Geen districtenstelsel, wel meer aandacht voor regio's

Versterking van het regionale element bij Kamerverkiezingen? De Kiesraad deed vorig jaar een aantal voorstellen.

Het is niet nodig het kiesstelsel op de schop te nemen om de afspraken in het regeerakkoord uit te voeren. `Enige versterking van het regionale element en de herkenbaarheid van personen bij de Tweede Kamerverkiezingen' zoals in het regeerakkoord omschreven is ook haalbaar als de partijen minder namen op de kandidatenlijst opnemen. Een betere selectie van vooral regionaal georiënteerde generalisten helpt eveneens, schreef de Kiesraad eind 1998 aan minister Peper (Binnenlandse Zaken).

De Kiesraad had zich gebogen over vijf voorstellen voor een ander kiesstelsel. Deze plannen vormden het restant van de discussie die staatssecretaris Kohnstamm (Binnenlandse Zaken, D66) in 1995 voerde met de Tweede Kamer over een nieuw kiesstelsel. De Kamer wees toen onder meer een gematigd districtenstelsel van de hand. De Kamer stemde wél in met verlaging van de drempel voor het verkozen worden met voorkeursstemmen én met een nader onderzoek naar minder vergaande veranderingen. Deze voorstellen legde Peper vorig jaar aan de Kiesraad voor. Het eerste voorstel voorziet in de invoering van drie voorkeursstemmen. De kiezer kan zijn drie stemmen dan over verschillende partijen of kandidaten verdelen maar ook aan dezelfde kandidaat of lijst toekennen. In het tweede wordt het land verdeeld in honderd districten. De kiezer brengt twee stemmen uit. Eén daarvan is bestemd voor de nationale lijst met behulp waarvan vijftig Kamerleden worden gekozen. De andere gaat naar kandidaten in het district. De kandidaat met de meeste stemmen in een district komt ook in de Kamer. In het derde voorstel wordt het land in vijftien districten ingedeeld. Honderd Kamerleden worden in deze districten gekozen. De kiezer maakt in het stemhok een voorkeurslijst van zijn kandidaten (die niet tot dezelfde partij hoeven te horen). Daarnaast brengt de kiezer een stem uit op zijn favoriete kandidaat. De verdeling van deze stemmen over de partijen vormt de basis voor de verdeling van de Kamerzetels. De vierde variant komt erop neer dat binnen een partij de kandidaten in de volgorde van de op hen uitgebrachte stemmen worden gekozen. In het vijfde voorstel moet de kiezer twee stemmen uitbrengen: één op de lijst en één op de kandidaat. De zetels worden verdeeld op basis van het aantal `lijststemmen'.