Restauratie Het Laatste Avondmaal omstreden

Vanaf morgen is Het Laatste Avondmaal in gerestaureerde staat te zien in Milaan. Twintig jaar duurde de omstreden restauratie.

Na een omstreden restauratie die ruim twintig jaar heeft geduurd, is vanaf morgen het wereldberoemde schilderij Het laatste avondmaal van Leonardo Da Vinci weer te bezichtigen in Milaan.

Volgens minister van cultuur Giovanna Melandri is dit ,,de belangrijkste restauratie van de eeuw'' en het is werk nu weer duidelijk herkenbaar als een Da Vinci. Maar een aantal kunstcritici vindt dat er bij de restauratie veel te veel latere toevoegingen zijn weggehaald.

Het kolossale schilderij beslaat de volledige achterwand van de voormalige eetzaal van het klooster bij de kerk Santa Maria delle Grazie. De problemen begonnen al vrij snel nadat Da Vinci het in 1497 had voltooid, in opdracht van graaf Ludovico Sforza, bijgenaamd 'de Moor'. Da Vinci had als experiment geen fresco gemaakt, maar olieverf en tempera gebruikt, materiaal dat eigenlijk meer geschikt is om te werken op hout en linnen doek. Het voordeel was dat hij makkelijker correcties kon aanbrengen, het nadeel dat het gebruikte materiaal niet ademde, waardoor het vocht in de muur niet kon verdampen.

Het vochtprobleem blijkt dramatisch Zeventig jaar later constateert Giorgio Vasari, geschiedschrijver van de 15e- en 16e-eeuwse schilderkunst, dat het werk zwaar was beschadigd. Het schilderij is daarna bijna iedere halve eeuw gerestaureerd, waarbij scheuren in de muur zo goed mogelijk werden gelijmd en beschadigingen werden bijgewerkt. Door die toevoegingen en door de grauwsluier van stof die op de verf was gekomen, was het alleen met veel moeite nog herkenbaar als een werk van Da Vinci.

In 1978 werd besloten tot een restauratie volgens het principe dat alleen het origineel van Da Vinci moest blijven. Stukje bij beetje heeft restauratrice Pinin Brambilla Barcillon het kolossale werk, van 4,60 bij 8,80 meter afgewerkt. Zij heeft alle lagen weggehaald die er bij latere restauraties waren aangebracht. Omdat het schilderij er zo slecht aan toe was, eindigde ze vaak op de kale muur. Die plekken zijn nu met waterverf opgevuld om het schilderij visuele eenheid te geven.

Net als bij de restauratie van de Sixtijnse kapel blijken de oorspronkelijke kleuren veel helderder te zijn dan was gedacht. Het schilderij heeft weer ,,licht en lucht'' gekregen, zei minister Melandri. Onder de eeuwenoude lagen van stof, lijm en later aangebrachte verf zijn ook onverwachte details naar boven gekomen, zoals de bloemen op het tafelkleed of de panelen aan het plafond.

Maar in wezen is het een mozaïek van stukjes die ooit door Da Vinci zijn geschilderd, waarbij de open plekken zijn opgevuld in een vergelijkbare lichtere kleur. Sommige kunstcritici vinden dat het met weghalen van de latere toevoegingen de geschiedenis van het schilderij is vernield. De Franse criticus Jacques Frank noemt de restauratie ,,desastreus'' en zegt: ,,Ze hebben de historische bijwerkingen opgeofferd die visuele eenheid gaven aan een werk dat al voor tachtig procent verloren was gegaan.''

Het schilderij is een keerpunt in de manier waarop het laatste avondmaal dat Christus met zijn apostelen had, werd afgebeeld. Da Vinci kiest het moment net nadat Christus heeft gezegd dat een van zijn apostelen hem zal verraden, en laat met veel beweging de opschudding zien die zijn woorden teweegbrengen.

Om het werk te beschermen moeten belangstellenden reserveren en mogen er niet meer dan 25 mensen tegelijk naar binnen. Iedereen moet door een speciale sluis, om zoveel mogelijk stof buiten de kloosterzaal te houden.