Olivetti's cowboy-kapitalisme smaakt Europa wel naar meer

Telecom Italia is overrompeld door het vijf keer zo kleine Olivetti. De traditionele steun van de overheid en de kernaandeelhouders is verdampt. Zo Italië, zo Europa?

De barbaren zijn door de poorten van Rome gebroken en nestelen zich op het pluche van de directiezetels van Telecom Italia. Voor een bedrag van 66 miljard gulden is Olivetti, een gesjeesde schrijfmachinefabrikant, meerderheidsaandeelhouder geworden van het vijf keer zo grote voormalige staatstelecombedrijf, dat nog maar twee jaar geleden werd geprivatiseerd.

Olivetti financiert de overname, waartegen de Telecom Italia directie zich drie maanden lang met hand en tand verzette, grotendeels met geld dat van banken en beleggers wordt geleid. Het is de grootste vijandige overname met geleend geld in de Europese geschiedenis, een signaal dat in de oude wereld het Amerikaanse cowboy-kapitalisme niet langer wordt versmaad.

De strijd om Telecom Italia deed oudgedienden op de financiële markten direct denken aan de strijd tussen beleggers en speculanten, in 1988, om de macht bij het Amerikaanse sigaretten- en voedingsbedrijf RJR Nabisco, toentertijd met een waarde van 50 miljard gulden de grootste overname met geleend geld. De strijd werd geboekstaafd in de klassieker Barbarians at the gate.

In de ,,wilde'' jaren tachtig verloren Europese opkopers als ex-Olivettibaas C. de Benedetti (die het Belgische conglomeraat Generale Maatschappij wilde grijpen) en Sir J. Goldsmith (die tabaks- en verzekeringsbedrijf BAT wilde opbreken) het pleit. Zij kregen later in economische zin wel gelijk: BAT brak zichzelf twee jaar geleden zelf op, terwijl de Generale Maatschappij onder nieuwe Franse leiding drastisch is afgeslankt. Maar de Europese opkopers kregen bij hun overnamepogingen geen gelijk: teveel maatschappelijke weerstand tegen zulke puur geldgedreven overrompelingsacties.

De strijd in Rome tekent de veranderingen in het Europese bedrijfsleven en de reacties daarop van de nationale overheden. Topmanagers staan op de barricades. In Frankrijk probeert de bank BNP een fusie van de concurrenten Société Générale en Paribas te doen ontsporen met een vijandig bod op de twee fusiepartners.

Morgen doet de Ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof een cruciale uitspraak in de strijd tussen de Franse chefs Arnault en Pinault om de macht bij luxe goederen verkoper Gucci, die officieel in Nederland is gevestigd. Vrachtwagenfabrikant Volvo, die op concurrent Scania aasde, heeft eerder deze maand een soort gewapende vrede geproclameerd.

Wat zet de managers in vuur en vlam? Zij hebben de mogelijkheden en zij hebben een aanleiding. De financiële omstandigheden zijn ideaal. De beurskoersen staan historisch gezien vlak onder hun piek, wat duidt op onverminderd optimisme over de economische toekomst. Geld lenen van banken en beleggers is goedkoper dan ooit en rentebetalingen zijn doorgaans nog aftrekbaar van de belastingen ook. Zo stimuleert de fiscaal financieel avonturisme.

De aanleiding voor ondernemers bestaat uit de uitzonderlijke combinatie van technologische revolutie (internet, mobiele telefonie), een verhitte markt voor bedrijven (met fusies en overnames), een ruim scala aan (geprivatiseerde) bedrijven waaruit aggressieve managers nog wel wat extra winst denken te persen en de creatie van een Europese markt, inclusief het verlies van delen van de nationale autonomie.

Twee nieuwe tendensen hebben Olivetti bovendien in de kaart gespeeld. De Italiaanse overheid, die een zogeheten gouden aandeel in Telecom Italia had behouden met extra zeggenschapsrechten, heeft het zittende management niet gesteund. Zoals de Franse regering geen barrières heeft opgeworpen bij het vijandige bod van BNP.

Staatsbedrijven en overheidsingrijpen waren altijd de beste bescherming van het nationale bedrijfsleven. Niet alleen de overheid liet Telecom Italia in de steek, maar ook zijn eigen kernaandeelhouders, op eentje na. Kernaanhouders die een bedrijf stabiliteit geven zijn in wisselende gedaante ook geliefd bij bedrijven in Frankrijk, Spanje, België en Duitsland. In Nederland is minister Zalm van Financiën wel geporteerd van zulke constructies.

Daarmee is niet gezegd dat Europa aan de vooravond staat van een overnamestorm. Angst voor eenzelfde lot als Telecom Italia kan voor kwetsbare bedrijven de beste drijfveer voor verandering zijn.