De schaduw van een poppenspeler

Soeharto is al een jaar geen president meer. Maar achter de schermen trekt hij nog steeds aan veel touwtjes. De macht van een man zonder vrienden.

VOLGENDE MAAND wordt hij 78, zijn zilvergrijze haren zijn uitgedund en zijn fysieke kwalen zijn al jaren onderwerp van borrelpraat onder diplomaten. Maar zijn politieke pensioen doet hem zichtbaar goed. Af en toe duikt hij op in de familiemoskee of op zijn favoriete golfbaan in Jakarta-Zuid. Een hoogst enkele keer staat hij - schijnbaar spontaan, maar altijd goed getimed - een cameraploeg te woord en dan zien de Indonesiërs Bapak (vader) als vanouds: ontspannen glimlachend en kwinkslagen debiterend, alsof niets hem kan deren. Zijn ogenschijnlijk vriendelijk toegeknepen ogen vertonen af en toe een flonkering en dan is even zichtbaar hoe koud en berekenend hij de wereld inkijkt.

Generaal b.d. Haji Mohammed Soeharto is nu een jaar president-af, maar vanaf het moment dat hij het roer van staat overdroeg aan vice-president Jusuf Bacharuddin Habibie is Indonesië blijven speculeren over zijn regie-inspanningen achter de schermen. Temidden van al dat wilde giswerk staan twee dingen onomstotelijk vast. Hij mag het tijdstip van zijn opvolging niet zelf hebben gekozen, zijn opvolger heeft hij hoogstpersoonlijk uitgezocht. En pogingen van zijn politieke tegenstanders om hem te dwingen zich voor de rechter te verantwoorden voor alles wat hij en zijn clan in bijna 32 jaar aan staat en volk hebben ontfutseld, zijn op niets uitgelopen.

Over de loyaliteit van kroonprins Habibie, die Soeharto ooit ,,mijn leraar in de Javaanse filosofie'' noemde, zijn de meningen verdeeld. Het Javaanse politieke denken hecht geen betekenis aan trouw en in de dynastieke geschiedenis van Java wemelt het van koningsmoorden en andere vormen van verraad. De halve Javaan (van moederskant) en Soeharto-leerling Habibie kan zijn meester dus wel degelijk volgen én hem laten vervolgen voor eventueel presidentieel wangedrag. Habibie is meer dan een politieke discipel van Soeharto; hij is sinds de jaren vijftig diens aangenomen zoon. En respect voor de vaderfiguur is voor iedere Indonesiër, Javaan of niet, geboden.

Op een `onverklaarbaar' in omloop gebrachte bandopname van een telefoongesprek tussen Habibie en procureur-generaal Andi Ghalib informeert de nieuwe president kennelijk oprecht naar de gezondheid van Bapak. Dat hij dit niet rechtstreeks vraagt aan zijn gewezen patroon, spreekt boekdelen over hun verwijdering.

Maar ook veelzeggend is dat de nieuwe president Ghalibs voorganger als hoogste openbare aanklager, Soedjono ontsloeg toen deze al een maand na Soeharto's aftreden rapporteerde over onstatutaire leningen aan familieleden van de president door enkele kapitaalkrachtige, formeel `liefdadige' stichtingen onder voorzitterschap van Soeharto. Ghalib, een drie-sterren-generaal buiten dienst, heeft, zo zei een van zijn medewerkers tegen het Amerikaanse weekblad Time, de opdracht ,,Soeharto te beschermen''. En wie kan die opdracht anders hebben gegeven dan Habibie?

De oude heer heeft geen formele macht meer, noch over ambtenaren noch over militairen. Informeel, achter de coulissen, kan hij evenwel menige politicus, bureaucraat, of gangsterbaas naar zijn hand zetten. Het gaat hier niet om een legertje getrouwen, want de marionetten die de poppenspeler Soeharto nog kan bespelen, volgen hem niet uit loyaliteit. Soeharto heeft geen vrienden, alleen zakenrealties en familieleden. Zijn voormalige ondergeschikten en partners handelen uit angst. Angst voor hun zakelijke of politieke ondergang, indien aan de roep om reformasi en schoon schip gehoor wordt gegeven door een nieuw, waarachtig verkozen parlement, en een nieuwe president. Maar vooral uit angst voor de man, die na 32 jaar ongebreidelde macht, als geen andere Indonesiër weet wie zich, van hoog tot laag, tegoed heeft gedaan aan de staatsruif.

In weerwil van de officiële retoriek die het Indonesië van de Nieuwe Orde voorstelde als een Familiestaat, bestond dat bestel niet bij de gratie van warme verwantschapsbanden, maar was het een web van medeplichtigheid. Het hing aan elkaar van diensten en wederdiensten, waarbij openbare middelen van boven naar beneden werden ingezet om medewerking en gehoorzaamheid te kopen.

Alle leden van het establishment hebben meegeprofiteerd van deze `distributie', al was het maar in de vorm van kruimels. Het moderne Indonesisch heeft een uitdrukking voor dit verschijnsel: tahu sama tahu (afgekort tot TST), vrij vertaald: `ons kent ons' of, nog vrijer: `wie zonder zonden is, werpe de eerste steen'. Het ligt niet erg voor de hand dat Habibie begint met het stenigen van zijn voormalige broodheer, of dat hij andere stenengooiers zal aanmoedigen. Want ook de Habibie-clan – Jusuf, zijn vrouw, broer en kinderen – heeft zijn fortuin te danken aan de herverdeling op z'n Indonesisch. Op een openhartige Soeharto in de beklaagdenbank zit de huidige First Family dan ook niet te wachten.

Dat zijn de niet geringe ijzers die de gepensioneerde president nog in het vuur heeft. Rest de vraag wat de oude heer nog op zijn agenda heeft staan. Een terugkeer op het politieke toneel lijkt uitgesloten. Het is Soeharto senior waarschijnlijk vooral te doen om een vorm van onschendbaarheid voor zichzelf, voor zijn zes kinderen-in-zaken, zijn eveneens inhalige kleinkinderen en zijn al even ondernemende neef en halfbroer. Of hij zich ook bekreunt om de zakelijke toekomst van zijn Chinese partners Liem Sioe Liong en Bob Hasan, die hem sinds de jaren vijftig hielpen aan macht en geld, is minder duidelijk. De relatie tussen Javaanse politici en hun Chinese cukong is vanouds een functionele en was altijd gebaseerd op voor-wat-hoort-wat: politieke voorspraak, protectie en orders in ruil voor een deel van de winst. Nu de baten, door de geleidelijke afbraak van monopolies, niet langer binnenkomen, moeten Liem en Bob waarschijnlijk hun eigen huid zien te redden.

Dat procureur-generaal Ghalib tegenover Time heeft verklaard geen bewijzen te hebben dat zijn voormalige opperbevelhebber zich wederrechtelijk publieke middelen heeft toegeëigend, suggereert dat ten minste een deel van de strijdkrachten Soeharto wil vrijwaren van rechtsvervolging. Of die protectie zich ook uitstrekt tot zijn familieleden is twijfelachtig. Na de dood van Bapak zouden de kids het wel eens heel moeilijk kunen krijgen.

Onschendbaarheid voor zichzelf en de zijnen lijkt Soeharto's minimale optie. Menige Indonesische analist ziet echter aanwijzingen dat de oude heer zijn desperate hulptroepen ook inzet om een vreedzame overgang naar democratischer – en dus transparanter - verhoudingen te dwarsbomen. Zo zouden er kort voor het uitbreken van de recente etnische rellen op Ambon en Kalimantan ter plaatse beruchte jago (vechtersbazen) uit de de Jakartaanse onderwereld zijn gesignaleerd, die zouden hebben opgetreden als provocateurs. Iedere Indonesiër weet dat De Familie zich de afgelopen jaren vaak heeft bediend van deze gangsterbaasjes, bijvoorbeeld als er land moest worden ontruimd voor een winkelcentrum of toeristenattractie. Motief, middelen en mogelijkheden zijn er: rest een sluitend bewijs.