Aanklacht bemoeilijkt vredesoverleg Kosovo

De precieze gevolgen van een aanklacht tegen Miloševic zijn nog niet in te schatten, maar de diplomatieke onderhandelingen over Kosovo zullen er niet gemakkelijker op worden.

Een aanklacht wegens oorlogsmisdaden tegen de Joegoslavische president Miloševic bevredigt misschien het rechtsgevoel van de Westerse publieke opinie, maar een stimulans voor de onderhandelingen met de potentaat van Belgrado is het niet.

Een grondige inschatting van de consequenties voor het `vredesproces' viel vanochtend nog niet te maken omdat niet duidelijk is hoe Miloševic zelf reageert op de aanklacht van het Haagse oorlogstribunaal. Later vandaag zal vanzelf meer bekend worden als de Russische gezant Tsjernomyrdin hem bezoekt. Onduidelijk is evenzeer hoe Rusland reageert op de dagvaarding, en of deze reactie van invloed zal zijn op de bemiddelingsrol van Moskou. De Russische ambassadeur bij de Verenigde Naties, Lavrov, zei gisteren over de aanklacht: ,,Wij hebben herhaaldelijk gezegd dat dit de politieke inspanningen ernstig zal ondermijnen.''

Veel Westerse waarnemers vrezen nu dat Miloševic zal doorvechten tot het bittere einde, omdat het begrip `opgeven' hem vreemd is en omdat hij niets meer te verliezen heeft. En inderdaad: Miloševic was na twee maanden van NAVO-bombardementen al geenszins toegeeflijk tegenover de eisen van de NAVO, en die halsstarrigheid zal na een aanklacht minder worden, zo is de verwachting.

De internationale gemeenschap beschouwt Miloševic al sinds 1991 als de aanjager van al het geweld in ex-Joegoslavië, maar bleef met hem onderhandelen. Hij onderging een gedaanteverandering van kandidaat-hoofdverdachte van oorlogsmisdaden tot staatsman en vredesduif toen hij in november 1995 het vredesakkoord van Dayton voor Bosnië overeenkwam en een belangrijke rol ging vervullen bij de uitvoering daarvan. Een maand later schudde hij zelfs bij de ondertekening in Parijs de hand van president Clinton, die tijdens zijn eigen verkiezingscampagne van 1992 nog had gezegd dat er een onderzoek moest komen tegen Miloševic wegens oorlogsmisdaden.

De Joegoslavische leider is de enige onderhandelingspartner van de internationale gemeenschap in de Kosovo-crisis. Nu hij verdachte van oorlogsmisdaden is, zal dat op het eerste gezicht zijn onderhandelingspositie bemoeilijken en verzwakken. Het ligt voor de hand te concluderen dat hij in een isolement zal belanden, maar de taaiheid van Miloševic is in het Westen al vaker onderschat.

In alle onderhandelingen heeft Miloševic tot nu toe aangedrongen op zijn juridische immuniteit. Nu die uitweg is afgesloten, lijkt het aannemelijk dat zijn al geringe bereidheid om compromissen te sluiten met bemiddelaars nog verder zal afnemen.

In welke mate wil hij nog onderhandelen met gezanten die eisen van de internationale gemeenschap komen overhandigen? Kunnen die internationale gemeenschap, de NAVO en de VN op hun beurt nog zaken doen met deze leider? Of hebben zij simpelweg geen alternatief omdat hij de gekozen leider van Joegoslavië is? Dit zijn de hamvragen, waar de komende dagen antwoorden op zullen komen.

Tijdens het vredesproces van Bosnië heeft het team van de Amerikaanse gezant Richard Holbrooke eenmalig dertien uur onderhandeld met de Bosnisch-Servische verdachten van oorlogsmisdaden, Mladic en Karadzic, over een bestand bij Sarajevo. Dat was een uitzondering, omdat Miloševic namens de Bosnische Serviërs die onderhandelingen leidde. Dit keer is de onderhandelaar zelf de verdachte.

Mogelijk hoopt de wereldgemeenschap dat een aanklacht tegen Miloševic andere regeringsfunctionarissen naar voren doet treden om te onderhandelen. Maar voor de binnenlandse positie van Miloševic heeft een dagvaarding geen zichtbare consequenties. Voor de oppositie is hij nu door de aanklacht in nog sterkere mate dan voorheen een schurk, maar van die oppositie heeft hij nog altijd niets te vrezen, alle meldingen over groeiend verzet tegen de Kosovo-oorlog bij de moeders van recruten en de vrouwen van reservisten ten spijt.

De Servische oppositie bestaat simpelweg niet meer in Servië. In het parlement – dat sowieso niets voorstelt – is ze niet vertegenwoordigd, de media zijn gelijkgeschakeld, het federale leger is stevig in zijn hand, de Servische politie is zijn eigen pretoriaanse garde en wat er nog aan opposanten resteert heeft zijn toevlucht gezocht in het buitenland of in de deelrepubliek Montenegro. En zelfs daar moet ze bang zijn te worden opgepakt door een federaal leger dat de zusterrepubliek in een wurggreep heeft, die elke dag een beetje verder wordt aangehaald. Sommige Montenegrijnse leiders wagen zich in eigen land niet meer op straat zonder een heel contingent Montenegrijnse politiemannen als lijfwacht.

De aanklacht maakt vooralsnog op geen enkele manier de weg vrij voor nieuwe leiders, want afgezien van de stromannen van Miloševic zijn er geen nieuwe leiders die beschikken over enig maatschappelijk draagvlak. De populariteit van Miloševic als de man die Kosovo niet prijsgaf en zich heroïsch verzet tegen de almachtige NAVO is in brede kring waarschijnlijk eerder toe- dan afgenomen. ,,Het is een eer voor ons de aanvallen van zo'n machtig bondgenootschap te weerstaan'', zei de Joegoslavische president in april in een vraaggesprek met het Slowaakse blad Praca, en het lijkt er sterk op dat veel Serviërs het daarmee eens zijn.

In eigen land is Miloševic net zo veilig als de door het Haagse tribunaal gezochte oorlogsmisdadigers uit de Bosnische en Kroatische oorlogen, of het nu gaat om Mladic, de vroegere bevelhebber van het leger van de Bosnische Serviërs, of om Joegoslavische staatsburgers die in staat van beschuldiging zijn gesteld wegens massamoord in Vukovar, maar die Belgrado nooit heeft willen uitleveren, alle druk ten spijt. Ook na vandaag zal het respect van Joegoslavië voor het tribunaal niet groeien.