Euro en Wellink

PRESIDENT WELLINK van De Nederlandsche Bank waarschuwt voor de oplopende inflatie in Nederland. Nu is zo'n waarschuwing van de centrale bank altijd op zijn plaats, zeker omdat Welllink kritiek levert op de grootste prijsopdrijver in Nederland, de overheid. Maar anderzijds is een inflatie van twee procent zo'n beetje de bovengrens van wat centrale bankiers `prijsstabiliteit' plegen te noemen. Het is dus nog niet alarmerend.

Het probleem is wel dat het nationale monetaire mechanisme om inflatie te bestrijden, een renteverhoging en/of een koersstijging van de munt, niet meer beschikbaar is. De dreigende oververhitting van de Nederlandse economie – simpel gezegd: te veel geld jaagt op te weinig goederen – moet dus op een andere manier bestreden worden. Versnelde terugdringing van het laatste restje overheidstekort is één manier, een andere is de export van banen en investeringen naar het buitenland, inclusief naar de zwakker presterende eurolanden. Onder de huidige omstandigheden zou Nederland absoluut een begrotingsoverschot moeten hebben. Maar de politiek heeft daar onvoldoende sterke knieën voor. Het tekort loopt dit jaar zelfs iets op, ook nog ondanks de herberekening van de omvang van het bruto nationale product.

Ondertussen zakt de gulden, vermomd als euro, steeds verder weg. Sinds het begin van dit jaar is de gulden/euro elf procent in koers gedaald ten opzichte van de dollar. Dat komt Nederland slecht uit.

DE ECONOMISCHE verklaring voor de zwakke euro luidt dat de Verenigde Staten groeien als kool terwijl euroland wordt afgeremd door het logge gewicht van Duitsland en Italië. Een andere verklaring is dat de Kosovo-oorlog de koers van de euro onderuithaalt. De werkelijkheid is dat er sprake is van een vraaggolf naar dollars: niet alleen in de Balkan wegens de oorlog en de zwarte handel, maar ook omdat Europeanen bezig zijn hun zwarte geld in veilige dollars om te zetten voordat ze in 2002 worden gedwongen dat in te ruilen tegen eurobankbiljetten. Verder is er de carry trade waarbij financiële instellingen op grote schaal tegen lage rente euro's lenen die ze omzetten in dollars om tegen hogere rente in de VS te beleggen.

En dan is er het politieke sentiment. Afgelopen dinsdag heeft Italië toestemming gekregen om het begrotingstekort dit jaar wat op te rekken. Ook al blijft het verwachte Italiaanse tekort met 2,4 procent onder het plafond van drie procent, het signaal is duidelijk. De Europese politici zijn bereid om soepeler met de begrotingsdoelstellingen om te gaan. Prompt zakte de euro op de financiële markten weg.

Minister Zalm, die vorig jaar een eenmanskruistocht voor Italiaanse begrotingsdiscipline voerde en daarmee bereikte dat Italië hardere toezeggingen deed voordat het tot de EMU werd toegelaten, moet zich behoorlijk bekocht voelen. Dit was niet de afspraak die hij met minister Ciampi (inmiddels president) had gemaakt over versnelde terugdringing van het Italiaanse tekort. Toch heeft Zalm zich deze week in Brussel niet verzet tegen de versoepelingen die Ciampi's opvolger, Giuliano Amato, aankondigde.

NOG EVEN EN de euro is één dollar waard. Voor de stagnerende eurolanden – Italië, Duitsland – is dat welkom, want het helpt om met een export-geleid herstel de economie aan te zwengelen. Maar voor de Nederlandse economie is het een bedreiging. Nederland importeert inflatie door de goedkope euro, terwijl Nederland het monetaire instrument uit handen heeft gegeven. De gulden kan niet in koers stijgen, want de gulden is vastgeklonken op 2,20371 per euro. De rente kan evenmin worden verhoogd, want deze wordt bepaald in Frankfurt door de Europese Centrale Bank.

In dit licht is de onthulling van Wellink dat De Nederlandsche Bank vorig jaar heeft overwogen de gulden te revalueren vóór de onherroepelijke vastlegging van de intreekoers in de euro, interessant. Maar ook tamelijk academisch. Niet alle afzonderlijke economieën zijn het best gediend met een gemiddeld wenselijke koers en rente. Dit is een probleem inherent aan een muntunie waarop euroland vooralsnog een bevredigend antwoord zoekt.