Kromme tenen

Even een snelle redenering. Een kenmerk van de kennis- en netwerkeconomie is dat we steeds vaker met anderen werken aan complexe projecten in netwerken binnen en tussen organisaties. Mede daarom wordt correcte communicatie tussen mensen met heel verschillende achtergronden steeds belangrijker. Om goed te kunnen communiceren moet je helder kunnen redeneren, argumenteren en formuleren. De meesten van ons kunnen dat redelijk goed in discussies. Schriftelijke communicatie is veel moeilijker. Want dan moet je complete redeneringen en argumentaties voor een relatief anoniem publiek helder over het voetlicht brengen. Het moeilijkst blijkt mondeling een goede presentatie te geven – ga maar eens naar een conferentie! Waarschijnlijik is `verhalen vertellen' daardoor zo populair geworden.

Goed schrijven en vertellen vereist een bijna perfecte taalbeheersing en daarom ook veel oefening. Zoals bij vele andere vaardigheden geldt ook bij taal dat je er pas via volgehouden discipline goed mee leert te spelen. Maar het is wel goed in het taalonderricht vanaf het begin het spelelement erin te brengen, om aan te geven dat het echt lol is. Die combinatie van lol en discipline lijkt me hier nog belangrijker dan bij alle andere te leren vaardigheden, omdat taalbeheersing een vaardigheid is waar niemand van ons echt omheen kan.

Mede daarom ben ik zo'n fan van de Taalkalender van het Genootschap Onze Taal, waarmee je dagelijks op onderhoudende wijze over onze taal bijleert. Battus, Jan Kuitenbrouwer, Inez van Eijk, ik kan er niet genoeg van krijgen. Ik ben blijkbaar niet alleen, want tientallen mensen dragen bij aan rubrieken zoals `Hedenlands' van Jan Kuitenbrouwer in de Volkskrant. In die laatste rubriek smul ik ook van de reeks over `Oubotaal' waarin de lezers worden uitgenodigd uitdrukkingen in te sturen die niet meer zouden kunnen, omdat ze uit de mode zijn. Meestal zijn die uitdrukkingen erg leuk, pure uitingen van taalcreativiteit.

Maar die reeks blijkt ook aan verkeerde reflexen te appeleren: bij de taalautoriteit aangeven van foute uitdrukkingen. Uiteraard is oubollig taalgebruik niet steeds creatief of origineel, maar ik apprecieer het wel als mensen niet alleen zorg besteden aan wat ze zeggen of schrijven, maar ook aan de wijze waarop ze dat doen. Natuurlijk krijgen bepaalde zegswijzen op zeker ogenblik een sleets of clichématig karakter, maar dan nog kun je daarmee spelen. Creativiteit moeten we in elk geval eerder stimuleren dan afremmen. Ik was dan ook blij dat Kuitenbrouwer onlangs in herinnering bracht dat het hem niet zozeer om oude of ouderwetse uitdrukkingen te doen is, maar om zodanig clichématig taalgebruik dat je er kromme tenen van krijgt. Zo'n krommetenengevoel ten aanzien van slechte taal, dat moeten we inderdaad stimuleren.

Heel nuttig waren in dit verband ook lange tijd de taalstukjes van Jerôme Heldring in deze krant. Die hielden de aandacht scherp voor slechte formuleringen. Voor alle pessimisten die denken dat het met de taalbeheersing achteruit gaat, was het goed nieuws dat Heldring met die stukken ophield, omdat hij in de kranten steeds minder kromme taal tegenkwam. Minder blij was ik met zijn opmerking onlangs dat hij niet om spelling geeft. Hij wilde weliswaar benadrukken dat zijn vroegere taalstukjes niet over spelling gingen, maar over zinsbouw en logica. Maar toch, ik had meer ondersteuning verwacht in mijn jarenlang gevecht met medewerkers en studenten voor correct schriftelijk taalgebruik. Want los van het feit dat correcte spelling integraal onderdeel is van correcte en respectvolle communicatie, het lijkt me ook de noodzakelijke weg naar het nirwana van de echte lol in taal.

Niet dat de mensen die spelfouten maken, altijd slordig zijn. Onlangs maakte ik weer eens een opmerking over de vervelende gewoonte samengestelde woorden op zijn Engels in hun onderdelen op te splitsen. U kent dat: lange termijn doelstellingen of lange termijndoelstellingen - dat zijn in beide gevallen dus lange doelstellingen. Toen bleek dat de betrokken student iets te slaafs de raadgeving van de spellingscontrole op zijn computer volgde. Als ik in Word schrijf, dan wordt Kuitenbrouwer door de spellingschecker met een rood kringeltje onderstreept. Als ik dat splits in Kuiten en brouwer, dan verdwijnt dat kringeltje.

Ouwezakkerig of niet, ik wil het ethos hoog houden dat we zo correct mogelijk met elkaar moeten communiceren en dat het volgen van regels daarbij geen vervelend keurslijf hoeft te zijn. In Frankrijk ben je een barbaar als je geen zorg aan je taal besteedt. In Nederland lijkt daarentegen soms een meer zakelijke cultuur te heersen, waarin taal niet meer is dan een instrument, waaraan je niet overdreven veel zorg hoeft te besteden. Zoals ik in het begin van dit stuk aangaf, zijn daartegen overtuigende economische en bedrijfskundige argumenten in te brengen in de trant van het belang van zorgvuldige communicatie in de kenniseconomie. Maar dat is voor mij niet eens doorslaggevend.