Otis

In het Amsterdamse Paradiso vond onlangs de afsluiting plaats van een serie concerten met als titel `Tribute to Otis Redding'. Het ging om een eerbetoon van Nederlanse popmuzikanten aan een van hun grootste voorgangers. Voor de Redding-fans, onder wie ik, was het een unieke kans om diens muziek eindelijk eens live te horen.

Het werd een adembenemende avond. Er was alles aan gedaan om de sound van Reddings muziek zo dicht mogelijk te benaderen. Redding trad doorgaans met een begeleidingsgroep van acht mensen op, waaronder een forse blazerssectie. Zo ook bij de Amsterdamse zanger Ross Curry, die zich in Paradiso liet begeleiden door de voortreffelijke `Hot Haarlemmerdijk Horns', de blazerssectie van De Dijk.

Het luistert allemaal heel nauw, want zodra de muzikanten te luid worden, raakt de stem ondergesneeuwd. En bij soulmuziek hoort nu eenmaal De Stem, liefst van schuurpapier vervaardigd, zodat de emoties zo rauw mogelijk worden overgebracht.

Redding was daar een meester in. Zijn genie school vooral in die stem met dat smekende, soms bijna kwijnende geluid, die de muziek iets onvergankelijks geeft. Ik heb later nooit meer een soulzanger gehoord die deze hoge graad van intensiteit bereikte. Eigenlijk is de soulmuziek de voortijdige dood van Redding – hij verongelukte in 1967 op 26-jarige leeftijd – nooit te boven gekomen.

Ross Curry was zo verstandig niet te trachten de stem van Redding te imiteren. Het was even slikken om klassieke nummers als `These arms of mine', `I've got dreams to remember' en `Try a little tenderness' door een veel vlakkere stem te horen vertolken, maar het is een handicap waarmee Reddings bewonderaars hebben leren leven.

Op zo'n avond blijkt weer eens hoe verbluffend vitaal deze muziek is gebleven. De waardering ervoor loopt door alle generaties heen. Het merendeel van de aanwezigen was beneden de vijfentwintig, maar er waren ook tal van ouderen die zich in stoeltjes aan de zijkanten van de zaal hadden genesteld. Ik merkte het destijds al aan mijn eigen kinderen: de muziek van groten als Dylan, The Beatles en Young liet ze onverschillig, maar bij Redding spitsten ze meteen de oren.

Redding was een bezeten werker. Hij zong niet alleen, hij was ook de componist van een groot deel van zijn repertoire. Zijn carrière heeft niet veel langer dan vijf jaar geduurd, maar het was lang genoeg om zo'n twee uur durende avond in Paradiso vol te krijgen met evergreens.

Halverwege de avond kreeg ik even een schokje. Naast me aan de bar stond een Surinamer die sprekend het uiterlijk had van een veel ouder geworden Redding: de gedrongen gestalte, het vlezige gezicht, het kort gehouden kroeshaar. Als ik in God geloofde, zou ik gedacht hebben dat hij Otis voor één keer naar de aarde had teruggestuurd om hem van zijn onsterfelijkheid te laten genieten.