JAARTALLEN

1502 De Portugese ontdekkingsreiziger Vasco da Gama koerst aan op Indië en dwingt de plaatselijke vorsten om handel met de Portugezen te drijven.

1596 De eerste Nederlandse handelaren bereiken de Indonesische archipel. Een aantal verenigt zich in 1602 in de

Verenigde Oost-Indische Compagnie die een Indische regering instelt onder een gouverneur-generaal.

1619 Gouverneur-generaal Jan Pietersz Coen neemt Jacatra in, en doopt de stad om tot Batavia.

1800-1850 Lodewijk Napoleon benoemt Willem Daendels tot gouverneur-generaal op Java. Na de val van Napoleon worden de veroverde gebieden overgedragen aan het Koninkrijk der Nederlanden.

1873 Sultan van Atjeh weigert het Nederlandse gezag te erkennen. Gouverneur-generaal Loudon stuurt vervolgens een aantal schepen en de Atjeh-oorlog is een feit. Hij duurt tot 1903.

1899 Het maandblad De Gids publiceert een artikel van de liberale advocaat Van Deventer, die betoogt dat Nederland sinds 1867 een winst van 145 miljoen gulden uit Indië heeft gehaald. Deze `ereschuld', zo betoogt hij, moet ten goede komen aan de plaatselijke bevolking.

1908 Oprichting van de Javaanse culturele vereniging Budi Utomo, de kiem van de nationalistische beweging in Indonesië. In 1911 volgt Sarekat Islam, in 1917 de Partai Nasional Indonesia (PNI).

1929/1930 Arrestatie en veroordeling van de nationalist Soekarno (wegens opruiing).

1942 Japanse troepen vallen Nederlands-Indië binnen. Soekarno steunt de bezetter; met als doel onafhankelijkheid.

1945 Op 17 augustus roepen Soekarno en Hatta de onafhankelijke Republiek Indonesië uit.

1946 Onder het toeziend oog van de Britten wordt de Overeenkomst van Linggadjati getekend. Het gezag van de Republiek over Java en Sumatra wordt erkend; Zo ontstaat de Nederlands-Indonesische Unie.

1947 Volgens de Nederlandse regering wordt het akkoord geschonden; de eerste `politionele acties' volgen.

1949 Onder grote internationale druk gaat de Nederlandse regering over tot soevereiniteitsoverdracht.

1955 Eerste algemene verkiezingen in het onafhankelijke Indonesië; Soekarno's PNI wordt de grootste partij.

1963 Nieuw-Guinea, dat in 1949 buiten de soevereiniteitsoverdracht bleef, gaat na een kort tussenbestuur van de VN over in Indonesische handen.

1965 Linkse officieren doen een couppoging, die wordt neergeslagen door generaal Soeharto. Massale moordpartijen onder (vermeende) communisten.

President Soekarno wordt door de generaals onder druk gezet en geeft in 1966 vergaande bevoegdheden aan generaal Soeharto, die het leger achter zich weet. I

n 1967 wordt Soeharto waarnemend president, in 1968 volwaardig staatshoofd.

1973 President Soeharto legt de macht van politieke partijen aan banden en dwingt hen te fuseren in twee machteloze satelietjes. De corporatistische organisatie Golkar, een schepping van het leger, wordt staatspartij.

1974 Indonesische studenten protesteren tegen de grootschalige corruptie, armoede en onderdrukking.

1975 Indonesische troepen vallen Oost-Timor binnen dat zich kort tevoren onafhankelijk heeft verklaard van Portugal.

In 1976 wordt het eilanddeel ingelijfd bij Indonesië.

1980 De `Petitie van Vijftig', een groep ex-generaals, politici, academici en studenten dringt bij Soeharto aan op grotere politieke vrijheid.

1997 De Aziatische crisis slaat over op de door corruptie en wanbeheer uitgeholde Indonesische economie.

1998 Golf van studentendemonstraties. Val van Soeharto (mei). Habibie volgt hem op.