NEDERLANDS

De Bahasa Indonesia, de eenheidstaal van Indonesië, telt meer dan 5.000 woorden die aan het Nederlands zijn ontleend. Wie gesprekken tussen Indonesische politici in moeilijk te volgen Bahasa beluistert, kan opeens worden verrast door de term stembusakkoord, een woord trouwens waarvan het gebruik tot voor kort zelden noodzakelijk was.

Een afscheidsgroet in het Indonesisch is daag..., enigszins lijzig uitgesproken. Een voorbeeld van vermakelijke invloed van de Nederlandse taal op de Bahasa is indehoy. Het lijkt op `in het hooi' en betekent: vrijen of de liefde bedrijven.

Veel woorden worden in de Bahasa zijn hetzelfde geschreven als in het Nederlands en hebben (vrijwel) dezelfde betekenis. Zoals: absurd, afdruk, belasting, bestek, bom, bretel, debat, degen, drama, elan, fabel, flop, fotomodel, fraude, giro, gratis, handel, harem, hutspot, inklaring, jas, kabinet, kanker, kansel, krat, lading, loket, marmer, masker, matras, mondeling, nota, oma, onderneming, opa, pan, pater, punt, rekening, rimpel, salaris, seks, sigaret, skelet, tank, testikel, tol, urine, vla, wastafel, wortel.

Ook wordt menig woord in de Bahasa vrijwel hetzelfde geschreven als in het Nederlands: adopsi, apel, asprak, bagasi, bandit, baterai, bioskop, debil, demisioner, duane, ekonomi, energi, ereksi, finansiil, frustrasi, garansi, generasi, granat, higiene, ideologi, imbesil, impoten, inflasi, jenewer, kampiun, kantor, kardiolog, kastrasi, kondom, kristen, kwitansi, langsam, losion, makelar, marsepen, menstruasi, monarki, opas, operasi, overproduksi, panekuk, parlemen, pesimis, polisi, resesi, revolusi, segregasi, sigar, skorsing, spanduk, tabu, taksi, tanpasta, toleran, universitas, vegetarir, verplehster, wanprestasi. Andere woorden zijn zichtbaar van het Nederlands afgeleid. Voorbeelden hiervan, met hun betekenis in het Nederlands:

abésé (alfabet), air ledeng (leidingwater), arbai (aardbei), ateret (achteruit), besenegeng (bezuiniging), buku (boek), dasi (stropdas), dopercis (doperwten), dus (douche), efisen (efficiënt), empelop (enveloppe), fakultas kedokteran (medische faculteit), gaji (gage), geminte (gemeente), hasyis (hasjies), hopagen (hoofdagent), insinyur (ingenieur), interpiu (interview), kakus (wc), keker (verrekijker), keroket (kroket), klep knalpot (uitlaatklep), komunis (communist), kopor (koffer), koterek (kurketrekker), lengseng (lezing), masase (massage), netral (neutraal), om (oom), ongkos (onkosten), otobos (autobus), pakansi (vakantie), pipa (pijp), puisi (poëzie), rebewes (rijbewijs), sakelek (zakelijk), stasiun (station), teh (thee), wese (wc), zeni (genie).

Bron: boek `De stille kracht van taal' (1995), van Derk Jan Eppink. Contact, 19,90 gulden.