Driekwart blind

Kwajongens zag ik in plusfours. Ze renden weg voor een agent. Want ze hadden vuurtje gestookt. Een in zwart-wit-film uitgebeelde jeugd die Marinus van der Lubbe niet genoot, want hij had niet zoveel vrienden. In Oegstgeest had hij alleen zijn jongere nichtjes bij wie hij in huis woonde, omdat zijn moeder was overleden en over wie hij de baas speelde. Een van hen kwam uitgebreid aan het woord met een wat Duitsige dictie in de prachtige documentaire Water en vuur.

Een goeiige jongen, voor drie kwart blind die bij iedereen beschermingsinstincten opriep. ,,Een groot kind, altijd vriendelijk'', zei de vroegere student bij wie hij een tijdje woonde. Maar zo koppig. Ik hoorde de stem van Van der Lubbe die vroeg om eindelijk die straf uit te spreken.

Fascinerend om de geschiedenis aan het woord te zien uit de monden van mensen die het hebben meegemaakt. De oudjes als teruggekeerde ontdekkingsreizigers uit een tijdmachine. Ze kunnen vertellen wat ze hebben gezien, wat ze hebben besproken met Van der Lubbe. De jonge man, betrokken bij het ene incident, de Rijksdagbrand, die de historische kettingreactie in beweging bracht. Er werden veel lezingen gegeven van het drama.

Het zware onthoofdingsapparaat was het enige dat vast stond. Nu ja onthoofding. Het apparaat ,,trennt den Körper vom Rumpf'', legt de museumbeambte uit. De BMW onder de guillotines. Uitgevoerd in zwaar staal met het oog op de eeuwigheid. Een werkbank met een bak aan het eind. Tussen de bak en de bank stond een houten schap met een gat en een valmes erboven. De museum-functionaris legde de werking uit. ,,Das Haupt schaut durch diesen Durchgang. Und der Kopf fällt in dieser Fange-einrichtung.'' Deed me denken aan Lotte Lenya's angstaanjagend vrolijke liedje Seeraüber Jenny: ,,Und wenn dann der Kopf fällt, sage ich, hopla''.

De tachtiger die Van der Lubbe vroeger als geveltoerist bij de Rijksdag aan het werk zou hebben gezien had ook over het apparaat gehoord. ,,Ein schwieriger Apparat'', zei hij. ,,kompliziert und gross'' en daarna dommelde hij weg.

Van der Lubbe is legende geworden en de documentaire heeft er weinig aan gedaan om aan die legende een einde aan te maken. Het bleef steken in een adembenemende opeenvolging van beelden, fragmenten van speelfilms, vele visies door elkaar. Dat vind ik een gemiste kans. Een historische documentaire is geen fictie, geen kunst, net zomin als dit krantenstukje. Nazipropagandiste Leni von Riefenstahl maakte ook prachtige films. Maar de kijker moet er wijzer van worden.

Na anderhalf uur Water en Vuur is mij nog steeds niet duidelijk welke historische versie de voorkeur verdient. Er was nog niet het begin van een afweging van bewijzen. Ik vind dat een cynisch soort estheticisme. Van der Lubbe heeft het alleen gedaan volgens zijn biograaf Martin Schouten. Hij schreef dat ook in de Varagids. Hij kwam niet in beeld. Wel een historicus die volgens Schouten nooit archiefstukken heeft kunnen produceren over zijn complottheorie. Ook Fritz Tobias verscheen beeld, de schrijver van de artikelenserie in Der Spiegel waarin werd aangetoond dat Van der Lubbe alleen was. Dat werd er niet bij verteld. Maar commentaar vinden ze niet mooi.

Je ziet alleen pratende gezichten met alleen heel eventjes in het begin een onderschrift met naam en functie die je weer gauw vergeet. Zo'n onderschrift is handig maar lelijk. Al die praters hebben evenveel gelijk, is de suggestie, maar dat is natuurlijk niet zo. De maker Joost Seelen had het voor ons kijkers kunnen uitzoeken. Van der Lubbe leverde niet alleen brandstof voor de nazistische, maar ook voor de communistische propagandamachine. Ik zag beelden van drie speelfilms en Seelen had er wel bij kunnen vertellen welke, in welke tijd en met welk doel. Hij had helderder kunnen uitleggen hoe het beeld van Van der Lubbe met de tijd veranderde. Nu ging de schoonheid ten koste van de waarheid. Ik bleef ziende blind.