Avontuur in Margraten

Na een bezoek aan de privétuin van tuinontwerper Han Njio besef je hoe de meeste van onze tuinen op elkaar lijken. Ook in mooie tuinen is oorspronkelijkheid meestal ver te zoeken. Veel tuinen worden ontworpen volgens een geijkt patroon: een terras, een vijver en een of meer borders die in de rug gedekt worden door een schutting, een muur of – het toppunt van luxe – een taxushaag. De beplanting is verantwoord. Grijs en zilveren blad wordt afgewisseld met roze bloemen en spitse aren vormen een mooi contrast met platte schermen. De vijver is helder, het gras is gemaaid en de haag is keurig geschoren. Daar is niets mis mee, behalve dan dat elk avontuur ontbreekt.

Het kan anders. Dat zie je als je de tuin van Han Njio binnenkomt, in het Limburgse Bemelen, op de rand van het plateau van Margraten - letterlijk op de rand, want nog geen kilometer verder gaapt de afgrond van de mergelgroeve van Nederlands grootste cementfabriek. Ik ben nu twee keer in deze tuin geweest, eenmaal op een winderige herfstdag en eenmaal op een zonnige, maar eveneens winderige voorjaarsdag. En beide keren had ik het gevoel alsof ik na een lange reis op mijn vakantiebestemming gearriveerd was. Onwillekeurig keek ik rond en zocht naar een geschikte plaats om de tentharingen in de grond te hameren.

Je krijgt niet één eerste indruk van deze tuin, maar meerdere tegelijk. Overal staan en liggen stukken natuursteen, waardoor het terrein iets weg heeft van een opgraving die weer gedeeltelijk door vegetatie is overwoekerd. Tamarisken en andere grijsbladige heesters geven de tuin een mediterraan karakter. Tegelijkertijd roept een stenen brug over een symbolische, droge vijver Japanse tuinen in herinnering, terwijl kleine hoogteverschillen die door haagjes geaccentueerd worden weer aan de Moorse tuinen van Andalusië doen denken.

Het is natuurlijk gewoon de tuin van Han Njio en eigenlijk zou je al die associaties moeten laten varen, maar omdat de tuin anders is dan alle andere tuinen die je ooit gezien hebt, zoeken je hersens onwillekeurig koortsachtig naar een kader waarin je de tuin kunt plaatsen.

De tuin bestaat uit een aantal kleinere tuinen die elk een eigen karakter hebben. Er is een tuin bij het huis die gedeeltelijk omgeven is door een muur die geverfd is in bladderend Toscaans rood. De `schuine tuin' noem ik deze in gedachten, omdat de lijnen hier bepaald worden door een schuur die schuin op het huis staat. Dit gedeelte van de tuin is relatief voorspelbaar, met overzichtelijke perken en vier in pegelvorm gesnoeide buxusstruiken. Als er zoiets bestaat als `ironisch snoeien', dan is dat hier gebeurd, want deze buxuspegels zouden als decor voor een waanzinnige operette kunnen dienen. Achter de schuine tuin ligt een moestuin, waarin van alles te vinden is, behalve moes. Hoewel - bij nader inzien zie ik vier doorgeschoten preien die bewijzen dat het onzin is om onderscheid te maken tussen nuttige gewassen en sierplanten.

Na de moestuin kun je uit verschillende routes kiezen en dat vind ik misschien wel het spannendste aspect aan Njio's tuin: dat de looproute niet vast ligt en dat je voortdurend kunt kiezen tussen verschillende paden. De tuin lijkt op een stad die organisch gegroeid is: op je tocht dwaal je langs stegen, straten en pleinen. Soms loop je langs een klinkerpaadje, dan weer over hardsteen of zandsteen. Overal in de tuin is steen, soms in de vorm van muurtjes, soms als sokkel voor een bloempot en soms gewoon als veldkei. Vooral die losse keien werken vervreemdend, omdat je nooit weet of het toeval is dan wel dat Njio ze heeft neergelegd.

Hetzelfde geldt voor de struiken die eerder in de tuin lijken te wonen dan dat ze daar geplant zijn. Je verstand vertelt je dat alle bomen, struiken, hagen en vaste planten met opzet geplaatst zijn, maar je gevoel zegt dat ze, net als de stenen, bezield zijn. De tuin oogt alsof er geen mensenhand aan te pas gekomen is; de paden lopen zoals ze lopen, de bomen staan waar ze staan. Alles is onvermijdelijk. En daarin schuilt het raffinement van Njio: door hier en daar wat onkruid te laten staan en door zelfs een muurtje gedeeltelijk om te laten vallen, geeft hij je de illusie dat de tuin er al eeuwenlang is. En er ook nog eeuwenlang zal blijven. En alsof de tuin vor zichzelf zorgt, waarbij de hand van de meeester hoogstens af en toe sturend optreedt.

In werkelijkheid moet er natuurlijk hard worden gewerkt om deze illusie in stand te houden. Han Njio tuiniert niet uitsluitend voor zijn plezier. Zijn tuin is zijn etalage. Hij ontwerpt tuinen en in zijn eigen tuin laat hij zien wat hij kan. En dat is veel, want hoewel alle tuinen natuurlijk driedimensionaal zijn, is die van Han Njio op een raadselachtige manier veel driedimensionaler dan de meeste andere tuinen.

De tuinen van Han Njio zijn open in de weekends tussen 29 mei en 5 juli van 10-18u. Toegang ƒ10. Op weekdagen is een bezoek mogelijk voor groepen van meer dan tien personen, na telefonische afspraak. Adres: 't Blauw Gasthuis 14, Bemelen (bij Maastricht). Tel. 043-4078007. Fax 043-4078014