Oude piano's

Marc Chavannes schreef een prachtig stuk over de pianist Krystian Zimerman (NRC Handelsblad, 17 mei). De uitzonderlijkheid van Zimerman blijkt ook uit de betekenis die hij hecht aan het instrument dat hij bespeelt en de zorg die hij ervoor over heeft om zijn eigen meegebrachte Steinway zo goed mogelijk gestemd en geprepareerd te krijgen. ,,Daartoe behoort ook een nooit eindigende studie naar wat componisten in hun eigen tijd hebben bedoeld. Voor Zimerman hoeft het resultaat niet op oeroude piano's te worden gespeeld'' (bewoording van Chavannes, die Zimerman rechtstreeks citeert:) ,,Authentieke instrumenten bestaan niet. Een viool van Stradivarius is na driehonderd jaar nog heel goed, een piano is na 150 jaar een groot stuk hout dat zijn spanning is [heeft?] verloren. Ik probeer mijn instrument zo veel mogelijk aan te passen aan de piano die componisten thuis hadden.'' Dit is een voortreffelijk streven, maar het gevaar dreigt dat bij de lezer een dubbel misverstand postvat dan wel wordt bevestigd. Vleugels uit de tijd van Chopin worden in onze jaren door de inzet van kundige restaurators nieuw leven ingeblazen en ze laten opnieuw een individualiteit en rijkdom aan klankkleuren horen waarnaar Zimerman streeft, maar met zijn modern instrument nooit kan bereiken. De universele Steinway-klank zou je kunnen beschouwen als een samenvatting van het beste dat pianobouwers in Wenen, Parijs en Londen met hun traditie's en heel eigen klankidealen in de vorige eeuw hadden bereikt.