Spek en bonen

Veel van mijn vrienden en kennissen doen het, ik doe het zelf, de regering wil dat wij het allemaal doen – in theorie zou ik er enthousiast voor moeten zijn en toch raak ik gedeprimeerd bij de gedachte aan een maatschappij waar iedereen in deeltijd werkt. Er komt een beeld bij me op van een achtjarig jongetje aan wie je vraagt: `En wat wil jij later worden?' Waarop hij antwoordt: `Part time brandweerman.' En het achtjarige meisje zegt: `In deeltijd werkende moeder.' Toch ongeveer het meest miezerige toekomstvisioen dat iemand erop na kan houden. Gelukkig reageren kinderen nooit zo en gelijk hebben ze, want dat soort problemen zijn van later zorg en altijd beter improviserenderwijs op te lossen dan van tevoren structureel.

Deeltijdwerkers zijn verstandige mensen. Zij hebben een balans in hun leven aangebracht tussen werken en zorgen, tussen ratio en gevoel, tussen geven en nemen. De inmiddels gevleugelde uitspraak `op je sterfbed heb je nooit spijt van gemiste vergaderingen, maar wel van gemist contact met je kinderen' hebben zij goed in hun oren geknoopt. Het gaat de deeltijdwerker niet om een allesverzengende ambitie. Die heeft-ie allang terzijde geschoven als onhaalbaar en onverantwoordelijk. Kinderen hebben immers recht op de liefdevolle aandacht van beide ouders.

Daarom eist hij zijn wettelijk recht op deeltijdarbeid op. Hij hoeft helemaal geen directeur, rayonhoofd, toponderzoeker of chef van de binnendienst te worden. Welnee. Met vier dagen werk heb je ook een aardig inkomen. Zeker als je vrouw ook werkt. En zeg nou zelf, wat is er leuker dan op vrijdag met de kleine naar de kinderboerderij te sukkelen en hem een uurtje later bij een vriendje te stallen teneinde zelf met een mede-deeltijder in alle rust te gaan tennissen midden op de dag?

Trouwens, wie zegt dat je kinderen moet hebben om in aanmerking te komen voor een deeltijdbaan? Dat zou grove discriminatie van de kinderlozen zijn. Ook zij hebben recht op een evenwichtig leven zonder werkdruk en stress, met tijd voor zichzelf. Vijf dagen per week voor de klas staan op de basisschool? Slopender kun je het je niet voorstellen met die aandachtopeisende kinderen van tegenwoordig, om maar te zwijgen van hun lastige ouders. Nee, vier dagen is mooi genoeg. Op de vijfde gaan we lekker naar yoga of we doen een cursus aquarelleren. Of we sparen onze vrije dagen plus ATV op en gaan er op een gegeven moment een half jaar echt tussenuit. Naar Bali of naar de Aboriginals. Lange reizen naar vreemde streken, daar groeit een mens van.

Vrouwen maken het 't bontst. Terwijl je van in deeltijd werkende mannen nog kunt zeggen dat zij in de afweging tussen ambitie en comfort vrijwillig afstand hebben gedaan van ambitie (een respectabele keuze), menen vrouwen dat zowel het een als het ander hun wettelijk toekomt om geen andere reden dan dat zij vrouw zijn. Waarom anders dat geklaag over het glazen plafond, samen te vatten als: wanneer baantjes als chef de clinique, rector van een school, minister of hoogleraar minder tijd zouden opslorpen, zou je zien hoeveel capabele vrouwen erop af kwamen rennen. De glazen-plafond-bestrijdsters willen als gebalanceerd mens de hoogste top bereiken en op vrijdagochtend vrij voor de visagiste.

In deeltijd werken is het ideaal van moderne, proteïsche mensen. Het is rationeel, vrouwvriendelijk, kindvriendelijk, maar ook afgepast, berekenend en risicospreidend. De deeltijdwerker houdt slagen om de arm en wil niet ergens op worden vastgepind. Hoe meer deeltijdwerk, hoe sterker het besef dat iedereen vervangbaar is, dat je wel goed gek zou zijn om veertig uur per week, 48 weken per jaar paraat te staan voor een bedrijf, een school, een ziekenhuis, een overheidsinstelling, of zomaar mensen die je op je zouden kunnen rekenen. Het idee van een missie vervullen verdwijnt in het palet van beschikbare levensvervullingen. En dus zie je de deeltijders vier, vijf keer per jaar de auto volladen met vakantiespullen of naar Schiphol vertrekken `om er eens helemaal uit te zijn'. Ze willen ergens uit, maar ze zijn niet eens ergens in.