Opta wil opheldering over tarieven mobiele telefonie

Telecomwaakhond Opta wil van aanbieders van mobiele telefonie opheldering over de hoge tarieven voor het bellen van een vast toestel naar een zaktelefoon. De toezichthouder beraadt zich op een onderzoek naar ongeoorloofde prijsafspraken. Dit onderzoek zou moeten worden uitgevoerd in samenwerking met de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa).

Opta heeft op grond van de telecommunicatiewet die sinds 1 januari van dit jaar van kracht is het recht afspraken in te zien die aanbieders maken over het afhandelen van elkaars telefoonverkeer (interconnectie). In een toelichting verklaarde Opta-voorzitter J. Arnbak vanmorgen dat de tarieven van de mobiele aanbieders ,,verdacht veel op elkaar lijken''. Particulieren betalen voor een telefoongesprek van een vast naar een mobiel telefoontoestel 90 cent per minuut. Andersom (van zaktelefoon naar vast) ligt het tarief op een kwartje per minuut. ,,De techniek rechtvaardigt niet dit enorme prijsverschil'', aldus Arnbak vanmorgen. ,,Er zijn voor een gesprek van een vast naar een mobiel toestel dezelfde voorzieningen nodig, behalve dan dat je een stukje intelligentie nodig hebt om een zaktelefoon in het netwerk op te sporen.''

Opta kan zelfstandig alleen ingrijpen in tarieven van aanbieders met een marktaandeel van tenminste 25 procent (dat zijn KPN en Libertel) op de markt voor mobiele telefonie. Op de markt voor interconnectie van vast naar mobiel is KPN dominant. Ingrijpen wegens een vermoeden van prijsafspraken (al dan niet impliciet) kan Opta alleen in samenwerking met de NMa. Welke aanpak Opta zal kiezen is volgens Arnbak nog niet bepaald. Volgens Opta sluist KPN van het tarief van 90 cent dat de consument betaalt het grootste deel door naar de eigenaar van het mobiele netwerk waar de gebelde abonnee zich bevindt.