojaproducten en hebben extreem weinig kanker.' Me dunkt, wat in de laatste zin gezegd wordt is verifieerbaar. Piet Borst moet ons kunnen vertellen of dit waar is of niet.

Behalve bij Houtsmuller kun je in tal van andere publicaties lezen dat sojabonen die alle voor de mens noodzakelijke eiwitten bevatten, uiterst gezond zijn. Ook datgene wat Houtsmuller verder zegt over het gebruik van zoveel mogelijk verse groenten en fruit ter preventie van kanker vind je in allerlei andere bronnen terug. Een paar maanden geleden werd in HP/De Tijd een Engelse biochemicus geïnterviewd die grootschalig epidemiologisch onderzoek had gedaan in China. Daaruit was zonneklaar gebleken dat wat rijkere Chinezen die veel vlees en weinig groenten aten, een veel hoger kankerrisico hadden dan arme Chinezen die hun eigen groenten verbouwden en zich voornamelijk voedden met koolsoorten, paprika's, uien, tomaten, pepers e.d. Deze biochemicus raadde met klem het gebruik af van alle dierlijke producten. Zelfs van zuivelproducten!

Ik denk dat we een scherp onderscheid moeten maken tussen preventie en genezing. Heb je eenmaal kanker dan kan, naast normale therapie, het Houtsmuller-dieet absoluut geen kwaad, maar je moet er geen wonderen van verwachten. Heb je nog geen kanker, dan is er mijns inziens alle reden om zoveel mogelijk verse groenten en fruit te eten, en zo weinig mogelijk vlees. Ik heb in mijn jeugd jarenlang bij een slager gewerkt. Daardoor kende ik alle concurrenten van mijn baas. Welnu, de slagers uit mijn jeugd, een man of dertig, zijn vrijwel allemaal, mitsgaders hun echtgenotes en kroost, aan kanker overleden. Het kan puur toeval zijn, maar het moet een koud kunstje zijn om in Nederland na te gaan of slagers statistisch gesproken een hogere kans hebben om dood te gaan aan kanker dan andere bevolkingsgroepen. Ik heb in ieder geval vlees radikaal van het menu geschrapt. In plaats daarvan eet ik sojaboontjes, en dit najaar hoop ik ze zelf van mijn klei te mogen oogsten en vers te mogen consumeren. Ik zal daar een glasje vers geperst groentesap bij drinken en een toast uitbrengen op dr. Houtsmuller.