Er wordt nog veel gejat, maar ik zie verbetering

Eind vorige week werd de donorconferentie voor Bosnië-Herzegovina gehouden. Voorzitter was de Balkan-coördinator van de Wereldbank, Christiaan Poortman. Hoe staat Bosnië er volgens hem nu economisch voor? Gesprek met een gematigd optimist.

Christiaan Poortman woont in Washington, werkt bij de Wereldbank, zit als Balkan-coördinator veel in die verhitte regio, is econoom en Nederlander, en toonde zich afgelopen vrijdagavond – colbertje uit en benen nog net niet op tafel – een zichtbaar tevreden mens. Om een dubbele reden. Allereerst had de zojuist beëindigde tweedaagse donorconferentie voor Bosnië-Herzegovina, die hij had voorgezeten, de gestelde doelen ruimschoots gehaald. De 45 landen en 30 hulporganisaties die deelnamen, zegden ruim een miljard dollar toe als een (voorlopig) laatste tranche van een na de burgeroorlog (1992-95) opgezet vijfjarig herstelprogramma ter waarde van 5,1 miljard dollar.

En wat beslist niet minder belangrijk is: in Brussel werden vele positieve en negatieve lessen getrokken uit de Bosnië-hulp. Die worden als het ware verwerkt tot een handleiding die zeer bruikbaar zal zijn bij toekomstige donorconferenties over Kosovo en wie weet ook klein-Joegoslavië. ,,Absoluut een feit'', zegt Poortman die als Balkan-coördinator van de Wereldbank behalve voor Bosnië ook verantwoordelijk is voor de rest van de regio. ,,Natuurlijk vormde herstelhulp aan Kosovo hier nog geen formeel agendapunt. Maar in de wandelgangen in Brussel vroegen we ons wel voortdurend af hoe onze ervaringen in Bosnië in de toekomst van toepassing kunnen zijn op Kosovo en klein-Joegoslavië.''

Behalve reguliere wederopbouwhulp mocht Bosnië eind vorige week ook nog eens 90 miljoen dollar incasseren aan macro-economische hulp als gevolg van de troebelen in Kosovo. Poortman: ,,De Bosnische federatie, en vooral het Servische deel daarvan, de Servische Republiek, die voor driekwart van haar handel was aangewezen op Joegoslavië, is zwaar gedupeerd. De aanvoer van grondstoffen stagneert evenals de export. Bovendien ontvangt de overheid minder accijnzen. Dat maakt extra hulp nodig.''

Toch ontwaart Poortman in Bosnië ook een positieve kant aan de `Kosovo fall-out'. ,,Je ziet dat de Bosnische Serviërs meer afstand gaan bewaren tot klein-Joegoslavië en zich bewuster worden van hun afhankelijkheid van de internationale gemeenschap. Tegelijk zoeken ze nu vooral economisch meer aansluiting bij hun Kroatische en moslim-federatiegenoten in Bosnië.''

Het door de Kosovocrisis weer geïntensiveerde vluchtelingenprobleem in Bosnië – er kwamen zo'n 60.000 mensen binnen – blijft volgens Poortman nog redelijk te behappen. Want het betreft bovengemiddeld welvarende Kosovaren die via Montenegro binnenkomen en Serviërs uit klein-Joegoslavië die meestal intrekken bij Bosnische familie of vrienden. Christiaan Poortman: ,,Je ziet nu in het Servische deel van Bosnië al redelijk wat deserteurs rondlopen en mensen die de dienstplicht willen ontwijken.''

Over het wederopbouwprogramma van de Wereldbank en de Europese Unie voor Bosnië en Herzegovina, dat binnenkort z'n vijfde jaar ingaat, variëren de oordelen van Poortman en de Wereldbank al naar gelang de fase sterk. ,,Veruit het succesvolste onderdeel blijft het fysieke herstelplan'', zegt Poortman. ,,Op heel wat terreinen zie je hoe de huidige situatie die van net voor de oorlog in 1992 weer benadert. Zo zijn telefoondienst en wegennet weer voor 92 procent hersteld, de stroomvoorziening voor 73 procent en die van water voor 91 procent, terwijl het aantal schoolgaande kinderen nu zelfs 16 procent hoger ligt dan in 1992.''

Toch blijven er volgens de regiodirecteur van de Wereldbank nog heel wat uitdagingen, zoals woningbouw, gemeenschaps- en sociale diensten. De omvang daarvan blijkt uit enkele cijfers uit het recente verleden. Door de burgeroorlog raakten binnen Bosnië ruim een miljoen mensen ontheemd, terwijl er nog eens 1,2 miljoen naar het buitenland vluchtten. Sinds de ondertekening van het Dayton-vredesakkoord eind 1995 keerden 318.000 vluchtelingen terug uit het buitenland terwijl 253.000 interne ontheemden teruggingen naar hun oorspronkelijke woonplaatsen. Sindsdien is er voor 400.000 mensen nieuwe behuizing en allerhande sociale dienstverlening uit de grond gestampt. Veel, maar bij lange na niet genoeg. Poortman: ,,Ondanks alle resterende problemen durf ik te stellen dat we op het punt van fysieke wederopbouw 90 procent van onze doelstellingen hebben bereikt.''

Wat de tweede fase van het herstelprogramma betreft – het herstarten en zelfstandig laten verder draaien van de economie – zijn de resultaten minder imposant. De Nederlandse Wereldbankdirecteur durft de kwalificatie `50 à 60 procent succesvol' aan, maar voegt er in één adem aan toe dat het gros van de hernieuwde economische activiteiten direct is verbonden met de door buitenlandse donoren gefinancierde fysieke wederopbouw. ,,De besparingen in Bosnië en Herzegovina zijn nog laag en nieuwe investeringen uit eigen vermogen blijven navenant beperkt'', legt Poortman uit. ,,Daardoor is er minder autonome groei dan we gehoopt hadden en drijft de economische ontwikkeling vooralsnog op financiële injecties van donoren.''

Een gigantisch probleem blijft eveneens de werkloosheid. Liep die net voor de burgeroorlog tegen de 20 procent, in de oorlog was dat 70 à 80 procent. Nu staat dat percentage al anderhalf jaar op een zorgwekkende 35. Het aantal Bosniërs dat in schrijnende armoede leeft blijft daardoor dramatisch groot.

Deze trage opmars van de Bosnische federatie richting `autonome en op eigen kracht gebaseerde economische groei' wordt beslist in de hand gewerkt door de, zoals Poortman zegt, `matige vooruitgang' in de derde wederopbouwfase. Die behelst `de herbouw van instituties en hervorming van de politiek' in Bosnië. Dit gaat dus over zaken als macro-economische institutievorming, fiscale en bankhervormingen, een financieel draagbaar systeem van sociale bescherming, herstructurering van de stroeve arbeidsmarkt en allerhande overgangsregelingen richting vrijemarkteconomie. Poortman denkt hier aan een slaagpercentage van zo'n 40.

,,Macro-economisch is er beslist een redelijke prestatie geleverd en heerst er in Bosnië nu een behoorlijke mate van economische stabiliteit die zonder meer vereist is om met kans op succes te kunnen herbouwen.''. Verder noemt Poortman de vestiging van economische instituties op staats-, regionaal en lokaal niveau. Toch is er aan tegenslagen in deze fase evenmin gebrek. De beoogde opbloei van federale instellingen is door de moeizame relaties tussen enerzijds de alliantie van moslims en Kroaten en anderzijds de Servische Republiek sterk overtijd. Verder is er ondanks de diepe armoede nauwelijks een begin gemaakt met de opbouw van een elementair sociaal vangnet.

Aan de vierde fase – die van de privatisering en de invoering van een vrijemarkteconomie – durft Christiaan Poortman een slaagpercentage van hoogsten 25 te hechten. ,,Na jaren vergeefs praten en grote buitenlandse druk stemden de Bosniërs pas vorige maand in met een breed privatiseringsprogramma.''

Poortman knoopt daar echter aan vast dat zoiets als privatisering geen sinecure is tegen een achtergrond van etnische tegenstellingen. Aan welke bevolkingsgroepen behoorden de te privatiseren bezittingen ooit toe? Zullen de gemiddeld meest kapitaalkrachtige Bosniërs, te weten de Kroaten, het meest profiteren van de privatisering ten koste van de armere moslims en de inmiddels nog meer verarmde Serviërs uit de Servische Republiek? Die werd van 1995 tot 1997 immers nog vanuit Pale bestuurd door handlangers van de krijgsheren in ruste Mladic en Karadzic en derhalve gemeden door internationale donors. Pas toen de meer verlichte premier Dodic het republiekje in 1997 ging regeren vanuit Banja Luka kwam daar verandering in.

Intussen heeft de vertraagde institutievorming in Bosnië enkele duistere gevolgen zoals een bloeiende mafia en een wijdverbreide corruptie. De nijdige Amerikaanse ambassadeur Robert Barry liet zich onlangs tegenover Reuters zelfs ontvallen: ,,Zolang 45 procent van het geld in Bosnië naar de militairen gaat, de economie het particuliere erf blijft van politieke groepen en er geen hervormingen komen, zou ik, als ik een buitenlandse donor was, geen cent in dit rattenhol steken.'' Wat vindt Poortman daarvan?

,,Ik zie het niet zo zwart-wit als Barry. Ook ik zie de nodige corruptie maar dat lijkt me na alle chaos van een langdurige burgeroorlog onvermijdelijk. Er wordt nog veel gejat en er is veel favoritisme langs etnische lijnen. Maar je ziet het ook verminderen, zeker op de hogere niveaus. Bovendien oefenen de donoren nu scherpe controle uit op de besteding van hun hulpgeld. Daar komt bij dat privatisering en overgang naar de markteconomie vanzelf de gelegenheid voor corruptie en favoritisme zullen beperken.''

Stel, de donorwereld zou de handen van Bosnië aftrekken, kun je dan een verloedering à la Albanië verwachten?

,,Dat zou in theorie kunnen. Maar voordat Bosnië naar zo'n treurig stadium zou zijn afgezakt, zouden de drie etnische groepen elkaar alweer in de haren zijn gevlogen. De regressie zou zo een heel andere impact krijgen. Hoe dan ook, vast staat dat de wederopbouw van Bosnië en Herzegovina onmisbaar is voor het hele vredes- en stabiliteitsstreven van de internationale gemeenschap op de Balkan.

,,De 40.000 man NAVO-troepen zorgen nu in Bosnië voor die veiligheid en scheppen daarmee de mogelijkheid dat andere factoren die veiligheid verder vergroten. Zoals economische groei. Daardoor zullen de mensen elkaar wat minder wild in de ogen gaan kijken en gedwongen worden samen te werken in nieuwe instituties, die ze uiteindelijk allemaal willen. Ik geef toe, het gaat moeilijk. Maar ik zie verbetering.''

Vergeleken met overig Oost-Europa is in Bosnië de opmars naar een vrije markteconomie sterk vertraagd. Daar staat tegenover dat de Bosniërs na de verwoestende burgeroorlog vrijwel opnieuw kunnen beginnen. Wat weegt zwaarder?

,,Het is een combinatie. De genoemde achterstand van de Bosniërs is een feit. Daar komt bij dat de staat in een oorlogssituatie vrijwel alles en zeker ook de economie tot zich trekt. Dat betekende na de oorlog nog meer achterstand. Daar staan wat voordelen tegenover. Kwam men elders in Oost-Europa vaak in de verleiding grote staatsbedrijven als oude fossielen gaande te houden, in Bosnië waren die door de oorlog allang gedesïntegreerd.''

Is het waar dat echte welvaart, democratie en stabiliteit op de Balkan alleen kans van slagen hebben in het kader van integratie in Europa.

,,Dat is een politieke zaak en niet direct iets voor de Wereldbank. Persoonlijk geloof ik zeker dat het zo is. Neem Griekenland als voorbeeld. Karamanlis zei destijds na het kolonelsbewind dat Europese integratie een noodzaak was voor vrede, veiligheid en democratie in zijn land. Hij kreeg gelijk al was het Griekse lidmaatschap uit economisch oogpunt aanvankelijk een grote ramp.

,,Ik denk dat de Europese Unie de Balkanlanden een speciaal lidmaatschap zou moeten aanbieden waarbij voor hen de lat minder hoog wordt gelegd. In Brussel wordt nu inderdaad al gesproken over zo'n strategy and association-lidmaatschap. Ik weet zeker dat de Bosnische Kroaten en moslims het zouden toejuichen. De Serviërs zouden waarschijnlijk wat meer tijd nodig hebben maar zeker volgen.''

Zou een wederopbouwplan zoals voor Bosnië ook snel kunnen worden toegepast in Kosovo en mogelijk klein-Joegoslavië?

,,Ik denk dat de hersteldraaiboeken die we op grond van een vierjarige ervaring in Bosnië hebben ontwikkeld, voor een belangrijk deel ook direct bruikbaar zouden zijn in Kosovo. Al zou er wat ons betreft wel een legaal obstakel zijn, want klein-Joegoslavië is geen lid van de Wereldbank. Dus is de vraag wat voor een situatie er in Kosovo komt. Hoe autonoom of zelfstandig wordt het? En wat gebeurt er in klein-Joegoslavië?''