Nieuwe verklaring voor lage eurokoers

In de wandelgangen van de Nederlandsche Bank werd gisteren gesproken over een `euro carry trade', een nieuwe kapitaalstroom als verklaring voor de zwakke koers van de euro.

Is het een gebrek aan vertrouwen in de euro, is het de Kosovo-crisis, of komt het simpelweg doordat de Amerikaanse economie harder groeit dan de kwakkelende Europese? Niet alleen valutahandelaren maar ook centrale bankiers breken zich al maanden het hoofd over de vraag waarom de koers van de euro tegenover de dollar is verzwakt. Vorig jaar bereikte de euro, die toen nog synthetisch moest worden berekend, begin oktober een piek van 1,23. Begin dit jaar deed de koers nog 1,18 dollar. Maar sindsdien kwakkelt de euro, en is in koers gedaald tot onder de 1,06 dollar.

Dat is geen goed begin voor de Economische en Monetaire Unie, ook al is het effect goeddeels een imagokwestie. De Europese economie kan een wat zwakkere euro op dit moment goed gebruiken, maar een uitgeholde munt past niet goed bij het zelfbeeld van de muntunie zoals dat in Frankfurt en Brussel wordt gekoesterd.

Het raadsel van de verzwakkende euro wordt nu in Frankfurt bij de Europese Centrale Bank in verband gebracht met een ander raadsel. Eind vorig jaar steeg de kredietverlening aan het bedrijfsleven in Euroland fors, zonder dat de investeringen meestegen. Wat deden bedrijven met dat geld? Over het algemeen zitten ondernemingen al goed bij kas.

Het zou kunnen zijn dat zich een zelfde verschijnsel voordeed als in de VS. Middenin de wereldwijde financiële crisis van oktober droogde de openbare kapitaalmarkt als kredietbron voor bedrijven zo goed als op. Later bleek dat bancaire kredietverlening het gat meer dan volledig had opgevuld. Die oplossing voor het raadsel werd gisteren door bankiers van de Nederlandsche Bank goeddeels verworpen. Anders dan in de VS speelt in Europa de openbare kapitaalmarkt een veel minder prominente rol bij bedrijfsfinanciering.

Het vermoeden is in plaats daarvan gerezen – wat de Europese Centrale Bank zal onderzoeken – dat een nieuwe internationale kapitaalstroom is ontstaan. Beleggers lenen daarbij euro's tegen een rente van zo'n 2,6 procent, wisselen die om in dollars en beleggen daarmee in Amerikaanse obligaties die een veel hogere rente kennen van tussen de 5 en 6 procent. Als die stroom massaal gaat lopen, dan verzwakt het lenen van euro's en kopen van dollars de koers van de euro tegenover de dollar. Tel uit de winst: niet alleen wordt het renteverschil tussen Europa en de VS opgestreken, maar er is ook nog een koerswinst. Samengesteld was het rendement van januari tot nu een procent of 12.

De stroom vertoont grote gelijkenis met wat beleggers al een jaar of anderhalf doen met de Japanse yen: lenen tegen de lage Japanse rente, beleggen in dollar-activa. Deze yen carry trade heeft er dus vermoedelijk een broertje bij: de euro carry trade. Het oplopen van de bedrijfskredieten in Europa wijst erop dat vooral de financiële afdelingen, de treasuries, van grote ondernemingen het spel spelen.