Palestijnen weten dat Barak geen duif is

De Palestijnen zijn opgelucht dat ze van de Israelische premier Netanyahu af zijn. Maar zij vrezen dat onderhandelen met diens gekozen opvolger, Ehud Barak, ook geen onverdeelde vreugde wordt.

Maandag reisde een groep Israelische archeologen naar Gaza, om met Palestijnse collega's over samenwerking te praten. Deze week worden Israelische psychiaters en zakenvrouwen in Gaza rondgeleid. Als er één aanwijzing is dat de Palestijnen na de verkiezing van Ehud Barak, vorige week, tot premier van Israel weer hoop zijn gaan koesteren dat het vredesproces nieuw leven wordt ingeblazen, is het wel de hervatting van dit soort people-to-people-projecten. Onder premier Netanyahu weigerden de Palestijnen steeds vaker eraan deel te nemen, als protest tegen het gebrek aan voortgang in het vredesproces. ,,Het belangrijkste resultaat van de verkiezingen'', zegt het Palestijnse parlementslid Hatem Abdel Kader, ,,is de terugkeer van de hoop. Je kunt beter om een harde onderhandelaar tegenover je hebben dan géén onderhandelaar.''

Veel Palestijnen zijn opgelucht dat ze van Netanyahu's schofferingen verlost zijn. Maar dat ex-stafchef Barak hard zal zijn, daar twijfelen zij niet aan. Het feit dat Barak streeft naar een brede coalitie van politieke partijen – wie weet zelfs de Likud – zien de Palestijnen als een teken dat de `duiven' in Baraks Arbeidspartij geen rol van betekenis gaan spelen in het vredesproces. Dat Barak direct, zonder Amerikaanse bemiddeling, met hen wil onderhandelen, zien zij eveneens als een veeg teken. Omdat Barak heeft gezegd dat hij snel een akkoord met Syrië en Libanon wil tekenen, vrezen de Palestijnen dat de uitvoering van het Oslo-akkoord voor de nieuwe premier geen prioriteit heeft. Daarbij heeft Barak al laten weten dat heel Jeruzalem onder Israelisch bestuur blijft, dat er geen nederzettingen worden ontmanteld, dat Israelische troepen zich niet zullen terugtrekken uit de gehele Westelijke Jordaanoever en dat er geen Palestijns leger mag komen.

Volgens een medewerker is PLO-leider Yasser Arafat echter ,,voorzichtig optimistisch''. Netanyahu's onverzoenlijkheid heeft Arafat de laatste drie jaar eindelijk Amerikaanse sympathie bezorgd. Arafat dineert thuis bij Madeleine Albright en is altijd welkom in het Witte Huis. Maar de Amerikanen hebben Netanyahu er niet toe kunnen, of willen, brengen om concessies te doen aan de Palestijnen – Israelische troepenterugtrekkingen die Arafat nodig heeft om zijn volk te bewijzen dat het vredesproces de moeite waard is. Veel Palestijnen associëren het vredesproces met afsluitingen en nieuwe Israelische nederzettingen, waar weinig positiefs tegenover staat. Sommigen verwijten Arafat zelfs een ,,uitverkoop van de Palestijnse idealen''. Voor zijn eigen politieke geloofwaardigheid, en die van het Palestijnse Gezag, is Arafat erbij gebaat dat Israel land overdraagt aan de Palestijnen. Aangezien de Palestijnen tot nu toe van de Arbeidspartij meer gedaan kregen dan van Likud, was Barak voor Arafat een betere kandidaat dan Netanyahu. Om Baraks kans op winst te vergroten, heeft Arafat de laatste tijd iedere vernedering van Netanyahu zonder morren geslikt, en zijn best gedaan om confrontaties op straat tussen Palestijnen en het Israelische leger te voorkomen. Arafat hoopt dat Barak hem daarvoor beloont.

Het feit dat Barak aan de macht komt, betekent dat Arafats `vrienden' uit de Oslo-dagen terug zijn: ex-premier Shimon Peres en diens voormalige secundant Yossi Beilin, nu versterkt door Shlomo Ben-Ami, die snel carrière maakt in de Arbeidspartij. Deze drie hebben de laatste maanden intensief achter de schermen met de Palestijnen onderhandeld. Het hele Oslo-kanaal is nieuw leven ingeblazen – inclusief de Noorse onderhandelaars van weleer en de twee Israelische professoren die `Oslo' begin jaren negentig aan het rollen brachten. Met de Palestijnen hebben zij zelfs documenten voorbereid die als basis kunnen dienen voor een definitief vredesakkoord onder Barak. Die documenten gaan over technische onderwerpen, zoals milieu- en veiligheidsmaatregelen en belastingwetgeving. In gevoelige politieke kwesties als de status van Jeruzalem of de vluchtelingen is geen voortgang geboekt – al zijn ook die, bij voorbeeld in Parijs, wel degelijk besproken in `werkgroepen'. ,,Als Barak wil'', zegt een Palestijnse econoom en co-auteur van een van de documenten, ,,kunnen we in zes maanden met de hele economische paragraaf klaar zijn.''

De grote vraag is of Barak dat wil. De Palestijnse politiek analist Riad Malki, die het economische document heeft gelezen, betwijfelt het. Malki, die goed bevriend is met Shlomo Ben-Ami, is ervan overtuigd dat Barak de onderhandelingen niet aan de duiven wil overlaten. ,,Hij wil alles zelf ter hand nemen. Volgens zijn eigen principes, niet die van hen. En hoe breder Baraks coalitie, hoe minder de visie van de duiven overeenkomt met die van de regering straks. Die documenten zijn vingeroefeningen, meer niet.''

Barak heeft de Amerikaanse vredesgezant Dennis Ross gevraagd niet naar de regio te komen. Hij ziet de Amerikanen niet graag doorgaan in de actieve bemiddelingsrol die zij na het Wye River Agreement in oktober 1998 toebedeeld kregen, waarin zij optreden als `arbiter' die bepaalt of Israeliërs en Palestijnen zich houden het akkoord. ,,Dat is slecht voor ons'', vindt Mohammed Shtayyeh, directeur van de Palestijnse Economische Raad voor Ontwikkeling en Wederopbouw (PECDAR). ,,De machtsverhouding is al niet in ons voordeel. Als druk van buitenaf op Barak ook nog ontbreekt, raken we geïsoleerd.'' De Amerikanen, zegt hij, delen de Palestijnse visie dat spoedige Israelische troepenterugtrekkingen gewenst zijn – niet alleen terugtrekkingen die al in Wye zijn afgesproken maar niet uitgevoerd, maar ook nieuwe. ,,Zij zullen echter zeggen: `Geef Barak de tijd'. Maar we hebben Peres de tijd gegeven; die verloor de verkiezingen. We hebben Netanyahu de tijd gegeven; ook vergeefs. Dit kan eindeloos duren. Vooral als Barak besluit dat hij eerst een akkoord met Syrië wil, en dan pas met ons. Dan zeggen de Amerikanen: geduld, geduld, Barak is toch bezig vrede te maken?''

Als stafchef van het leger stond Barak in 1996 op het punt een akkoord met Syrië te tekenen. Hij zegt dat hij er geen bezwaar tegen heeft om de draad spoedig op te pakken – iets wat Netanyahu categorisch weigerde omdat die het ontwerpakkoord te ver vond gaan. Met Syrië vrede sluiten is voor Barak eenvoudiger dan met de Palestijnen, en dezen vrezen dat hij niet op twee borden tegelijk wil schaken, en eerst voor Syrië kiest. Ze zijn ook bang dat het Israelische volk na het teruggeven van de Golan aan Syrië niet staat te springen om meteen een groot deel van de Westelijke Jordaanoever (slechts 9 procent is nu onder volledige Palestijnse controle) aan de Palestijnen over te dragen.

Een van de redenen dat Arafat de afgelopen dagen driftig met Arabische leiders van gedachten heeft gewisseld – koning Abdallah van Jordanië was gisteren op bezoek – is dat hij wil voorkomen dat Barak hem isoleert door eerst met Syrië en Libanon te gaan praten. Of die tactiek werkt, betwijfelen velen: Egypte sloot, tegen de afspraken van het toenmalige `Arabische blok' in, óók een vredesakkoord met Israel voor de Palestijnen aan de beurt kwamen. Syrië had met graagte het vredesverdrag met Israel getekend in 1996. Premier Peres trapte op de rem omdat hij eerst de verkiezingen wilde winnen – hetgeen niet gebeurde.

Een andere zorg die Arafat heeft, is de fundamentalistische beweging Hamas. Hamas heeft de laatste drie jaar minder aanslagen gepleegd op Israeliërs dan voorheen. Eén reden is dat zij geen aanleiding zag om het vredesproces te torpederen, omdat er toch geen voortgang was. Maar dat zou dus kunnen veranderen.

,,Barak heeft harde tijden voor ons in petto'', zucht Mohammed Shtayyeh na een lange tour d'horizon langs Israelische en Palestijnse politieke ontwikkelingen. ,,Ik ben niet optimistisch. Eén ding is mij duidelijk: ook deze regering is niet van plan ons de hele Westelijke Jordaanoever terug te geven. Wij hebben dus wéér te maken met een Israelische premier die niet begrijpt dat het vredesproces met ons moet gaan over de dekolonisatie van Palestina, in plaats van over de deling van Palestina.''