Politieke lot van Borst onzekerder

De PvdA heeft gisteren de onzekerheid over het politieke lot van minister Borst (Volksgezondheid) verder vergroot. Dit gebeurde in een Kamerdebat over het rapport van de enquêtecommissie Vliegramp Bijlmermeer.

PvdA-woordvoerder Van Gijzel nam een kritische conclusie aangaande het optreden van Borst bij de afwikkeling van de gevolgen van de ramp voorlopig over.

Borst zelf had al verklaard dat ze haar functie zou neerleggen als de Tweede Kamer de betreffende conclusie zou overnemen.

Het gaat om de constatering van de commissie dat traagheid en onderschatting van de kant van de overheid de gezondheidsklachten van de mensen in de Bijlmer in de jaren na de ramp uiteindelijk ,,in aantal en aard hebben doen toenemen''.

De oppositiepartijen CDA en GroenLinks hadden vorige week al aangegeven dat ze met deze conclusie instemden. Met de steun van de PvdA zou hiervoor een meerderheid in de Tweede Kamer bestaan. Van Gijzel zei gisteren ,, de begrippen traagheid en onderschatting'' over te nemen, maar of de verwijtbaarheid die er in besloten ligt wel terecht is ,,moet maar blijken in de discussie met het kabinet''. De andere regeringspartijen, D66 en VVD, achten een dergelijke harde conclusie niet gewettigd. De verschillende fracties willen volgende week in debat gaaan met het kabinet.

Van Gijzel kwam overigens met een andere argumentatie voor zijn steun aan de conclusie dan de enquêtecommissie. In een toelichting op haar eindrapport had de commissie vorige week betoogd dat er een causaal verband bestaat tussen het voortbestaan van onzekerheid na de ramp en de gezondheidsklachten. Volgens Van Gijzel valt echter nooit goed te bewijzen ,,dat aard en aantal zijn toegenomen''. Maar hij stelde dat al ruim voor de ramp van 1992 bekend was dat onzekerheid na rampen tot gezondheidsklachten kan leiden. Daarom had de overheid, voorop minister Borst, actie moeten ondernemen. ,,Men had het risico niet mogen nemen'', aldus de PvdA'er, die zelf met zijn hardnekkige vragen aan verscheidene ministers door de jaren heen aan de wieg stond van de enquête.

Terwijl Van Gijzel zich dus op een vitaal punt aansloot bij de commissie, deden D66 en VVD dat juist niet. Vooral D66-woordvoerder Van Walsem stelde zich pal op voor zijn partijgenote Borst. Volgens hem was de commissie er in het geheel niet in geslaagd met bewijzen voor de dag te komen, die aantoonden dat er een samenhang bestaat tussen passief handelen van de overheid en een toename van de gezondheidsklachten. Van Walsems optreden bezorgde hem vanmorgen een felle reactie van de enquêtevoorzitter. Meijer vroeg zich af of het nog zin heeft met het D66-Kamerlid over het Bijlmerrapport te discussiëren en of Van Walsem nog achter de opdracht aan de commissie staat.