Natuurkunde is te maken met kladblok en koelbloedigheid

Op de Havo bogen zich gisteren 14.451 leerlingen over het eindexamen natuurkunde. Vraaggesprek met leraar natuurkunde, Sjaak Zanen.

Vlak voor de aanvang van het eindexamen natuurkunde stond Sjaak Zanen (45) tussen zijn leerlingen bij de ingang van de sporthal. Om hen nog eenmaal op het hart te drukken dat ze nauwkeurig moeten rekenen, hun kladblok moeten gebruiken en de vragen goed moeten lezen. Als hij vanavond thuis is, gaat hij meteen de examens doorkijken om te zien hoe ze het ervan hebben afgebracht. ,,Het is een spannende tijd, niet alleen voor hen maar ook voor mij.''

Zanen, natuurkundeleraar aan de streekschool Wiringherlant voor VBO, Mavo, Havo en Atheneum in het Noord-Hollandse Wieringerwerf, `schrok zich rot' toen hij het vragenboekje van het natuurkunde-eindexamen voor Havo opensloeg. Hij kan zich voorstellen dat zijn leerlingen 'm ook even knepen. ,,Het zag er moeilijk uit, met veel technische tekeningen. Maar toen ik het ging maken, bleek het mee te vallen.''

De eerste vraag over de elektriciteitsvoorziening van de accu, was bij nader inzien een weggevertje. ,,Die moeten er ook tussen zitten. Een examen moet niet alleen door hoogvliegers gemaakt kunnen worden.'' De vraag over roeien – ,,Ik had er eigenlijk een over de klapschaats verwacht'' – was een tikje lastiger, maar toch goed te doen. De leerlingen moesten de arbeid van de roeier en de wrijvingskracht van de boot berekenen. ,,Die formules hebben we in de klas veel geoefend. Als ze systematisch de gegevens op een rijtje hebben gezet en een tekeningetje op hun kladblok hebben gemaakt, moet het lukken. Ik hamer daar altijd op.''

Het bleek slechts een opmars naar de verschrikkelijke vraag 3. Een grote opgave met een doorsnede tekening van een Yamato 1, een zeeschip zonder schroef. Zanen: ,,Die hebben ze natuurlijk nog nooit gezien, dus is het schrikken.'' Toch vindt hij die opgave niet onaardig. ,,Dat schip had ook in de wetenschapsbijlage van de krant kunnen staan. Ze moeten doorzien dat de context, het schip, nieuw is, maar dat de vragen met gewone natuurkunde zijn op te lossen. Het gaat erom dat ze koelbloedig blijven'', zegt Zanen. ,,Als ze dit kunnen, zijn ze klaar voor het hoger beroepsonderwijs.''

In de opgave over de aardbeving was eveneens sprake van ,,een stukje contextwisseling''. Zanen heeft in zijn lessen uitentreuren gesproken over geluids- en lichtgolven. Hij hoopt dat zijn leerlingen zonder mankeren hebben begrepen dat ze dezelfde theorie op de golven van de aardbeving kunnen toepassen. Net als een lichtstraal `breekt' als hij het water raakt, breken ook de aardbevingsgolven in verschillende gesteenten. ,,De wet van Snellius is hier gewoon toepasbaar.''

Al met al was het examen pittig, maar te doen, denkt Zanen. De vragen over röntgenbuizen, thermometers en radongas dat bij sommige huizen voorkomt in de kruipruimten en zorgt voor radioactiviteit, illustreren het belang van natuurkunde. Het heeft te maken met het leven van alledag, vindt Zanen. ,,Bij medische fysica komt je eigen brilletje aan de orde en leer je waarom je min- of plusglazen nodig hebt.'' Bij optica behandelt hij onder meer de werking van het fototoestel. De mechanica legt hij vaak uit aan de hand van verkeersveiligheid. ,,Best nuttig als ze eens de remweg moeten uitrekenen van hun bromfietsje, waarmee ze elke dag met vijftig kilometer per uur naar school racen.''

Als onderdeel van technische automatisering geeft Zanen zijn leerlingen de opdracht een garagedeur te ontwerpen die opengaat bij drie keer toeteren. ,,Het gaat dan niet alleen om de techniek, de draadjes, maar om het systematisch analyseren van een probleem. Vervolgens moeten ze aan een oplossing werken - ze maken de garagedeur in het klein. Daarna bekijken we het resultaat kritisch. Dat is nuttig omdat ze zelf leren nadenken. Bovendien vinden ze het leuk om te doen. Ik ook trouwens.''

Over gebrek aan belangstelling voor de exacte vakken, heeft Zanen – in tegenstelling tot veel collega's – niet te klagen. Vooral op het VWO zijn zijn klassen goed bezet met zowel jongens als meisjes. Hij vermoedt dat de plaats van de school daarop een positieve invloed heeft. ,,Veel ouders hebben een technische opleiding en runnen een boerderij of een ander bedrijf. De kinderen groeien op met het idee dat technische vakken belangrijk zijn.''